Oldambt (landstreek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Oldambt is een landstreek tussen de oude Ommelanden en Westerwolde in Oost-Groningen. Het Oldambt is van oorsprong een landbouwgemeenschap en kent een roerige geschiedenis. De streek is voor Nederlandse begrippen zeer dunbevolkt en is economisch weinig ontwikkeld. Met het zogenaamde Blauwestad-project hoopte men hier in de jaren 2000 verandering in te brengen.

Geografie[bewerken]

Kaart 1
Kaart 2

De benaming Oldambt kan op twee manieren opgevat worden:

  • Landschappelijk: het gebied met landschapskenmerken van het Oldambt (kaart 1)
  • Staatkundig: het historische Ommeland/gewest Oldambt (kaart 2)

Het Oldambt bestond voornamelijk uit graslanden, wolden (veengebieden) en kwelders. Het gewest Oldambt is vanouds verdeeld in twee delen:

  • Het Klei-Oldambt dat in de middeleeuwen bekend stond als Menterne (of Mentene; naar het grootste dorp Menterne; later Ter Mente; (Groot-)Termunten). Het werd ook wel 'Noord-Oldambt' of 'het Kleine Oldambt' genoemd. Het bestond grotendeels uit vruchtbaar kleiland, dat voortdurend bloot stond aan het gevaar van overstromingen. Tot het gebied behoorden 5 kerspelen: Groot-Termunten (Grote Munte), Klein-Termunten (Lutke Munte), Borgsweer, Wagenborgen en Woldendorp. De Munte stroomde door dit gebied.
  • Het Wold-Oldambt dat in de middeleeuwen bekend stond als Menterwolde. Het werd ook wel 'Zuid-Oldambt' of 'het Groote Oldambt' genoemd. Het Wold-Oldambt bestond met name uit veengebied, hetgeen ook terug te horen is in veel plaatsnamen. Tot het Wold-Oldambt behoorden in de middeleeuwen 9 kerspelen: Eexta, Finsterwolde, Meeden, Midwolda, Noordbroek, Oost-Finsterwolde, Oostwold, Scheemda en Zuidbroek (met de achterliggende gebieden van Muntendam en de veengebieden). Later werden ook drie dorpen uit het restant van het verdronken Reiderland tot Oldambt gerekend: Beerta, Westerlee en Winschoten. In de 15e eeuw heeft de stad Groningen geprobeerd om ook Blijham en Bellingwolde erbij te trekken (1482, bouw Pekelborg), maar dat is destijds niet gelukt (in 1498 werden de rechten weer overgedragen aan bisschop van Münster Koenraad IV).

Beide Oldambten werden in de middeleeuwen geheel van elkaar gescheiden door de inbraak van de Dollard, waarbij vele dorpen in het Reiderland verloren gingen. In de loop der eeuwen groeiden beide gebieden echter weer aan elkaar vast door vele inpolderingen.

Tegenwoordig wordt ook het tot Nederland behorende deel van Reiderland (met uitzondering van de Punt van Reide) tot het Oldambt gerekend. Het omvat de huidige gemeenten Oldambt, het zuidoostelijke deel van de gemeente Delfzijl, een deel van de gemeente Menterwolde en een deel van de gemeente Bellingwedde. Oorspronkelijk werden ook het grondgebied van de gemeenten Veendam en Pekela tot het Oldambt gerekend, maar tegenwoordig wordt dit gebied onder de Veenkoloniën gerekend.

Oldambt was ook de naam van een waterschap dat ongeveer het gehele gebied omvatte. De gemeenten Reiderland, Scheemda en Winschoten zijn in 2010 gefuseerd tot de gemeente Oldambt. De naamgeving is door een verkiezing onder de inwoners tot stand gekomen. De inwoners van de drie gemeenten hadden keuze uit de drie namen Reiderland, Winschoten en Oldambt, waarbij de laatste 62% van de stemmen kreeg.

Oldambtmeer[bewerken]

In 2005 werd het Oldambtmeer aangelegd in het kader van het project Blauwestad. Dit meer, in zekere zin een voortzetting van het vroegere Huningameer, vormt sindsdien een belangrijk element van het Oldambt. Met een oppervlakte van 800 hectare is het een van de grootste meren van de provincie Groningen. Het is aangesloten op het Winschoterdiep en het Termunterzijldiep om het te ontsluiten voor watersporters uit Noord-Nederland en Duitsland. De aanleg van het Oldambtmeer als onderdeel van het Blauwestad-project riep overigens gemengde gevoelens op. Uit het gebied dat onder water zou worden gezet moesten veel woningen verdwijnen. En daarmee de bewoners die er vaak generaties lang woonden. Een veelgehoord beklag was: "Onze grootvaders hebben het hier drooggelegd en nu laten ze het weer onder water lopen!"

