Notaris

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een notaris rond 1830

Beluister

(info)

Een notaris is een persoon die bevoegd is om authentieke akten op te maken ('te verlijden') in de gevallen waarin

  • de wet aan hem of haar die bevoegdheid toekent
  • een partij dit van hem verlangt.[1]

Nederland[bewerken]

Notarissen zijn lid van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en staan onder tuchtrechtelijk toezicht van de Kamer van Toezicht en onder financieel toezicht van het Bureau Financieel Toezicht.

Werkterreinen[bewerken]

De wet heeft de notaris de bevoegdheid gegeven authentieke akten op te maken, met name op het gebied van:

Daarnaast kunnen partijen de notaris ook vragen om andere akten voor hen in notariële vorm op te maken. Het gaat daarbij om akten die partijen anders als onderhandse akten zouden opmaken (meestal diverse soorten overeenkomsten).

De plaats van de notaris in de maatschappij[bewerken]

De wet schrijft de tussenkomst van de notaris bij het opmaken van een akte voor, als de notariële vorm vereist is voor de geldigheid van die akte. Dit vloeit voort uit de wijze waarop de notaris zijn werkzaamheden dient te verrichten en de waarborgen die de notaris daarbij biedt. Het gaat hierbij met name om:

  • de adviserende taak en specifieke kennis van de notaris
  • de onafhankelijkheid waarin de notaris zijn functie kan vervullen (vergelijk met de rechterlijke macht)
  • de onpartijdigheid van de notaris
  • de verplichting van de notaris om partijen gedegen voor te lichten over de gevolgen van de door hen te verrichten rechtshandelingen, ook wel 'Belehrungspflicht' geheten. Dit is benadrukt door de Hoge Raad in het arrest "Groningse Huwelijkse Voorwaarden (NJ 1989, 766) waarin de Hoge Raad oordeelde "De functie van de notaris in het rechtsverkeer brengt mee dat hij beroepshalve is gehouden naar vermogen te voorkomen dat misbruik wordt gemaakt van juridische onkunde en feitelijk overwicht."
  • de verplichtingen van de notaris omtrent de wijze van opstellen, registreren en bewaren van de akten.

De notariële akte is vooral bedoeld om een grote rechtszekerheid te hebben. In het bewijsrecht heeft de notariële akte dan ook een aanzienlijk sterkere positie dan een niet-notariële akte (een onderhandse akte).

Ook in gevallen waarin de wet niet de tussenkomst van de notaris verplicht, kan het nuttig zijn om een notaris in te schakelen. Indien twee partijen een overeenkomst hebben bereikt, bijvoorbeeld over de betaling van een geldsom, dan kan deze overeenkomst notarieel worden vastgelegd. Het grote voordeel hiervan is de executoriale kracht van de notariële akte. Komt één van beide partijen de overeenkomst niet na, dan kan de andere partij direct (executoriaal) beslag leggen op de goederen van de partij die in gebreke blijft en hoeft dus niet eerst een procedure op te starten bij de rechter.

Ambtenaar en ondernemer[bewerken]

Volgens de wet is de notaris zowel openbaar ambtenaar als ondernemer. Enerzijds dient de notaris te handelen in het publieke belang. Dit uit zich onder andere in de verplichting van de notaris om op verzoek van partijen een akte op te maken (de zogeheten ministerieplicht). Anders gezegd: als een cliënt van de notaris verlangt dat hij voor hem een testament opstelt dan is de notaris gehouden om aan dat verzoek gehoor te geven aangezien hij niet zonder reden mag weigeren.

Anderzijds is de notaris als ondernemer verplicht de commerciële belangen van zijn kantoor in de gaten te houden. De notaris is dan wel openbaar ambtenaar met een publieke taak, maar hij ontvangt geen bezoldiging van overheidswege. De notaris dient zelf te zorgen voor zijn inkomsten die hij ontvangt doordat hij de cliënten een honorarium (een 'tarief') in rekening brengt. Anders dan voorheen het geval was, is de hoogte van het honorarium van de notaris sedert enkele jaren 'vrij'. De notaris mag derhalve zelf de hoogte van zijn honoraria vaststellen. De overheid heeft de tarieven in de familiepraktijk wel gemaximeerd voor personen die minder draagkrachtig zijn. Zodoende is de toegang tot het notariaat voor "minder bedeelden" gegarandeerd.

Voor de notaris levert het tegelijk zijn van én openbare ambtenaar én ondernemer regelmatig ingewikkelde situaties op.

