Octaaf (muziek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een octaaf op een klavier
Octaaf omhoog
Octaaf omlaag

De term octaaf kan in de muziek op twee verschillende manieren gebruikt worden:

  • Als naam van een bepaald interval tussen twee tonen.
  • Als naam van een verzameling tonen tussen twee tonen die een octaaf (interval) uit elkaar liggen.

Het octaaf als interval tussen twee tonen[bewerken]

Het octaaf, afgekort aangeduid met P8, is in de muziek het interval tussen twee tonen waarvoor geldt dat de frequentie van de ene toon precies het dubbele is van die van de andere. In dat verband wordt de toon met de dubbele frequentie wel het octaaf van de andere toon genoemd.

Het woord octaaf is afgeleid van het Latijnse octavus, dat "achtste" betekent. Een diatonische toonladder (dat is de basistoonladder van de westerse muziek) bestaat namelijk uit acht noten, en beslaat precies een octaaf, dat wil zeggen dat de eerste en de achtste noot precies een factor twee in toonhoogte verschillen.

Een dubbel octaaf noemt men een quindecime.

Een probleem doet zich voor in de gelijkzwevende temperatuur. In die stemming is de toon Bis (B#) evenals de deses (D\flat\flat) enharmonisch gelijk aan de toon c. Beide zouden dus opgevat kunnen worden als octaaf van C. Dat doet men echter niet. Alleen een interval tussen tonen met dezelfde stamtoonnaam of afgeleid daarvan kan als octaaf aangemerkt worden.

Door de gehanteerde systematiek van benaming van intervallen worden ook intervallen die van een octaaf afgeleid worden door chromatische alteratie van een of beide tonen met octaaf aangeduid. Het interval waarvan de frequentie van de bovenste toon precies twee maal de frequentie van de onderste toon is, wordt in dit verband rein octaaf genoemd. Is de toonafstand door alteratie verkleind, dan spreekt men van een verminderd en dubbel verminderd octaaf. Is het octaaf vergroot dan is het een overmatig of dubbel overmatig octaaf. Uitgaande van het reine octaaf c - c' bestaan er de volgende intervallen:

Naam Mogelijke intervallen
Dubbel verminderd octaaf c - ceses' cis - ces' cisis - c'
Verminderd octaaf ces - ceses' c - ces' cis - c' cisis - cis'
Rein octaaf ceses - ceses' ces - ces' c - c' cis - cis' cisis - cisis'
Overmatig octaaf ceses - ces' ces - c' c - cis' cis - cisis'
Dubbel overmatig octaaf ceses - c' ces - cis' c - cisis'

Het octaaf als een verzameling tonen[bewerken]

De meest voorkomende octaven en hun benaming

Naast de betekenis van octaaf als interval, wordt de term octaaf ook gebruikt ter aanduiding van de verzameling tonen in zo'n interval. Een octaaf begint dan met een C, de tonen A en B horen dus nog bij hetzelfde octaaf als de daaronder gelegen G. Het totale bereik aan tonen wordt zo opgedeeld in de volgende octaven. Achter elk octaaf is een voorbeeld gegeven van de schrijfwijze van de toon A in het betrokken octaaf met de frequentie in de gebruikelijke stemming. De aanduiding met nummers (tweede kolom onder 'Notatie') is de wetenschappelijke benaming van de octaven.

Octaaf Naam Notatie Frequentie van de A (Hz) Opmerkingen
0 Subcontra-octaaf "A of \underline{\underline{A}} A0 27,5 Alleen de bovenste tonen uit dit octaaf zijn muzikaal speelbaar/bruikbaar. A0 is de laagste toon op de meeste piano's.
1 Contra-octaaf 'A of A A1 55
2 Groot-octaaf A A2 110
3 Klein-octaaf a A3 220
4 Eengestreept octaaf a' A4 440 De a' is de a van 440 Hz; de c' is de centrale c op een piano.
5 Tweegestreept octaaf a" A5 880
6 Driegestreept octaaf a''' A6 1760
7 Viergestreept octaaf a'''' A7 3520 Het hoogste octaaf van een piano (afgezien van C8)
8 Vijfgestreept octaaf a''''' A8 7040
9 Zesgestreept octaaf a'''''' A9 14080 Deze zeer hoge tonen zijn met name op strijkinstrumenten als flageolet nog bruikbaar.

Het systeem kan naar believen voortgezet worden, maar al in het zesgestreept octaaf zijn de meeste tonen niet meer hoorbaar voor de meeste mensen en het achtgestreept octaaf ligt zelfs boven de gehoorgrens, in het gebied van het ultrageluid.

Aan de onderkant komt men in de literatuur nog het subsubcontra-octaaf tegen waarvan de tonen feitelijk buiten het hoorbare gebied liggen (infrageluid).

Het eengestreept octaaf begint met de toon c', ook centrale c geheten. Het is deze toon die door de C-sleutel wordt aangewezen. De g' uit het eengestreept octaaf is de toon die door de G-sleutel wordt aangewezen. De F-sleutel wijst de toon f uit het klein-octaaf aan.

Met de benaming lage C wordt wel de toon C2 = C (groot-C) van het groot-octaaf aangeduid, hoewel deze term ook wel gebezigd wordt voor de laagste C die op een instrument te spelen is. De benaming hoge c is een relatieve aanduiding. Voor een tenor is de toon c" van het tweegestreept octaaf een hoge c, voor een sopraan is c'" (driegestreept) pas een hoge c.