Geschiedenis[bewerken]

Tot ver in de middeleeuwen maakte het Oldambt deel uit van Fivelingo. Deels is dit te zien in de samenstelling van het decanaat Farmsum, dat behalve het gehele Oldambt ook gebieden rondom Appingedam omvatte. De Frankische gouw was bestuurlijk onderverdeeld in ambten, waarvan het Oldambt er één was. De vroegst bekende (Friese) benaming van het gebied is Alda Ombechte (Menko in de Kroniek van Bloemhof bij het jaar 1271), wat op de rand van het zegelwapen van het Wold-Oldambt staat (vanaf 1347 in gebruik). Dat het Oldambt ('het Oude Ambt') als eerste van de gebieden in het noorden van (het huidige) Nederland onder Frankisch bestuur zou hebben gevallen en vandaar de naam oude ambt hebben gekregen is een andere visie.

Het Oldambt maakte sinds de middeleeuwen deel uit van het bisdom Münster, zowel in wereldlijke als in geestelijke zin en werd daarin plaatselijk bestuurd door de Ripperda's in Farmsum, een oud adellijk geslacht dat het dekanaatsambt bezat. Daarnaast werd het Wold-Oldambt bestuurd door de Gockinga's in Zuidbroek en de Houwerda's in Termunten. Het plaatselijke bestuur in een kerspel werd geregeld door middel van een rechtsommegang (dingspel) en de functie van de hoofdelingen.

De grens tussen Reiderland en het Oldambt werd gevormd door de Tjamme. De kuststreek werd voornamelijk bewoond door Friezen en de wolden door Saksen. Beide groepen vermengden zich in een vroeg stadium en de overheersende taal werd al spoedig het Gronings. Het gebied hoorde bij het Friesland tussen Eems en Lauwers (de latere Groningse Ommelanden). De stad Groningen wist het gebied te veroveren door de Gockinga's uit Zuidbroek en de Houwerda's uit Termunten te verdrijven in 1438. Beide onderdelen van het Oldambt vervielen in Groningse handen en werden onderdeel van de Stadsjurisdictie van Groningen. De eerste drost van het Oldambt was Loech Horneken, die vanaf 1444 vanuit de voormalige burcht van de Houwerda's het gebied bestuurde. In 1454 trad het Oldambt nog als een zelfstandig landschap op, maar waarschijnlijk in de tweede helft van de 15e eeuw trok de stad de macht over het gebied langzamerhand steeds verder naar zich toe. In de eeuwen daarop bleven de Oldambtsters strijden om hun vrijheid en onafhankelijkheid (van Groningen), onder meer in 1647. De strijd mocht niet baten en de Oldambtsters bleven de achtergestelde positie ten opzichte van Fivelgo en Hunsingo houden. Door de overheersende positie van de Stad ontwikkelden zich in het Oldambt, anders dan in Fivelingo, Hunsingo en het Westerkwartier, ook geen jonkergeslachten. In het Oldambt hebben daarom ook nooit borgen gestaan met heerlijke rechten.

De toenmalige hoofdplaats van het Oldambt was Midwolda. Het wapen van het Oldambt is de directe voorloper van die van de voormalige gemeente Midwolda. De afgebeelde vergrote kruiskerk van Midwolda diende als plaats voor bestuur en rechtspraak. Zo werd hier het Oldambtster landrecht in 1471 opgetekend. Andere rechtsplaatsen waren Zuidbroek, Finsterwolde in het Wold-Oldambt en Oterdum (later vervangen door Termunten) in het Klei-Oldambt.

Op 23 mei 1568 trokken de Spaanse troepen het Oldambt binnen. Ze werden opgesteld bij het klooster van Heiligerlee, maar werden opgewacht door het Staatse leger dat de Spanjaarden vervolgens het veen in dreef tijdens Slag bij Heiligerlee. Deze gebeurtenis wordt gezien als het begin van de Tachtigjarige Oorlog.

Rond 1800 hadden de (inmiddels ontgonnen veengebieden en) weilanden plaatsgemaakt voor akkers. Dit gebeurde enerzijds omdat er verschillende veepesten uitbraken en het vee dus niet meer kon grazen, anderzijds werden de landbouwkundige technieken en de opbrengsten belangrijk verbeterd. Nu kent men in het Oldambt overwegend bouwland. De introductie van de aardappel in de kleigebieden zorgde voor een grote toename van de rijkdom van de landbouwers. Door de verbetering van de levensomstandigheden voor boerenarbeiders nam de kindersterfte af, en de levensverwachting toe. De arbeidersgezinnen werden steeds groter. Door het grote overschot aan arbeidskrachten en de sterk gestegen welvaart veranderde het karakter van het Oldambt en kwam er een enorm verschil tussen rijk en arm. Door het te grote standsverschil ontstonden wrijvingen tussen boeren en hun arbeiders. De rijkdom van de landbouwers kan men tegenwoordig nog steeds zien aan de kapitale boerderijen in dit gebied.

