Omgrenzingsprofiel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Reden voor maximale hoogtes van spoormaterieel, zoals hier bij de Londense Northern Line bij het verlaten van de metrotunnel bij Hendon.

Het omgrenzingsprofiel (soms ook gabariet) is de aanduiding voor de maximale afmetingen die een trein mag hebben. Het aanverwante begrip profiel van vrije ruimte (PVR) is de aanduiding voor de ruimte waarbinnen zich geen andere objecten (zoals perrons, seinen en bovenleidingpalen) mogen bevinden. Het PVR is daarom altijd wat groter dan het omgrenzingsprofiel.

Het profiel van vrije ruimte wordt gebruikt bij het ontwerpen van dwarsprofielen van autosnelwegen, tunnels, spoorwegen enzovoort.

Spoorwegen algemeen[bewerken]

Laadmal, om te controleren of de lading binnen het (statische) omgrenzingsprofiel valt.
Omgrenzingsprofielen G1 en G2 (statisch), volgens de Eisenbahn-Bau- und Betriebsordnung (EBO).
Duits profiel van vrije ruimte (PVR) voor omgrenzingsprofiel G2.[1]

Profielen[bewerken]

Er zijn verschilleden soorten omgrenzingsprofielen, naast de verschillende maatvoeringen zijn er drie verschillende rekenmethoden en meestal wordt er een opdeling gemaakt door het profiel op te splitsen in een onderste gedeelte, een midden/bovenste gedeelte en eventueel daarboven nog een ruimte voor de in werking zijnde stroomafnemer(s).

Gebruik[bewerken]

Het omgrenzingsprofiel is een profiel waarbinnen een spoorvoertuig zich te allen tijde moet bevinden. Door verschillende beperkende factoren worden de daadwerkelijk maten van het voertuig verder beperkt. Het gaat dan om bogen in zowel het horizontale als het verticale vlak en beweging van het voertuig als gevolg van onder andere de vering. Om deze maten te kunnen uitrekenen heeft men referentieprofielen opgesteld, aan de hand waarvan men met allerlei formules het maximum constructieprofiel kan uitrekenen. De grootte hiervan varieert in de lengte van het voertuig, als gevolg van de afstand tot het draaipunt. Omdat dit niet praktisch is bij de bouw, houd met uiteindelijk een effectief constructieprofiel over, waarvan de breedte van de bak bepaald wordt door de kleinste breedte van het maximum constructieprofiel binnen de draaipunten. Het uiteinde van het voertuig loopt vaak een klein beetje taps toe als gevolg van het maximum constructieprofiel.

In sommige gevallen kennen profielen nog extra lijnen die gelden voor specifieke delen van een trein. Zo kennen schoorstenen van stoomtreinen soms kleinere maximumhoogtes in verband met de uitstoot van rook. Elektrische voertuigen kennen een extra beperking voor stroomvoerende delen. Dit in verband met de benodigde isolatieafstand voor niet omklede metalen onderdelen op het dak van een (tractie)voertuig waarop hoogspanning staat, zoals de reserve stroomafnemer.

Een stap groter is het profiel van vrije ruimte (PVR), dat bij de bouw van een spoorweg gebruikt wordt als maat waarbinnen zich niets mag bevinden (behalve de trein zelf). Alle installaties zoals perrons, bovenleidingpalen en seinen moet buiten dit profiel liggen. Het PVR kent in andere landen nog een onderverdeling, er is dan een iets kleiner profiel beschikbaar voor vaste installaties naast het spoor (beladingsinstallaties e.d.)en in het grotere PVR zitten daarnaast ook onder ander ruimtes om langs de trein te lopen (voor noodgevallen en personeel).

Tenslotte wordt er buiten het PVR nog meer ruimte vrijgehouden voor speciale transporten die het omgrenzingsprofiel overschrijden. In Nederland heet dit het rode meetgebied (RM). Het is alleen bedoeld op lijnen waar goederen worden vervoerd en wordt ook niet op alle sporen toegepast. Dergelijk vervoer moet speciaal aangevraagd worden en kent aparte regelgeving. Vaak moet de snelheid beperkt worden en kan de trein maar via een beperkt aantal sporen door een station.

Rekenmethoden[bewerken]

Er zijn verschillende rekenmethoden om te bepalen wat de maximum maten van het rollend materieel mogen zijn. Men maakt hier onderscheidt tussen de statische, kinematische en de dynamische methode, elk met een eigen referentieprofiel. Daarnaast kan het zo zijn dat per (nationaal) omgrenzingsprofiel nog extra regels of vereenvoudigingen zijn. De rekenmethoden verschillen in de mate waarin de bewegingen die het rollend materieel kan maken wordt uitgerekend. Aan de hand van de bijbehorende afspraken kan dan bepaald worden hoe groot een voertuig mag zijn en welke marges moeten worden aangehouden bij het bepalen van het bijbehorende profiel van vrije ruimte.

