OV-studentenkaart

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Dit artikel gaat over de oude OV-studentenkaart, in 2010 vervangen door het studentenreisproduct.
Het ophalen van het reisrecht voor studenten zorgde in januari 2010 voor lange rijen bij verkooppunten.
OV Studentenkaart specimen

De OV-studentenkaart, afgekort als OV(-kaart), was een persoonsgebonden vervoerbewijs voor het Nederlandse openbaar vervoer. Per 1 januari 2010 is deze geplastificeerde papieren kaart vervangen door de studenten OV-chipkaart op pinpas-formaat, en in 2011 door een studentenreisproduct. De kaart werd door de IB-Groep (tegenwoordig DUO) uitgereikt als vorm van studiefinanciering aan MBO-, VO-studenten vanaf 18 jaar en, HBO- en WO-studenten.[1]

In verband met de problemen rond de landelijke invoering van de OV-chipkaart is de papieren OV-jaarkaart van 2009 nog voor onbepaalde tijd geldig in 2010 totdat de problemen met de chipkaart verholpen zijn. Sommige studenten hebben de chipkaart niet op tijd ontvangen, of kunnen/hebben deze nog niet opladen met het studentenreisproduct voor 2010. Tot onbepaalde tijd kan er nog gereisd worden met het tijdelijke product dat nu op de kaart staat. In eerste instantie was het de bedoeling dat studenten tot 1 februari 2010 de tijd kregen om de chipkaart te activeren. De problemen bleken echter nog niet verholpen, waardoor de sluitingsdatum tot 16 maart 2010 werd uitgesteld.

Invoering[bewerken]

De OV-studentenkaart is ingevoerd in 1991 en was bedoeld als vervanging van de toenmalige, door de vele administratieve mutaties onwerkbaar geworden, individuele reiskostenvergoedingen.[2] De vaststellingen en uitbetalingen van de studiebeurzen dreigden eind jaren tachtig in het honderd te lopen en dit kostte minister Deetman van Onderwijs destijds bijna de kop. Pim Fortuyn werd per 1989 door de bestuurders Roel in 't Veld, Carry Hunter en Hans Portheine aangenomen om het uiterst gecompliceerde project van de ontwikkeling en introductie van de OV-kaart te leiden, hetgeen hij succesvol deed.

Een ander veelgehoord argument voor de kaart is dat het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) met de OV-studentenkaart minder geld kwijt zou zijn, omdat meer studenten bij hun ouders bleven wonen en bovendien de reiskostenvergoeding uit de studiebeurs werd geschrapt. De basisbeurs van iedere student werd met 60 gulden in de maand gekort. Dit gold voor alle studenten, of ze nu wel of niet gebruik maakten van het openbaar vervoer. Een ander doel van de kaart was de bezettingsgraad van het openbaar vervoer te verhogen. Dit argument was echter al snel achterhaald omdat de reizigersmarkt voor de NS in 1989 al weer aantrok. De spoorwegen besloten dwars te liggen bij het project dat door Fortuyn werd geleid, hetgeen leidde tot een aanvaring tussen Fortuyn en toenmalig NS-directeur Ploeger.[3] Bovendien zouden de studenten door deze gratis kennismaking met het openbaar vervoer na hun studieperiode meer gebruikmaken van het OV.

In de loop der tijd zijn de regels rond de kaart regelmatig gewijzigd. Bij de invoering van de kaart in 1991 was de kaart de hele week geldig en beschikbaar voor iedereen die onderwijs volgde (zowel studenten als scholieren) en 18 jaar of ouder was. In 1994 werd dit beleid voor het eerst gewijzigd. Voortaan diende de student te kiezen tussen een weekkaart (doordeweeks gratis reizen, in het weekend met korting) of een weekendkaart (in het weekend gratis reizen, doordeweeks met korting na de ochtendspits). Twee jaar later, in 1996 en tegelijk met de invoering van de prestatiebeurs, werd besloten om de kaart alleen nog te geven aan studenten van 18 jaar en ouder. Middelbare scholieren vielen voortaan buiten de boot. Studenten met een leeftijd onder de 18 deden dat, vanwege de kinderbijslag die per kwartaal wordt overgemaakt, overigens sowieso al voor de eerste maand van hun studie.

De volgende wijziging (per 1 september 2000) betrof een financiële inperking. Voor studenten die vóór 1 september 1999 aan hun studie waren begonnen, bleef de OV-kaart een gift, ongeacht of de studenten hun studie wel of niet afmaakten en of ze dat binnen een bepaalde tijd deden. Dit werd echter ingeperkt voor de nieuwe generatie studenten: de OV-kaart ging onder de prestatiebeurs vallen, waardoor de waarde van de kaart voortaan geldt als een lening, die wordt omgezet in een gift als de student binnen een bepaalde termijn zijn studie afmaakt.

In 1999 werd door de toenmalige minister Loek Hermans voorgesteld dat de studentenkaart maar helemáál afgeschaft zou moeten worden. Na luid protest is dit niet doorgegaan.

De volgende wijziging van de OV-kaart vond plaats in 2003, onder druk van onder meer de landelijke studentenvakbond, nadat er aanvankelijk juist geluiden uit de politiek klonken dat ze misschien wel in zijn geheel van de kaart afwilde. De mogelijkheden van zowel de weekkaart als de weekendkaart werden uitgebreid voor de reistijd op vrijdag. Studenten met een weekendkaart mochten voortaan op vrijdagmiddag al vanaf 12:00 uur reizen in plaats van 19:00 uur, en studenten met een weekkaart mochten op vrijdag voortaan reizen tot zaterdagochtend 4:00 uur, in plaats van tot 19:00 uur vrijdagavond.

Trivia[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Trouw, "MBO-ers willen OV-jaarkaart", 6 mei 2008.
  2. Pim Fortuyn, Babyboomers - Autobiografie van een generatie, pagina 249 e.v.
  3. Ibid., p 253.
  4. Tegenwoordig Logistieke Meesters geheten. Website Logistieke Meesters.