Ook is de communistische partij in de voormalige gemeente Reiderland een van de overblijfselen van deze ongelijkheid. De NCPN had in het Oldambt haar grootste aanhang met name in deze gemeente. De rest van het Oldambt was overwegend socialistisch gebied, waarbij de SDAP en later PvdA de boventoon voerde. De bevolking was tot ver in de twintigste eeuw werkzaam in de landbouw, al hebben de aardappelmeel- en strokartonindustrie, aan de rand van het gebied, eveneens een belangrijke rol gespeeld.

De periode na de Duitse bezetting in 1940 kende weinig opleving al waren er vormen van verzet tegen de bezetter. De bevrijding van het Oldambt in 1945 werd uitgevoerd door Belgische (Belgisch Eskadron van de SAS), Canadese en Poolse militairen (Poolse 1e Pantserdivisie).

In de jaren 2000 onderging de regio een grote verandering door het project Blauwestad. Dit werd gestart om de regio een positieve economische injectie te geven door de aanleg van het Oldambtmeer en het woningbouwproject Blauwestad. Het Oldambtmeer zorgde voor een grote impuls voor het watertourisme, maar de verwachte verkoop van de huizen bleef ver achter bij de verwachting. Gehoopt was onder meer op rijke westerlingen, maar deze bleven weg en slechts 10% van het aantal woningen werd gerealiseerd binnen de geplande bouwperiode. Bouwbedrijven haakten af en besloten werd daarop een deel van het gebied langdurig als natuurgebied aan te wijzen.

In 2010 gingen de gemeentes Scheemda, Reiderland en Winschoten onder druk van de provincie in het kader van het Blauwestad-project op in de gemeente Oldambt, met ongeveer 40.000 inwoners destijds de tweede gemeente van de provincie Groningen. De gemeente kampt net als het noorden van Groningen met bevolkingsdaling.

Infrastructuur[bewerken]

De A7 vormt een belangrijke schakel in de transportroute naar het noorden van Europa. Sinds 2005 is er over de grens tevens een aansluiting met het zuiden van Duitsland, waardoor het gebied een belangrijke positie voor transport en distributie vormt. Het wachten is echter nog op de verbreding van de N33 en de ontsluiting van het transportknooppunt ten noorden van Veendam. Voor de verbreding van de N33 is door de landelijke politiek inmiddels geld beschikbaar gesteld. Een ander knelpunt in de infrastructuur is de versmalling van het spoor ter hoogte van Zuidbroek tot over de grens met Duitsland. Het belang van railtransport wordt nog onderkend door de landelijke en regionale politiek.

Taal[bewerken]

In het Oldambt wordt een variëteit van het Gronings (Grunnegs) gesproken, die nauw verwant is met het Rheiderlander Platt. Beide zijn onderdeel van de streektaal Nedersaksisch en kenmerken zich door een Fries substraat. Tot het einde van de veertiende eeuw werd hier Fries gesproken. De verwantschap tussen de spreektaal van beide streken is versterkt door het Nederlands, dat tot de tweede helft van de negentiende eeuw ook in het Rheiderland gangbaar was.

Het Oldambtsters wordt door een groot deel van de autochtone bevolking gesproken. Het gebruik van het Gronings neemt af, waarbij er duidelijke verschillen per leeftijdsklasse, woonplaats en beroepsgroep zijn. Met name in de centrumplaats Winschoten is het Nederlands in opmars. Taalkundig onderzoek dat in het begin van de jaren tachtig onder scholieren werd uitgevoerd heeft laten zien dat de streektaal zich in de dorpen aan beide zijden van de Duits-Nederlandse grens het best handhaaft. Duitse toeristen en dagjesmensen die Winschoten bezoeken, worden vaak in het Duits te woord gestaan.

Een van de eerste woorden die nieuwkomers in het Oldambtsters leren, is de groet moi , die op elk tijdstip van de dag en zowel bij het komen als bij het gaan wordt uitgesproken. In de meeste dorpen is het gebruikelijk dat alle voorbijgangers op deze wijze gegroet worden. De uitroep moijeuh geldt als teken van verbazing.

Radio en televisie[bewerken]

In 2010 zijn de vroegere Omroep Scheemda, Radio Winschoten en RTV Blauwestad opgegaan in publieke omroep RTV Logo, dat staat voor Lokale Omroep Gemeente Oldambt. De radioprogramma's worden uitgezonden onder de naam Dollard Radio en de TV-poot heet Blauwestad TV. De overkoepelende organisatie heet Logo.

Sinds 1966 kent de stad Winschoten verder het Winschoter Stadsjournaal; een groep actieve filmers, die het wel en wee in en om de stad Winschoten vastleggen met inmiddels ruim 2000 items en ruim 250 filmproducties. Tussen 2004 en 2010 zond het commerciële radiostation 'Radio Oldambt' uit in de regio vanuit Winschoten.