Bij gebruik van het statische referentieprofiel worden niet alle bewegingen van het voertuig uitgerekend, maar worden voor een aantal variabelen een vaste waarde gekozen. Hierdoor is de berekening eenvoudig, maar wordt de beschikbare ruimte niet optimaal benut. De kinematische methode houd wel rekening met een aantal bewegingsmogelijkheden (ongunstige stand van de assen, zijdelingse speling van spoor en voertuig, enzovoort), waardoor de maximaal toelaatbare maten nauwkeurig berekend kunnen worden.[2][3][4]

Overzicht soorten profielen[bewerken]

Het bovenstaande verhaal geeft dan van klein naar groot:

  • Effectief constructieprofiel
  • Maximum constructieprofiel
  • Referentieprofiel
  • Profiel van vrije ruimte (PVR); voor vaste installaties
  • Profiel van vrije ruimte (PVR); voor overige
  • Rode meetgebied (RM); ruimte voor speciaal vervoer
Wagenopschriften
v.l.n.r.: contactgegevens, UIC-nummer, omgrenzingsprofiel (hier G1), ABC-raster en HGK-logo.

Rollend materieel opschriften[bewerken]

Goederenwagens[bewerken]

Tegenwoordig staat op nieuwe of gereviseerde goederenwagens vaak een aanduiding binnen welk omgrenzingsprofiel de afmetingen van de wagen vallen. Hierbij staat de de naam van het profiel (bijvoorbeeld G1 of GA) in een omlijning die een omgrenzingsprofiel of een laadmal moet voorstellen. Deze staat op zijn beurt links in een rechthoek.[2]

Stoomlocomotieven[bewerken]

Bij het zogenoemde Betriebsgattungszeichen van de voormalige Deutsche Reichsbahn is er ook een aanduiding voor overschrijding van het omgrenzingsprofiel. Een driehoek betekent dat er delen van de stoomlocomotief buiten het omgrenzingsprofiel steken, indien dit alleen een afneembaar stuk van de schoorsteen betreft staat er een balk boven de driehoek, zie ook afbeeldingen links.

Geschiedenis[bewerken]

Op 1 januari 1914 is er een standaardprofiel voor Europa ingevoerd. In de periode daarvoor werd voor internationaal verkeer veelal het Franse omgrenzingsprofiel aangehouden, omdat dat het kleinste profiel was van het Europese continent. Het nieuw gedefinieerde (statische) standaardprofiel had de naam passe-partout international (PPI), maar werd ook vaak het Bernse profiel genoemd, naar de plaats van de conferentie waarop men hiertoe besloot. Het wordt tegenwoordig nog steeds veelvuldig gebruikt, vaak aangeduid als G1 of als UIC 505-1, wat de naam is van het document waarin deze volgens de kinematische rekenmethode gedefinieerd staat. Later zijn in aanvulling hierop in UIC leaflet 506 nog meer profielen vastgesteld, voornamelijk bedoeld voor (grensoverschrijdend) vervoer van containers. Deze zijn een klein stukje hoger (40 mm) en hebben een steeds hoekiger wordend dak. Een deel van deze profielen (GB1 en GB2) zijn specifiek bestemd voor het vervoer van wissellaadbakken en opleggers, dit type vervoer vereist een nog grotere hoekhoogte.

Dan zijn er nog twee internationale profielen, die weer enkele decimeters hoger zijn dan de rest. Het G2 profiel heeft duidelijk afgeschuinde kanten, met als gevolg dat de hoeken van het profielen groter dan GA er buiten vallen. Het GC profiel heeft bijna rechte zijkanten, met als gevolg dat alle voorgenoemde profielen er binnen vallen. Tevens is de de Europese standaard voor nieuw te bouwen spoorlijnen. In de praktijk wordt dit profiel nog niet toegepast op spoorvoertuigen, omdat nog niet voldoende spoorlijnen aan dit profiel voldoen.

Alle omgrenzingsprofielen die gebruikt worden voor internationaal vervoer (G1, GA, GB, GB1, GC en G2) hebben tot 3.250 mm een gelijke vorm als G1, daarboven hebben ze een steeds hoekiger wordend dak. Er bestaat daarnaast ook nog verschillende profielen die alleen een afwijkende vorm van de onderkant specificeren.[2]

Welk omgrenzingsprofiel een trein mag hebben is afhankelijk van de te rijden route. Per spoorlijn en in enkele gevallen per spoor, is vastgelegd wat het maximum toelaatbare omgrenzingsprofiel is. Veel landen kennen naast de internationale profielen ook nog een eigen omgrenzingsprofielen, die meestal een aantal internationale profielen omsluiten. Daarbij is het mogelijk dat een spoorlijn meerdere profielen toelaat die niet binnen elkaars maten vallen.

