Olijf

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Olijven)
Ga naar: navigatie, zoeken
Olijfboom
Olijven op een markt in Zuid-Frankrijk
Olijven op een markt in Zuid-Frankrijk
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Lamiiden
Orde: Lamiales
Familie: Oleaceae (Olijffamilie)
Geslacht: Olea
Soort
Olea europaea
L. (1753)
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Olijfboom in de Provence
Vruchten plukken met een olijvenharkje

De olijf is de vrucht van de olijfboom (Olea europaea), een boom van de olijffamilie (Oleaceae). Het geslacht Olea telt ongeveer 20 soorten met een groot spreidingsgebied, voornamelijk in de Oude Wereld. De olijf zelf wordt gegeten en uit de pit en het vruchtvlees wordt olijfolie gewonnen. De olijf is traditioneel en ook vandaag de dag nog een van de belangrijkste landbouwproducten van onder andere de landen rond de Middellandse Zee.

Voedingswaarde[bewerken]

Volgens het Voedingscentrum behoren olijven tot het fruit. 100 gram olijven leveren een energiewaarde van 111 kcal. Verder bestaat 100 gram olijven uit 11,0 g vet, 4,0 g voedingsvezel, 1 g eiwit, 0,0 g koolhydraten, 2,0 mg vitamine E, 0,020 mg vitamine B6, 2,250 g natrium, 5,625 g zout, 91 mg kalium, 22 mg magnesium, 61 mg calcium, 17 mg fosfor, 1,8 mg ijzer, 1 µg seleen, 0,23 mg koper en 0,22 mg zink.[1]

Oorsprong[bewerken]

Olijfbomen hebben zich circa zesduizend jaar geleden verspreid vanuit Armenië naar Palestina en vandaar naar de gebieden rond het oostelijk deel van de Middellandse Zee, zoals Syrië en Klein-Azië. In de cultuur van het Joodse volk wordt de boom nog steeds als symbool van vrede en geluk gezien.

Al duizenden jaren wordt de boom in de literatuur van landen rond de Middellandse Zee genoemd, zoals in Griekse mythologie en Tenach. Volgens de Griekse mythologie schonk Pallas Athene in haar wijsheid een olijfboom aan de stad Athene. Nog steeds staat er daarom een olijfboom op de Akropolis.

Rond 600 v.Chr. verspreidt de teelt van olijfbomen zich naar Griekenland, Italië, Noord-Afrika en andere mediterrane landen. Ook in andere delen van de wereld, zoals Australië, Florida, Brazilië, Mexico, en China worden tegenwoordig olijven geproduceerd.

Olijven[bewerken]

De olijvenoogst vindt in het late najaar plaats. Er zijn verschillende manieren om de olijven te plukken. Ten eerste kan met een emmertje de boom in geklommen worden, waarna de olijven in het emmertje geritst worden. Ten tweede kan er een net of (plastic) kleed onder de boom gelegd, waarna de boom geschud wordt, en de takken met stokken bewerkt worden zodat de olijven in het net of kleed vallen. Ten derde kunnen de olijven met een soort harkjes van de takken getrokken worden. Ook dan vallen de olijven in een net of kleed, dat daarna samengevouwen wordt, waarna de olijven in een mand of krat geschud worden. Er is ook een elektrische variant van de hark in gebruik, waarbij de 'hark' ronddraait.

Olijven worden niet vers van de boom gegeten. Ze worden eerst een paar maanden tot een jaar in een zoutwaterbadje gelegd om de bittere smaak te verwijderen. Het proces kan worden versneld door de schil in te kerven of door de olijven na het plukken kort in te vriezen, waardoor het zout sneller door de vrucht wordt opgenomen. Olijven kunnen in allerlei gerechten verwerkt worden, in Griekenland veelal met wat feta (geiten- of schapenkaas). Verder eet men ze als onderdeel van salades, op pizza's en andere maaltijden. Veel olijven worden niet ingemaakt, maar door middel van persing tot olijfolie verwerkt, een vloeistof die zeer veel toepassingen heeft zoals voor het bereiden van voedsel, als brandstof voor verwarming en verlichting, als geneesmiddel of als basis voor cosmetica (bijvoorbeeld zeep).

De meeste mensen kennen het onderscheid tussen de groene en de donkere (zwarte) olijven. De groene olijven zijn eigenlijk de onrijpe vruchten. De zwarte zijn dan ook zachter en wat sterker van smaak.

Er vallen meer soorten olijven te onderscheiden. In het Grieks wordt onderscheid gemaakt tussen onder meer zes verschillende soorten: elitses (klein van formaat, met weinig vruchtvlees), kalamata (grote zwarte olijf), thasos, Ionische groene en throumpes (gerimpelde olijven).

Olijfboom[bewerken]

Door onderling kruisen bestaan er vandaag de dag meer dan 80 soorten olijfbomen. De boom groeit aanvankelijk relatief langzaam, heeft een dikke stam en lange wortels. Vanwege de groei van de wortels, moet er telkens een minimale afstand tussen de bomen worden aangehouden bij het beplanten. Pas na 5 jaar begint de boom vruchten te dragen. Olijfbomen kunnen vele honderden jaren oud worden. Oude olijfbomen zijn bijzonder waardevol.

