Oceanus Procellarum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Oceanus Procellarum is de grote mare in het midden en linksbovenste gedeelte van deze foto. rechtsboven is een andere grote mare te zien, de Mare Imbrium, onder is de kleine ronde Mare Humorum zichtbaar.

Oceanus Procellarum is de grootste van de maria op de Maan. De mare bevindt zich aan de westkant van de naar de aarde toe gerichte zijde van de maan. De naam (Latijn voor oceaan der stormen) komt van het bijgeloof dat wanneer de mare zichtbaar werd tijdens het Laatste Kwartier er slecht weer op komst was. Oceanus Procellarum heeft een oppervlakte van 4 miljoen km² en is van noord naar zuid zo'n 2500 km breed.

Zoals alle maria werd de Oceanus Procellarum gevormd door vloedbasalten die een groot deel van het maanoppervlak bedekten met een gladde laag donkere gestolde lava. Anders dan de andere maria is de Oceanus Procellarum echter niet beperkt tot een duidelijk inslagbekken. Langs de randen liggen veel kleine "baaien" en "zeeën", waaronder de Mare Nubium en de Mare Humorum in het zuiden. In het noordoosten wordt de Oceanus Procellarum van de Mare Imbrium gescheiden door de Montes Carpatus. In het noorden ligt de "baai" Sinus Roris.

De onbemande maanlanders Loena 9, Loena 13, Surveyor 1 en Surveyor 3 landden in de Oceanus Procellarum, net als de bemande Apollo 12 met aan boord de astronauten Charles Conrad, Jr. en Alan Bean.