Oedaloj-klasse

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlag
Oedaloj-klasse
Vlag
Maarschalk Sjaposnikov
Maarschalk Sjaposnikov
Waterverplaatsing 6200 ton
Afmetingen 163 m × 19,3 m
Techniek en uitrusting
Machinevermogen 120 000 pk
Snelheid 35 knopen
Bemanning 300 koppen
Bewapening 2× 4 SS-N-14 anti-onderzeebootraketten (2× 4 SS-N-22 Sunburn voor Oedaloj II)
8 verticale lanceerders voor SA-N-9 SAM
2× 1 100 mm kanon (1× dubbelloops 130 mm op Oedaloj II)
4× 30 mm gatlingkanon
2× Altair CADS-N-1 Kasjtan CIWS (SA-N-11 op Oedaloj II)
2× 4 533 mm torpedobuizen
Portaal  Portaalicoon   Marine

De Oedaloj-klasse is een NAVO-codenaam voor schepen van het Projekt 1155 (Russisch: Большие противолодочные корабли проекта 1155). Het is een serie van onderzeebootjagers gebouwd voor de Marine van de Sovjet-Unie. Ze zijn in Rusland bekend als Project 1155 Fregat (fregatvogels). Project 1155 gaat terug naar de jaren '70 toen besloten werd dat het te duur was om grote breed inzetbare oorlogsschepen te bouwen. Het concept van een gespecialiseerd oppervlakteschip werd gemaakt door ontwerpers van het Severnoja-ontwerpbureau, die kwamen met twee verschillende typen oorlogsschepen; Project 956 "torpedobootjager" en Project 1155 "groot anti-onderzeebootschip". Over het algemeen zijn ze gelijk aan de Amerikaanse Spruance-klasse destroyers en AEGIS-kruisers, al is er binnen de klasse variatie in bewapening en radaruitrusting. Gebaseerd op de Krivak-klasse en met de nadruk op de rol als onderzeebootjager, hadden deze schepen weinig lucht- en oppervlakteafweer.

Oedaloj II[bewerken]

Na de indienstneming van de Oedalojs begonnen de ontwerpers met aan een moderniseringspakket in 1982 voor meer uitgebalanceerde mogelijkheden. Het "Project 1155.1 Fregat II klasse groot ASW schip" (NAVO-codenaam:Udaloy II), Ruslands enige breed inzetbare torpedobootjager, is bedoeld als tegenhanger van de Amerikaanse Arleigh Burke-klasse. De Oedaloj II is aangepast door de vervanging van de SS-N-14 raketten door SS-N-22 raketten, waarmee de rol meer richting oppervlakteschepen verschoof, waarbij de capaciteiten voor de jacht op onderzeeboten wel gelijk bleven door de mogelijkheid tot het lanceren van SS-N-15 raketten vanuit de torpedobuizen. Andere aanpassingen zijn onder meer een verbeterd zelfverdedigingssysteem met de toevoeging van een CIWS-systeem. Daarnaast kreeg het extra luchtafweersystemen. Aangedreven door moderne gasturbinemotoren werd het uitgerust met verbeterde sonars, een geïntegreerd luchtverdedigingsvuurleidingssysteem en een aantal digitale elektronische systemen met moderne componenten.

Schepen[bewerken]

  • Oedaloj I-klasse
    • Oedaloj (1980) - uit dienst, gesloopt te Moermansk in 2002
    • Vice-Admiraal Koelakov (1980) - In onderhoud sinds 1990, niet teruggekeerd in dienst
    • Maarschalk Vasiljevski (BPK 499) (1982)
    • Admiraal Zacharov (1982) - Vloog in brand 1992 en is gesloopt
    • Admiraal Spiridonov (1983) - Uit dienst
    • Admiraal Triboets (1983)- Russische Pacifische Vloot, vloog in brand in 1991, maar kwam terug in dienst
    • Maarschalk Sjaposjnikov (BPK 543) (1985) - Russische Pacifische Vloot
    • Severomorsk (1985) - Noordelijke Vloot
    • Admiraal Levtsjenko (BPK 605) (1987) - Noordelijke Vloot
    • Admiraal Vinogradov (BPK 405) (1987) - Russische Pacifische Vloot
    • Admiraal Charlamov (1988) - Noordelijke Vloot, in reserve, 2006
    • Admiraal Pantelejev (BPK 548) (1990) - Russische Pacifische Vloot
  • Oedaloj II-klasse
    • Admiraal Tsjabanenko (BPK 437) (1995) - Noordelijke Vloot
    • Admiraal Basisty (Gesloopt tijdens bouw)
    • Admiraal Koetsjerov (Nooit te water gelaten)