De boom waaruit in de loop der eeuwen onze eetbare olijven zijn ontstaan is eigenlijk een ondersoort, namelijk Olea europaea subsp. sylvestris. In Oost-Afrika komt nog een andere ondersoort voor, Olea europaea subsp. cuspidata, met kleine olijven die nauwelijks eetbaar zijn. In de hooglanden van Ethiopië komt deze Afrikaanse wilde olijf vaak voor in kerkbossen, kleine resten natuurlijk bos in een voor de rest vaak boomloos landschap.

In Nederland en België worden olijven soms geteeld als kuipplant. De oudere planten mogen het hele jaar op volle grond in Nederland en België staan. Ze herstellen snel na lichte vorst.

Aanschaf en verzorging[bewerken]

Let goed op bij de aanschaf van een olijfboom dat deze niet op kluit wordt verkocht. De planten dienen goed geworteld te zijn.

De olijfbomen staan graag op de zonnigste plek in de tuin. Zorg voor een zeer goed doorlatende zanderige kleigrond die het liefst wat kalk bevat. Natte voeten zijn dodelijk voor een olijf. In de zomer geef je een gemiddelde hoeveelheid water. In de winter geef je nauwelijks water, maar de grond mag nooit helemaal uitdrogen. Hetzelfde geldt voor olijven die in de kuip staan. Goede drainage is belangrijk, daarom leg je kleikorrels of scherven onder in de pot, die nemen het meeste water op. Het overtollige water moet uit de pot kunnen stromen, zodat er geen wortelrot optreedt.

Door wat snoeiwerk kun je een losse slordige groei van een jonge olijfboom wat corrigeren, maar dit gaat meestal ten koste van de bloemen, die zich op de groei van het voorgaande jaar vormen. Toch is het aangeraden om de lange takjes in het voorjaar in te korten om de boom mooi compact te houden. Ook de bemesting vindt plaats in het voorjaar, Osmocote (in de vorm van korrels) is een goed voorbeeld van een langzaam werkend bemestingsmiddel.

Olijfbomen kunnen last hebben van schimmel, die ook op de aardappelen en druiven kan voorkomen. Het is te herkennen aan de zwarte ronde vlek op de blad van de boom, die dan ook geleidelijk geel wordt. De olijfvlieg die in Zuid-Europa voorkomt en daar schade aan de olijvenoogst toebrengt, komt in Noord-Europa niet voor.

In de koudste wintermaanden december / januari verdient het aanbeveling om de jonge olijf in te pakken. Met stro kan je de voet van de plant bedekken en daarna met jute omwikkelen, zodat de plant kan blijven ademen maar ook voldoende vocht kan absorberen. Winterbeschermingshoezen verhogen de temperatuur met 7 graden Celsius. Deze doeken zijn gemaakt van fleece en laten vocht en licht door. Gebruik van noppenfolie (bubbeltjesplastic) wordt afgeraden; dit zorgt namelijk voor condensvorming waardoor de vorst sterker toeslaat.

U kunt ook een verlichtingsslang gebruiken en die om de boom heen wikkelen wat ook voor extra warmte kan zorgen. Tegenwoordig zijn er ook speciale warmtekabels verkrijgbaar, welke olijfbomen helpen beschermen tegen strenge vorstperioden. Oude exemplaren kunnen –18 °C hebben, jonge planten tussen –10 en –15 °C.

Snoei[bewerken]

Het snoeien van de olijfboom behoeft op zich geen probleem te zijn; eigenlijk behoeft de boom nooit gesnoeid te worden, maar daarnaast kan de boom net als een knotwilg rigoureus elk voorjaar geknot worden. Dat zijn de twee uitersten. Van belang is of de olijf ook bestemd is om er vruchten van te krijgen, want dan is het belangrijk om te weten dat een olijfboom nooit twee maal aan dezelfde tak vruchten draagt en dient men dus de takken die gedragen hebben in het voorjaar terug te nemen. Een andere mogelijkheid is om de takken van de boom terug te knippen tot 20 cm van de stam. Olijven worden volop gekweekt rond de Middellandse Zee, warme droge zomers en relatief milde winter zijn een ideaal klimaat. Andere teeltgebieden zijn Australië en Californië waar een gele olijf gekweekt wordt. De olijf groeit uit tot een groenblijvende boom van een meter of negen. De oogst gebeurt door met een stok op de takken te slaan, of door mechanisch de olijven uit de boom te schudden. Na de oogst worden de vruchten naargelang van hun soort ingelegd in zuur, alkalisch of aan de lucht blootgesteld. Er bestaan een twintigtal soorten van het geslacht Olea. Er zijn veel soorten olijven met grote en kleine vruchten. Groene of zwarte olijf is geen kwestie van soort, maar van tijdstip van oogsten. Onrijpe olijven zijn groen, rijpe zijn zwart, diepbruin of paars. Tegenwoordig worden groene olijven ook door middel van een chemisch proces zwart gemaakt. Dat gebeurt door middel van een oxidatie proces en door toevoeging van ferrous glucose.

Zaken die naar de olijf zijn genoemd[bewerken]

  • De Olijfberg in Jeruzalem
  • Olijf: een deel van de medulla oblongata, een deel van de hersenstam dat de informatie uit het cerebrum (grote hersenen) en het ruggenmerg doorstuurt naar het cerebellum (kleine hersenen)
  • Olijfje (Olive Oyl), vriendin van tekenfilmfiguur Popeye
  • Olijfgroen, een specifieke kleur groen

Afbeeldingen[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties