Oldehove (gebouw)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Oldehove
Oldehove in 2011
Oldehove in 2011
Plaats Oldehoofsterkerkhof, Leeuwarden
Gebouwd in 16e eeuw
Restauratie(s) 1997-1998
Monumentale status Rijksmonument
Monumentnummer  24331
Portaal  Portaalicoon   Christendom

De Oldehove (Fries: Aldehou) is een scheve kerktoren in Leeuwarden die nooit is afgebouwd.

Geschiedenis[bewerken]

Op het plein waar nu de Oldehove staat, stond omstreeks 1100 een tufstenen kerkje, dat in de 13e eeuw vervangen zou worden door een grotere, uit rode kloostermoppen opgetrokken kerk. Men kwam echter niet verder dan de aanleg van de fundering.

Toen in 1435 de dorpjes Oldehove, Nijehove en Hoek werden samengevoegd en de stad Leeuwarden ontstond, kwam er al spoedig behoefte aan een groter godshuis. Zo kwam een driebeukige, aan Sint-Vitus gewijde basiliek tot stand.

Doch de Leeuwarders wilden meer: Ze wilden net zo'n hoge toren bij hun te bouwen kerk bezitten als de Groningers in de jaren 1469-1482 hadden gekregen met de Martinitoren. Er werd dus een actie ontketend en uit heel Friesland stroomde het geld binnen.

Op 28 mei 1529 was het zover: het stedelijk bestuur van Leeuwarden en kerkvoogden van Oldehove droegen aan meester Jacob van Aaken de bouw van een nieuwe toren en kerk te Oldehove op. Als beloning kreeg deze bouwmeester acht stuivers per dag, een vrije woning en gedurende zes jaar waarop de bouw werd geschat een 'eerlyk niuw kleed'.

Bouwmeester Van Aaken was klaar voor het karwei en zoals toen gebruikelijk werd met de fundering begonnen. Van Aaken was van huis uit een vrij stevige bouwgrond (rotsgrond) gewend en het bouwen op de Friese klei was voor hem zonder twijfel een experiment. Hij liet een grote, diepe kuil graven, waarin tot een hoogte van 1,15 meter afwisselend harde kalk - en stevige kleilagen werden aangebracht. Daarop is men begonnen met de bouw van de toren.

Om elk risico uit te sluiten werd de Oldehove van een brede voet voorzien, nog geaccentueerd door acht vrij ver uitstekende zware steunberen. Op deze steunberen zouden consoles heiligenbeelden en engelenbeelden geplaatst worden, dit is echter nooit verwezenlijkt. Toch hebben deze maatregelen niet geholpen, want de toren begon al in noordwestelijke richting te verzakken toen hij nog maar 10 meter hoog was. De tegen de noordwestelijke steunbeer gebouwde traptoren met zijn 127 zandstenen treden en zijn formidabele gewicht, was naar het oordeel der deskundigen oorzaak van de verzakking: 1,68 meter uit het lood.

Jacob van Aaken heeft het einde van de werkzaamheden niet meer meegemaakt, want drie jaar na het begin van het werk overleed hij. De nieuwe bouwmeester Cornelis Frederiks heeft er slechts een jaar aan mogen werken, waarna de bouw werd stilgelegd, met als bijzonder kenmerk dat de toren scheef stond. Daar komt bij dat de verzakkingen tijdens de bouw werden gecorrigeerd door geregeld opnieuw 'te lood' verder te metselen, waardoor de toren niet alleen scheef staat maar ook krom is.

De toren is nog wel gebruikt voor de brandwacht, die toezicht hield of er er ergens brand was in de stad. In dat geval kon hij een klok luiden. De haard waar de brandwacht een vuur kon stoken is nog aanwezig. De Oldehove is nooit een vuurtoren geweest, dit is slechts een sprookje. De later ingepolderde Middelzee waarnaast de Oldehove gebouwd werd was ten tijde van de bouw al geruime tijd dichtgeslibd.

Zijzijde met het standbeeld van Pieter Jelles Troelstra (Hildo Krop, 1962)

Na de bouw[bewerken]

In 1570, toen Leeuwarden voor korte tijd bisschopsstad werd, werd de Sint-Vituskerk zelfs Domkerk. In september 1576 stortte de kerk echter in na een harde storm. De instorting werd door veel protestante Friezen als een vingerwijzing Gods gezien dat de Roomse Kerk het niet lang meer zou maken. Inderdaad zou Cunerus Petri, de eerste en laatste bisschop van Leeuwarden, in 1578 uit Friesland worden verdreven. De muren van de kerk zouden het nog tot 1706 uithouden

En de toren bleef een zorgenkind, want elke eeuw weer moesten er verschillende keren kostbare herstelwerkzaamheden worden verricht of ingrijpende voorzieningen worden getroffen.

