Oempa Loempa's

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Oempa Loempa's vormen een klein fictief dwergenvolk, dat voorkomt in de boeken Sjakie en de chocoladefabriek en Sjakie en de grote glazen lift van schrijver Roald Dahl. De Oempa Loempa's komen uit Loempaland en zijn de enige personen aan wie chocolademaker Willy Wonka het toestaat dat ze werken in Wonka's chocoladefabriek. De Oempa Loempa's komen in lengte ongeveer tot de knie, hebben een wilde bos groen haar (in de nieuwste film hebben ze bruin haar), en hun loon wordt uitbetaald in cacaobonen, hun favoriete voedsel.

Toen Wonka nog mensen in dienst had, bleken er regelmatig spionnen in zijn fabriek te werken, die zijn nieuwste ideeën stalen. Om deze reden sloot Wonka zijn fabriek. Tijdens een reis op zoek naar nieuwe ideeën voor zijn chocolade, liep Wonka het volk tegen het lijf. Oempa-Loempa's wonen in boomhuizen om zich te beschermen tegen roofdieren. Ze zijn dol op cacaobonen, maar die zijn voor hen door de roofdieren zo goed als onbereikbaar. Een Oempa-Loempa mocht zich gelukkig prijzen als hij er enkele per jaar of in zijn hele leven vond. Noodgedwongen leefden ze op het enige voedsel dat makkelijk beschikbaar was: groene rupsen. Dit walgelijke voedsel en het harde jungleleven waren ze meer dan zat, dus waren ze van harte bereid om voor Wonka te komen werken toen deze aanbood hen uit te betalen in cacaobonen en chocola. Wonka liet het hele volk naar de fabriek verschepen. Zo kon hij zijn fabriek weer openen zonder bang te hoeven zijn voor spionage van zijn concurrenten.

Behalve van cacaobonen houden Oempa-Loempa's ook erg van zingen. Volgens Wonka zijn hun liederen geïmproviseerd en moet men ze niet te serieus nemen. Na de verdwijning van ieder kind zingen ze een liedje, waar toch een zekere moraal uit blijkt:

  • Auguste Gloop: een liedje over hoe dit vervelende gulzige jongetje wordt verwerkt tot een stuk marsepein.
  • Violette Beauregarde: een liedje over haar constante kauwgomgekauw, eindigend met de voorspelling dat ze op een dag niet meer kan stoppen met kauwen en haar tong af zal bijten.
  • Veruca Salt: een liedje over hoe ze in het riool allerlei nieuwe vriendinnetjes zal vinden: een rotte vissenkop, een beschimmeld stuk brood, etc.
  • Mike Teavee: een lied over hoe het voortdurend televisie kijken kinderen achterlijk zou maken, en dat lezen veel beter is.

Ook in Sjakie en de grote glazen lift laten de Oempa-Loepa's hun muzikale talenten blijken. Ze zingen nadat de vier grootouders verjongingsmedicijnen hebben ingenomen en zijn getransformeerd tot baby's, een liedje over de gevolgen van het roekeloos snoepen van medicijnen.

De Oempa-Loempa's hebben een dorp dat in de fabriek staat. Sjakie ziet kort een glimp hiervan vanuit de glazen lift.

De Oempa-Loempa’s werden oorspronkelijk omschreven als zwarte pygmeeën, iets wat door critici als racistisch werd gezien. Daarom veranderde Dahl dit in een latere, herziene versie van zijn boek. De Oempa-Loempa's werden kleine mannetjes uit Zuid-Amerika (wat ook logischer is aangezien de cacao daar ook oorspronkelijk vandaan komt).