Ober-Ost

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Oberbefehlshaber der gesamten deutschen Streitkräfte im Osten
Bezet gebied door het Duitse Keizerrijk
 Autonoom Gouvernement Estland
 Gouvernement Riga
 Gouvernement Koerland
 Gouvernement Kovno
 Gouvernement Vilnius
 Gouvernement Grodno
1914–1919 Republiek Estland (1918-1940) 
Republiek Letland (1918-1940) 
Koninkrijk Litouwen (1918) 
Wit-Russische Nationale Republiek 
Tweede Poolse Republiek 
Sovjet-Unie 
Flag of the German Empire.svg Wappen Deutsches Reich - Reichsadler 1889.png
Kaart
OberOstMap.png
Algemene gegevens
Oppervlakte 108.808 km² (1916)
Bevolking 2.909.935 (1916)
Talen Duits, Frans, Jiddisch, Lets, Russisch
Voorgaande en opvolgende staten
 Autonoom Gouvernement Estland
 Gouvernement Riga
 Gouvernement Koerland
 Gouvernement Kovno
 Gouvernement Vilnius
 Gouvernement Grodno
Republiek Estland (1918-1940) 
Republiek Letland (1918-1940) 
Koninkrijk Litouwen (1918) 
Wit-Russische Nationale Republiek 
Tweede Poolse Republiek 
Sovjet-Unie 

Ober-Ost (afkorting van Oberbefehlshaber der gesamten deutschen Streitkräfte im Osten) is een Duitse term voor de Hoogste Commandant van de gezamenlijke Duitse troepen in het oosten tijdens de Eerste Wereldoorlog. In de praktijk verwijst het niet alleen naar de hoge commandant zelf, maar ook naar de heersende militaire staf en het gebied dat ze bezetten aan het Oostfront. Na de Vrede van Brest-Litovsk beheerste het de gouvernementen Estland, Lijfland, Koerland, Kovno, Vilno, Suvalki en Grodno en kleine delen van de gouvernementen Sint-Petersburg en Pskov, ofwel de huidige landen Estland, Letland en Litouwen en delen van Rusland, Wit-Rusland en Polen. Het kaartje laat de toestand zien vóór september 1917, toen de Duitsers verder naar het noorden optrokken en Riga bezetten.

De entiteit Ober-Ost werd in 1914 opgericht en de eerste opperbevelhebber was Paul von Hindenburg met Erich Ludendorff als stafchef. Op 29 augustus 1916 namen Hindenburg en Ludendorff de Oberste Heeresleitung, het opperbevel over het complete Duitse leger, op zich. Toen kreeg Leopold van Beieren het bevel over de troepen aan het Oostfront met Max Hoffmann als stafchef.

Politiek[bewerken]

De Ober-Ost bestuurde het land met ijzeren vuist. Het transportbeleid (Verkehrspolitik) verdeelde het land zonder rekening te houden met de bestaande sociale en etnische verbanden. Het was voor de bewoners niet toegestaan om van het ene district naar het andere te reizen. Dit verstoorde het leven van de handelaren onder wie de Joden. Het zorgde ervoor dat de lokale bevolking hun vrienden en kennissen niet konden bezoeken in naburige districten. De Duitsers probeerden de bevolking die het land beheerden in het Ober Ost te civiliseren. De Duitsers probeerden de Duitse ideeën en instituties te integreren met de bestaande instituties. Ze legden spoorlijnen aan waar alleen Duitsers gebruik van mochten maken. Er werden scholen opgericht door Duitse leraren omdat de Duitsers de manier van denken in hun instituties niet aan Litouwers hadden geleerd.

In 1915 waren grote gebieden onder de controle gekomen van de Ober-Ost als gevolg van militaire overwinningen aan het Oostfront onder leiding van Erich Ludendorff, de tweede man onder von Hindenburg. Hij zette een systeem om het grote gebied te beheersen die onder zijn bestuur stond. Ondanks het feit dat von Hindenburg technisch gezien de leiding had, was het Ludendorff die in de praktijk de leiding gaf. Er was een staf van tien personen, ieder belast met een specifieke portefeuille. Er waren drie districten Koerland, Litouwen en Bialystok-Grodno elk met zijn eigen districtscommandant. Het plan van Ludendorff was om van de Ober-Ost een kolonie te maken om een woonplaats te maken voor soldaten na de oorlog en een uitvalsbasis om gebieden dieper in Rusland te veroveren. Ludendorff organiseerde Ober-Ost op zo'n manier dat het zelfvoorzienende regio werd. De regio kon zijn eigen voedsel verbouwen en overschotten aan Berlijn te verkopen. Het grootste succes was dat Ludendorff het gebied zonder moeilijkheden kon besturen. De lokale bevolking had geen belang bij een Duitse overwinning, omdat ze geen stem had in de regering en wetten en ze onderworpen werden aan hogere belastingen.