De jongste restauratie begon op 4 juni 1997 en op 23 januari 1998 werd de toren weer officieel in gebruik genomen als symbool van de stad Leeuwarden en als uitzichttoren. Ook is het mogelijk om te trouwen in de Oldehove, hiervoor is in 1998 een trouwzaal voor ongeveer 50 personen ingericht in de toren.

De restauratie heeft veel geld, moeite, improvisatievermogen en improvisatietalent gevraagd, maar het resultaat is beslist navenant. Het belangrijkste Leeuwarder monument staat er weer kant en hecht bij.

In januari 2005 is het mysterie van de Oldehove ontrafeld: de toren blijkt gebouwd te zijn op het talud van een oude terp, wat de toenmalige bouwmeesters niet voorzien hadden.

In 2012 werd de Oldehove beschadigd door een man die straatklinkers tegen het ingemetselde grafzerk van de Dekema's gooide.[1].

Klokken van de Oldehove[bewerken]

Vanwege de bouwkundige staat van het gebouw en klachten over geluidsoverlast door de omgeving, worden de klokken alleen nog in speciale gevallen geluid.

De grote klok in de Oldehove[bewerken]

Gegoten in Leeuwarden in 1633 in klokgieterij van Hans Falck, gevestigd in de voormalig kerk van Nijehove (gewicht 4500 kilogram).

De kleine klok in de Oldehove[bewerken]

Gegoten in 1637 in dezelfde gieterij (v.m. kerk Nijehove), die toen toebehoorde aan de opvolger van Hans Falck: Jacob Noteman (gewicht 2100 kilogram).

De oudste klok[bewerken]

De Oldehove heeft oorspronkelijk in de Nieuwetoren (Grote Hoogstraat/Klokplein) - afgebroken in 1884 - gehangen. Hij werd in 1541 gegoten door Cornelis Wagheneus te Antwerpen. In 1914 werd het oude carillon (nu gerestaureerd) van de Nieuwetoren opgehangen in het stadskoepeltje. De grote luidklok paste niet meer in het stadskoepeltje en ging daarom naar de Oldehove. De naam van de klok is de Leeuw.

Randschrift (Latijn):
"lure Leo dicor. Leowardica culmina circum Rugio, dinumrans horas, nostro vndique ciues Rugitu horrisono ad flammes conguntur ad arma. Cornelis Wagheneus Me fecit Anno MDXLI".
Vertaling Nederlands:
"Met recht word ik de Leeuw genoemd. Ik brul rondom de spitsen de Leeuwarder daken, de uren aftellende. Door mijn vervaarlijk gebrul worden de burgers van alle kanten tot de brand in wapens geroepen. Cornelis Wagheneus heeft mij gegoten in 1541".

Technische gegevens[bewerken]

De Oldehove is ongeveer 40 meter hoog. Hij heeft 183 treden met een onderlinge afstand van 22 cm, dat is 183 × 22 cm = 40,26 meter.

De Oldehove hangt 1,68 meter uit het lood in noordwestelijke richting. Dit is op 40 meter hoogte ongeveer 2 graden. De draagmuren, dit zijn de noord- en de zuidmuur, zijn 2,36 meter dik. De oost- en westmuur, welke in 1599 zijn dichtgemetseld voor extra steun, zijn 60 cm dik.

De toren zou oorspronkelijk 120 meter hoog worden. Het voorbeeld is de Freiburger Münster in Freiburg im Breisgau in Duitsland in het Zwarte Woud.

Sage[bewerken]

Volgens de sage zat er in de middeleeuwen eens een oude vrouw te breien. Zij zat aan de oude Middelzee, daar waar de terpen Nijehove, Oldehove (Leeuwarden) en Hoek (Leeuwarden) lagen. Terwijl zij een beetje voor zich uit zat te staren dreef daar opeens een oude toren, op een stukje land voorbij. De oude vrouw riep van verbazing uit: "Hou alde, hou!" (Stop oude, stop.) Dat deed de toren en vandaar dat op de oude rand van de Middelzee, bij de terpen Nijehove, Oldehove en Hoek nu een toren staat met de naam Aldehou; Oldehove in het Nederlands.

Literatuur[bewerken]

  • 'De oldehove', in: Verhalen van stad en streek: Sagen en legenden in Nederland/ W. de Blécourt, R.A. Koman [et al.]. Bert Bakker 2010, pp. 88-90.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties