Novi Sad

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Novi Sad
Нови Сад
Újvidék
Plaats in Servië Vlag van Servië
Novi Sad
Novi Sad
Situering
Gemeente Novi Sad
District Južna Bačka
Regio Vojvodina
Hoogte 72
Coördinaten 45° 15' NB, 19° 49' OL
Algemeen
Oppervlakte 702,7 km²
Inwoners (2013) 389,117
Politiek
Burgemeester Miloš Vučević (SRS)
Overig
Postcode(s) 21 000
Kenteken NS
Website www.novisad.rs
Foto's
De Donau in Novi Sad
De Donau in Novi Sad
Portaal  Portaalicoon   Zuidoost-Europa

Novi Sad (Servisch: Нови Сад; Duits: Neusatz (an der Donau); Hongaars: Újvidék) is de tweede stad van Servië (389.117 inwoners) en de hoofdstad van de regio Vojvodina. De stad is gelegen aan de Donau, circa honderd kilometer ten noordwesten van Belgrado. De naam Novi Sad betekent "nieuwe nederzetting".

Geschiedenis[bewerken]

Novi Sad is pas tot stad verheven nadat de Habsburgers het gebied op de Turken veroverden in 1687. De plaats lag strategisch, tegenover door de Oostenrijkers opgerichte fort Peterwardeiner Schanze (Hongaars: Péterváradisánc, nu Servisch Petrovaradin), een belangrijk bruggenhoofd aan de overzijde van de rivier. Aanvankelijk werd er een nederzetting gesticht onder de naam Ratzenstadt. In 1748 kreeg het van keizerin Maria Theresia de status van vrije koningsstad en haar nieuwe namen: Neusatz (Hongaars; Újvidék). Tijdens de Hongaarse opstand, in 1848, tegen het Habsburgse gezag werd de stad vanuit het fort beschoten en voor een groot deel vernield. De stad had een dominant Hongaars karakter maar ontwikkelde zich ook tot een belangrijk Servisch cultureel centrum, het Servische Athene. Daarnaast woonden er Zwaben (Duitsers), Joden en Hongaren. De stad behoorde in de Habsburgse periode tot het kroonland Hongarije, terwijl het nabije Servië lang Turks bleef en pas in 1817 autonomie verkreeg. In 1867 werd de stad onderdeel van het Habsburgse koninkrijk Hongarije. In 1920 werd de stad bij het Verdrag van Trianon met de rest van de Vojvodina toegewezen aan het nieuw opgerichte Joegoslavië. Tussen 1941 en 1945 werd Novi Sad door Duitse en Hongaarse legers bezet en opnieuw onderdeel van Hongarije. Voor zover ze niet konden vluchten of onderduiken werden de Joden vermoord. Na de terugverovering door de Serviërs op 23 oktober 1944 werden veel Hongaren en Duitsers (Zwaben) geïnterneerd en vermoord. Voor zover zij overleefden werden ze na 1949 gedeporteerd. Dat overkwam vrijwel alle Duitsers en het grootste deel van de Hongaren.

Na de oorlog groeide de stad in een zeer hoog tempo en vestigden zich er tienduizenden Serven waardoor Novi Sad een dominant Servisch karakter kreeg. Novi Sad ontwikkelde zich verder tot een belangrijke industriestad, die in 1999 een belangrijk doelwit was van de NAVO-bombardementen op het Joegoslavië van Slobodan Milošević. Begin april werden de drie bruggen over de Donau vernietigd, waaronder de Vrijheidsbrug en de Varadin-brug. Tot 2005 lag er nog een pontonbrug over de Donau (ter vervanging van een tweetal verkeersbruggen), waardoor het scheepvaartverkeer vanuit het noorden geblokkeerd was. De spoorwegbrug werd snel herbouwd, evenals één verkeersbrug. Sinds in 2005 ook de tweede verkeersbrug gereed werd, is de pontonbrug verdwenen en ondervindt het scheepvaartverkeer geen hinder meer.

Novi Sad heeft een klein centrum waar, vooral in de voetgangerszone, veel winkels en horeca gevestigd zijn. Het middelpunt van de stad is het Vrijheidsplein (Trg slobode), waar het stadhuis, de rooms-katholieke kathedraal, en aan de westkant enkele prominente gebouwen uit het fin de siècle staan. Interessant is ook de iets verder gelegen synagoge (1909), die tegenwoordig als concertzaal in gebruik is. De voornaamste bezienswaardigheid van Novi Sad is echter het direct aan de overzijde van de Donau gelegen fort Petrovaradin, waar Oostenrijk en Venetië de Turken in 1716 een nederlaag toebrachten. Vanaf het fort heeft men een wijd panorama over de stad en de Donau. Tevens is het fort het decor van het popfestival EXIT, dat hier ieder jaar in juli wordt gehouden en ook buiten Servië steeds meer bekendheid geniet. Even verderop strekt zich langs de Donau het heuvelland uit van de Fruška Gora, met zijn talrijke Servisch-orthodoxe kloosters. Sinds Novi Sad in 1960 een universiteit kreeg, is het in Servië ook een belangrijke studentenstad geworden.

Bevolking[bewerken]

De bevolking van Novi Sad is sinds de stad in de 18e eeuw werd gesticht sterk gemengd geweest. Er woonden Hongaren, Serviërs en Zwaben (Duitsers). In het verleden waren er ook grote Griekse en joodse minderheden. In 1910 waren van de toen 33.590 inwoners er 13.343 Hongaren, 11.594 Serviërs en 5.918 Duitsers (Zwaben). De meeste Joden rekenden zich tot de Hongaren. Tegenwoordig is de voornaamste minderheid de Hongaarse (zie: Hongaarse minderheid in Servië). De Hongaren vormen volgens de volkstelling van 2011 een minderheid van ruim 13.000 personen (3,8%).

Geboren in Novi Sad[bewerken]

Externe links[bewerken]