Oeverzegge
| Oeverzegge | |||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||
| Soort | |||||||||||||||||||
| Carex riparia Curtis (1783) |
|||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||
De oeverzegge (Carex riparia) is een overblijvende plant uit de cypergrassenfamilie (Cyperaceae). De plant komt van nature voor in Eurazië. In de siertuin wordt de cultivar 'Variegata' gebruikt.
De plant wordt 60-120 cm hoog en heeft lange, kruipende wortelstokken. De bovenaan ruwe stengels zijn scherp driekantig. De 1-2 cm brede, bladeren zijn blauwgrijs, waarvan de onderste bladscheden lichtbruin of soms enigszins purper zijn en niet rafelen. De bladscheden en bladschijven hebben sterk ontwikkelde dwarsnerven.
De oeverzegge bloeit in mei en juni. Aan de bloeiwijze zitten onder de mannelijke aren drie tot vier 10 cm lange en 0,8-1,2 cm brede, vrouwelijke aren. De bloem heeft drie stempels. De schutbladen van de vrouwelijke aren hebben vaak een korte of helemaal geen schede. Het onderste schutblad is meestal langer dan de bloeiwijze. Bovenaan de bloeistengel zittendrie tot vijf 0,4-1 cm brede, donkerbruine tot zwarte, mannelijke aren. Het tweetandige, 5-7 mm lange, gladde, glanzende, olijfgroene urntje is op doorsnede rolrond en heeft een lange snavel. Het urntje is een soort schutblaadje dat geheel om de vrucht zit.
De vrucht is een nootje.
De plant komt voor in moerassen en langs het water.
[bewerken] Namen in andere talen
- Duits: Ufer-Segge
- Engels: Great Pond-sedge
- Frans: Laîche des rives
|
|
[bewerken] Externe link
- Oeverzegge (Carex riparia) op SoortenBank.nl (gebaseerd op de Heukels22, dit is de voorlaatste uitgave)