Normandische verovering van Engeland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het tapijt van Bayeux verbeeldt de slag bij Hastings en de oorzaken daarvan.

De Normandische verovering van Engeland begon in 1066 met de invasie en bezetting van het Koninkrijk Engeland door een leger van Normandische, Bretonse, Vlaamse en Franse soldaten onder leiding van Willem II van Normandië, de latere Willem de Veroveraar.

Willems aanspraak op de Engelse troon gingen terug op zijn familieband met de kinderloos gestorven Angelsaksische koning Edward de Belijder, die Willems hoop op de troon mogelijk heeft aangemoedigd. Edward de Belijder stierf in januari 1066 en werd opgevolgd door zijn zwager Harold Godwinson. in september 1066 viel de Noorse koning Harald Hardrada het noorden van Engeland binnen. Na een eerste overwinning bij de slag bij Fulford, werd hij op 25 september 1066 echter door Harold Godwinson verslagen en gedood in de slag bij Stamford Bridge. Enkele dagen later landde Willem II van Normandië in Zuid-Engeland. Harold marcheerde naar het zuiden om hem zo snel mogelijk te confronteren. Daarbij liet hij een aanzienlijk deel van zijn leger in het noorden achter. Op 14 oktober stonden Harolds en Willems leger tegenover elkaar in de slag bij Hastings. Deze slag werd een beslissende overwinning voor het Normandische leger en zijn bondgenoten. Harold Godwinson werd in deze slag gedood.

Hoewel Willems belangrijkste rivalen nu definitief van het toneel waren verdwenen, werd hij in de daaropvolgende jaren nog steeds met opstanden geconfronteerd. Pas na 1072 zat hij veilig op zijn troon. De landerijen van de weerstand biedende Angelsaksische en in vooral in het noorden en oosten Deense elite werd in beslag genomen; een deel van deze elite ging in ballingschap. Om zijn nieuwe koninkrijk beter te kunnen controleren, gaf Willem overal aan zijn volgelingen land in leen. Ook liet hij door het hele land kastelen op militair strategische plaatsen bouwen. Andere effecten van de Normandische verovering waren de introductie van een ander rechtssysteem, de introductie van Normandisch Frans als de taal van de elite, en veranderingen in de samenstelling van de hoogste klassen, aangezien Willem als koning rechtstreeks landerijen in leen gaf. De invloed van de verovering op de agrarische klassen en het dorpsleven verliep geleidelijker: de belangrijkste verandering schijnt de formele afschaffing van de slavernij te zijn geweest; die al dan niet aan de invasie gelinkt kan worden. De structuur van de overheid zelf veranderde niet zo veel, dit aangezien de nieuwe Normandische bestuurders veel van de oude Angelsaksische regeringsvormen overnamen.

Gevolgen[bewerken]

De gebeurtenis is erg belangrijk geweest voor de Engelse geschiedenis:

  1. De Engelse taal werd overspoeld met Franse (Romaanse) invloeden en werd een soort mengtaal tussen de Romaanse talen en Germaanse talen. Het Frans was eeuwenlang de hoftaal, pas in 1363 werd de zitting van het parlement voor het eerst geopend in de volkstaal, en dan door de kanselier namens de koning.
  2. Het hele regeringssysteem werd veranderd naar Normandische maatstaven (de common law).
  3. Engeland was tot dan toe altijd van nature uit gericht op Scandinavië, Denemarken in het bijzonder. Dit was voorgoed voorbij. Voortaan zou de blik van Engeland altijd gericht blijven op Zuid-West-Europa (Frankrijk, Spanje, Portugal).
  4. De dynastieke banden met het Hertogdom Normandië en later met het Hertogdom Anjou leidde regelmatig tot gewapende conflicten, en uiteindelijk tot de Honderdjarige Oorlog.

Historiografie[bewerken]

Het debat over de Normandische verovering begon vrijwel onmiddellijk. Bij het bespreken van de dood van Willem de Veroveraar, hekelde de Angelsaksische kroniek hem en zijn verovering in versvorm. De necrologie door Willem van Poitiers, een Fransman, was daarentegen vol lof. Historici hebben sindsdien bijna constant over de feiten en over hoe die te interpreteren gedebatteerd. Tot op heden is men niet tot overeenstemming gekomen.[1] In de 17e eeuw ontstond de theorie of de mythe van het "Normandische juk",[2] dit is het idee dat de Angelsaksische maatschappij vrijer en gelijker was dan de maatschappij die na de verovering ontstond.[3] Hoewel deze theorie meer zegt over de periode waarin zij werd geformuleerd dan over de historische feiten zelf, wordt deze theorie in zowel het politieke als populaire discours tot de huidige dag nog steeds gebruikt.[4]

In de 20e en 21e eeuw hebben geschiedkundigen zich minder op de rechtvaardigheid van de verovering zelf gericht. In plaats daarvan hebben zij zich op de gevolgen van de invasie geconcentreerd. Sommigen, zoals Richard Southern, beschouwen de verovering als een kritiek keerpunt in de geschiedenis.[1] Southern verklaarde dat "geen enkel land in Europa, in de periode tussen de opkomst van de barbaarse koninkrijken [in de vijfde en zesde eeuw] en de twintigste eeuw, in zo korte tijd een zo radicaal verandering onderging als Engeland na 1066."[5] Andere historici, zoals H.G. Richardson en G.O, Sayles, zijn van mening dat de transformatie minder radicaal was.[1] In meer algemene termen heeft één auteur de verovering beschreven als de "laatste echo van de nationale migraties die zo kenmerkend voor de vroege middeleeuwen waren".[6] Het debat over de gevolgen van de verovering hangt sterk af van welke metrieken men gebruikt om de veranderingen na 1066 te meten. Aangezien in het Angelsaksische Engeland reeds voor de invasie met de introductie van het feodalisme, kastelen en andere veranderingen in de samenleving een nieuwe trend was ingezet, kan men niet beweren dat de Normandische verovering, hoe belangrijk ook, een radicale hervorming vertegenwoordigde. Maar als men deze afmeet aan de eliminatie van de Angelsakische adel of de teloorgang van het Oud-Engels als literaire taal dan waren de gevolgen natuurlijk dramatisch. Door beide kanten van het debat zijn nationalistische argumenten aangevoerd; hierin worden de Normandiërs ofwel als vervolgers van de Angelsaksen ofwel als de redders van het land van een decadente Angelsaksische adel voorgesteld.[1]

Voetnoten[bewerken]

  1. a b c d Clanchy, England and its Rulers, blz. 31-35
  2. Chibnall, Debate, blz. 6
  3. Chibnall, Debate, blz. 38.
  4. Huscroft, Norman Conquest blz. 318-319
  5. geciteerd in Clanchy, England and its Rulers, blz. 32
  6. Singman, Daily Life blz. xv