O Fortuna

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

O Fortuna is een gedicht uit de dichtbundel Carmina Burana uit de 13de eeuw, oorspronkelijk in het Latijn. Carl Orff selecteerde 24 gedichten uit deze bundel voor zijn Carmina Burana en zette ze op muziek tussen 1935 en 1936. Fortuna is de godin van het lot, die vaak wordt voorgesteld als een vrouw die aan het Rad van Fortuin (fortuna) draait. Dit gedicht is wellicht het meest bekende van de cyclus van Orff die ermee opent en afsluit.

Tekst[bewerken]

O Fortuna (Latijn) Nederlandse vertaling

O Fortuna
velut luna
statu variabilis,
semper crescis
aut decrescis;
vita detestabilis
nunc obdurat
et tunc curat
ludo mentis aciem,
egestatem,
potestatem,
dissolvit ut glaciem.

Sors immanis
et inanis,
rota tu volubilis,
status malus,
vana salus
semper dissolubilis,
obumbrata
et velata
mihi quoque niteris;
nunc per ludum
dorsum nudum
fero tui sceleris.

Sors salutis
et virtutis
mihi nunc contraria,
est affectus
et defectus
semper in angaria.
Hac in hora
sine mora
corde pulsum tangite;
quod per sortem
sternit fortem,
mecum omnes plangite!

Oh Fortuna,
zoals de maan
in veranderlijke gestalten,
neem jij altijd toe
of neem jij af;
een vervloekt leven
nu eens is het hard
en dan weer is het zorgzaam
door het spel smelt geestelijke zekerheid,
armoede,
vermogen,
weg als ijs.

Vreselijk
en ijdel lot
jij rondwentelend rad
ongunstige toestand
vergeefse redder
altijd oplosbaar,
beschaduwd
en besluierd
ook kwel jij mij;
door het spel
van jouw gedraai
loop ik nu met een blote rug.

Het lot van welzijn
en deugd,
voor mij nu ongunstig,
bestaat uit stemming
en moedeloosheid
altijd in drukkend zware dienst.
Hier op dit uur
onverwijld
beroert de snaren met het hart;
omdat het lot
de sterke doet instorten,
jammert allen luid met mij!