Partijnotaris[bewerken]

Steeds meer komt het fenomeen op van de partijnotaris, dat wil zeggen een notaris, die de belangen van vooral één van de contractspartijen behartigt. De notaris treedt dan niet als onafhankelijke notaris op. Van belang is dat partijen zich dat terdege realiseren. De notaris zou dat aan de wederpartij duidelijk bekend moeten maken, zodat die wederpartij een eigen notaris kan inschakelen, die hij dan zelf betaalt.

Opleiding[bewerken]

De universitaire opleiding van de studie Notarieel recht duurt vier jaar. Aan zes universiteiten is het mogelijk notarieel recht te studeren. Broederschap der Notariële Studenten (ook wel: BNS) is het overkoepelend orgaan van de verschillende notariële studieverenigingen. Om tot notaris benoemd te kunnen worden moet een kandidaat-notaris een drie jaar durende post-doctorale opleiding hebben afgerond en minimaal 6 jaar werkervaring in het notariaat hebben.

Ethiek[bewerken]

De vraag in hoeverre een notaris zich in zijn ambt kan en mag laten leiden door zijn persoonlijke opvattingen of overtuigingen, heeft zich (nog) niet voorgedaan zoals in België, maar gesteld kan worden dat daar hetzelfde resultaat zou worden behaald.

België[bewerken]

Volgens de Wet tot regeling van het notarisambt zijn notarissen openbare ambtenaren, aangesteld om

  • alle akten en contracten te verlijden waaraan partijen de authenticiteit van overheidsakten moeten of willen doen verlenen,
  • de dagtekening ervan te verzekeren,
  • ze in bewaring te houden
  • en er grossen en uitgiften van af te geven.

Onder voorbehoud van de rechten der openbare overheid zijn alleen zij bevoegd om onroerende goederen, renten en hypothecaire schuldvorderingen openbaar te verkopen. De toewijzing mag niet dan aan de hoogst- en laatstbiedende geschieden.[2]

Opleiding[bewerken]

Men wordt notaris na 5 jaar rechtenstudie aan een universiteit, gevolgd door een bijkomend jaar "licentiaat in het notariaat". Om het beroep echt uit te kunnen oefenen volgt nog een stage van drie jaar en een vergelijkend examen met numerus clausus.

Ethiek[bewerken]

Mede doordat een notaris openbaar ambtenaar is en een monopolie bezit op het verrichten van een aantal rechtshandelingen, dient zich ook de vraag aan in hoeverre een notaris zich in zijn ambt kan en mag laten leiden door zijn persoonlijke opvattingen of overtuigingen. Anders gezegd: mag een notaris zijn ambt en medewerking weigeren als het gevraagde niet strookt met zijn bijvoorbeeld religieuze overtuigingen.

Deze situatie deed zich in oktober 2005 voor toen twee mannen in het kader van hun voorgenomen burgerlijk huwelijk naar Belgisch recht zich aandienden bij een Antwerpse notaris voor zijn medewerking bij het opstellen en verlijden van een huwelijkscontract. De betreffende notaris weigerde behulpzaam te zijn bij het opstellen van een huwelijkscontract omdat hij op grond van zijn morele normen niet mee kon werken aan het tot stand komen van een huwelijk tussen twee personen van hetzelfde geslacht. Via een met behulp van het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding gevoerde tuchtprocedure, werd in het voorjaar 2006 zowel door de provinciale Antwerpse Kamer van notarissen als door de nationale kamer van Notarissen uitdrukkelijk bepaald dat een notaris zich niet kan laten leiden door zijn persoonlijke opvattingen of overtuigingen om zijn ambt te weigeren. De betreffende notaris werd dan ook berispt. Voor zover het om ambtsweigering gaat kan de Belgische notaris zich alleen maar beroepen op artikel 3 in de deontologische code voor het notariaat, goedgekeurd bij KB van 21 september 2005 (Belgisch Staatsblad 3 november 2005).

Discussie over afschaffing of hervorming[bewerken]

In aanloop naar de verkiezingen van 25 mei 2014 stelde het verkiezingsprogramma van de sp.a dat het notariaat hervormd moet worden en op termijn zelfs afgeschaft. Freya Van den Bossche, Vlaams minister van Wonen, argumenteerde dat het notariaat voor sommige akten een doorgeefluik van overheidsinformatie was. Zij stelde dat ambtenaren dit een stuk goedkoper kunnen.

Dit gaf aanleiding tot een ruime controverse in de media.

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. artikel 2 lid 1 van de Nederlandse Wet op het notarisambt van 1999
  2. Wet tot regeling van het notarisambt, geldig per 5 juni 2010, geraadpleegd op 1 maart 2011

Externe links[bewerken]