Communicatie met de lokale bevolking[bewerken]

Er waren heel veel problemen in de communicatie met de lokale bevolking binnen de Ober-Ost. De lokale hoge klasse kon met de soldaten in het Frans of Duits communiceren. In plaatsen met een grote joodse bevolkingsgroep konden de bewoners Duits of Jiddisch praten, wat de Duitsers ongeveer begrepen. Op het platteland en onder de boerenbevolking moesten de Duitse soldaten vertrouwen op interpretaties van het Lets en het Russisch. De taalproblemen werden niet verholpen door de schaarse aanwezige instanties, want er regeerde minder dan honderd ambtenaren over een gebied zo groot als 3000 km². Er werd gebruikgemaakt van de geestelijkheid om boodschappen onder de massa te verspreiden. Dit was een effectieve manier om informatie te verspreiden onder mensen die niet de officiële taal spraken. Een voorbeeld dat de verspreiding van berichten door de geestelijkheid in de praktijk werkte blijkt uit het geval van de jonge officier genaamd Vagts die via een tolk luisterde naar een priester die de gemeente dezelfde boodschap vertelde als de boodschap die hij van zijn meerderen had gehoord.

Russische Revolutie[bewerken]

Vanwege de onstabiele situatie die veroorzaakt werd door de Oktoberrevolutie in 1917 en de Vrede van Brest-Litovsk in 1918 kozen sommige inwoners Adolf Frederik van Mecklenburg-Schwerin als leider van het Verenigd Baltisch Hertogdom en Mindaugas II van Litouwen als koning van Litouwen. Deze plannen werden in maart 1918 gewijzigd.

Administratieve onderverdeling[bewerken]

Het Ober-Ost was ingedeeld in drie Verwaltungsgebiete Koerland, Litouwen en Bialystok-Grodno

De totale oppervlakte was 108.808 km² en het inwonertal was 2.909.935 aan het eind van 1918.

Ober-Ost had een eigen postdienst: het Postgebiet des Oberbefehlshabers Ost, in de wandeling wel het ‘Postgebiet Ober-Ost’ genoemd. De postdienst gebruikte Duitse postzegels van het type Germania met opdruk ‘Postgebiet Ob. Ost’.[1]

Geldverkeer[bewerken]

De Ostrubel

In het gebied waren zowel de Russische roebel als de Duitse mark geldig. Eén roebel werd gelijkgesteld aan 2 Duitse mark. Op 17 april 1916 werd een eigen roebel, de Ostrubel, geïntroduceerd om de schaarste aan roebels op te heffen. De waarde was gelijk aan die van de roebel. Ostrubels werden ook gebruikt in het Generaal-Gouvernement Warschau (het huidige Oost-Polen).

Op 4 april 1918 kreeg de Ostrubel in Ober-Ost gezelschap van de Ostmark. 2 Ostmarken waren weer 1 Ostrubel. In het Generaalgouvernement Warschau waren de Ostrubel en de roebel al op 14 april 1917 uit de circulatie genomen en vervangen door de Poolse mark.[1]

Belangrijkste militaire eenheden[bewerken]

Gevolgen[bewerken]

De Duitse troepen trokken zich terug uit Ober-Ost in 1918-1919. In het vacuüm dat de Duitsers achterlieten ontstond een serie van conflicten tussen etnische groepen die hun eigen staten lieten ontstaan die conflicten met elkaar en met groepen uit de Russische Revolutie uitvochten. Winston Churchill zei hierover: De oorlog tussen reuzen is geëindigd, de oorlog tussen pygmeeën is gestart

Details hierover in:

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b Het Postgebiet en het geldverkeer binnen het gebied worden bijvoorbeeld behandeld in Gerhard Hahne, Die Inflation der Markwährungen und das postalische Geschehen im litauisch-polnischen Raum, Forschungsgemeinschaft Litauen im Bund Deutscher Philatelisten e.V., Uetze, (1996), hoofdstuk 2: ‘OberOst - ein Kunstgebilde’.