O-antifoon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De o-antifonen zijn zeven antifonen, die in de liturgie van de Rooms-katholieke Kerk worden gezongen voor en na het Magnificat in de Vespers van 17 tot en met 23 december. Deze antifonen staan bekend als de Antiphonae Majores (de grote antifonen).

Naamgeving[bewerken]

De naam o-antifonen hebben zij gekregen omdat elke antifoon begint met de aanroeping van de nieuwgeboren Heer met een andere naam/titel, voorafgegaan door de uitroep ‘O’. De zeven messiastitels zijn alle uit oudtestamentische schriftgedeelten afgeleid, namelijk Spreuken 8: 1-6; Deuteronomium 10: 16-22; Jesaja 11: 1-10; Jesaja 22: 20-22; Maleachi 4: 1-3; Jeremia 10: 1-7 en Jesaja 7: 14. De bijbehorende aanroepingen luiden respectievelijk: Sapientia, Adonaï, Radix Jesse, Clavis David, Oriens, Rex gentium, en Emmanuel. Wanneer de hoofdletters van elk eerste woord van achteren naar voren gelezen worden ontstaat het acrostichon: ERO CRAS, hetgeen betekent: ‘morgen zal ik er zijn’.

Teksten[bewerken]

De tekst van de antifonen (met een vertaling):

Datum Tekst Onofficiële vertaling
17 december O Sapientia, quae ex ore Altissimi prodisti, attingens a fine usque ad finem, fortiter suaviterque disponens omnia: veni ad docendum nos viam prudentiae. O WIJSHEID, voortgekomen uit de mond van de Allerhoogste, Gij strekt van eind tot eind, en beschikt alles sterk en genoeglijk; kom, wijs ons de weg van de voorzichtigheid.
18 december O Adonai, et Dux domus Israel, qui Moysi in igne flammae rubi apparuisti, et ei in Sina legem dedisti: veni ad redimendum nos in brachio extento. O ADONAI, Heer van Israëls huis, Gij zijt in het brandend braambos aan Mozes verschenen, en hebt hem de wet gegeven op de Sinaï; kom, verlos ons met uitgestrekte hand.
19 december O radix Jesse, qui stas in signum populorum, super quem continebunt reges os suum, quem gentes deprecabuntur: veni ad liberandum nos, iam noli tardare. O WORTEL VAN ISAI, Gij staat als een vaandel voor de volken opgericht; voor U zullen de koningen sprakeloos staan, U zullen de volken aanroepen; kom, bevrijd ons, wacht niet langer.
20 december O clavis David, et sceptrum domus Israel: qui aperis, et nemo claudit; claudis, et nemo aperit: veni, et educ vinctum de domo carceris, sedentem in tenebris et umbra mortis. O SLEUTEL VAN DAVID en Scepter van Israëls huis, wat Gij opent zal niemand sluiten; wat Gij sluit zal niemand openen; kom, en bevrijd de gevangene uit de kerker, die zit in de duisternis en de schaduw van de dood.
21 december O Oriens, splendor lucis aeternae, et sol iustitiae: veni, et illumina sedentes in tenebris et umbra mortis. O DAGERAAD, glans van het eeuwig licht en Zon van gerechtigheid; kom, en verlicht hen die in duisternis en in de schaduw van de dood leven.
22 december O Rex gentium, et desideratus earum, lapisque angularis, qui facis utraque unum: veni, et salva hominem, quem de limo formasti. O KONING VAN DE VOLKEREN, en door hen verlangd, Gij zijt de hoeksteen die beide (volken) een maakt; kom, red de mens die Gij uit het slijk van de aarde hebt gevormd.
23 december O Emmanuel, Rex et legifer noster, expectatio gentium, et Salvator earum: veni ad salvandum nos Domine Deus noster. O EMMANUEL, onze Koning en Wetgever, hoop van de volkeren, hun Redder; kom ons redden, Heer onze God.