Overzicht internationale referentieprofielen[bewerken]

De huidige internationale profielen zijn van de UIC en staan gedefinieerd in UIC leaflets 505 en 506. Europese omgrenzingsprofielen zijn afgeleid van de UIC leaflets, bij het opstellen van de Technische Specificaties voor Interoperabiliteit (TSI) door het Europees Spoorwegbureau van de EU.[2][5] Deze zijn ook terug te vinden in de Europese Norm nr. 15273.[3][4]

Voor een deel staan deze (statische) omgrenzingsprofielen, samen met een groot aantal nationale profielen, ook gedefinieerd in internationale afspraken over goederenvervoer op het Europese vasteland, dit zijn de zogenoemde Regolamento Internazionale dei Veicoli (RIV).[6]

Omgrenzingsprofiel Statisch referentieprofiel Kinematisch referentieprofiel Gebruik Opmerkingen
UIC en/of TSI RIV Breedte Hoogte Breedte Hoogte
G1 / UIC 505-1 T 11 3,150 m 4,280 m 3,290 m 4,310 m Voor bijna alle normaalspoorwegen op het Europese vasteland. als statisch profiel ook PPI of Berns profiel genoemd.
GA T 12 3,150 m 4,320 m 3,290 m 4,350 m
GB T 13 3,150 m 4,320 m 3,290 m 4,350 m Geschikt voor vervoer van ISO-containers (ook 'high-cube').
GB1 / GB+ 3,150 m 4,320 m 3,290 m 4,350 m Voor transport van opleggers.
GB2 3,150 m 4,320 m 3,290 m 4,350 m Voor transport van opleggers. Iets andere dakvorm als GB1.
G2 T 14 3,150 m 4,650 m 3,290 m 4,680 m o.a. NL, DE, AT, CZ, PL, DK en SE.[7]
GC 3,150 m 4,650 m 3,290 m 4,700 m Moet worden toegepast bij nieuwbouw van TEN-T corridors (in EU). Platte bovenkant van 3,080 mm breed.

De onderzijde van omgrenzingsprofielen zijn (meestal) apart gedefinieerd, voor statische profielen gaat het om het gebied van 0 tot 430 mm vanaf bovenkant spoorstaaf, voor kinematische profielen van 0 tot 400 mm. Het kinematische profiel G1 / UIC 505-1 kent een eigen beschrijving van de onderzijde, in twee varianten die overeenkomen met de profielen GIC1 en GIC2. [2][3]

Omgrenzingsprofiel Ten behoeve van Opmerkingen
statisch kinematisch
GIS1 GIC1 voertuigen die wel geheuveld mogen worden
GIS2 GIC2 voertuigen die niet geheuveld mogen worden
- GIC3 lagevloerwagens v/d Rollende Landstraße

Normaalspoor Europa[bewerken]

Overzicht Europese nationale profielen[bewerken]

Veel landen kennen hun eigen omgrenzingsprofielen, in een aantal gevallen valt een internationaal profiel binnen deze maten.[6] Voor Nederland staan deze in de Regeling Keuring Spoorvoertuigen van Inspectie Leefomgeving en Transport.[8] Voor Duitsland staan deze in het Eisenbahn-Bau- und Betriebsordnung van het Eisenbahn-Bundesamt (EBA).[9] In de onderstaande tabel staat alleen de hoogte in het midden van het profiel weergegeven:[3][4]

Nationale profielen Europa[bewerken]

Omgrenzingsprofielen in Nederland

Nederland[bewerken]

ProRail gebruikt in zijn netverklaring drie verschillende omgrenzingsprofielen, te weten G2, NL1 en NL2. Het internationale profiel G2 is in gebruik op enkele (diesel)lijnen. De meeste lijnen in Nederland voldoen aan NL1, deze is breder dan G2 (3,600 m i.p.v. 3,290 m), maar heeft dezelfde dakvorm. Daarnaast is er NL2, dat dezelfde breedte heeft als NL1, maar een gelijke dakvorm als het internationale profiel GC. Deze wordt toegepast bij nieuwbouw en grote verbouwingen, waarmee voldaan wordt aan de eisen van de Europese Unie. Dit is tot op heden toegepast voor de Betuweroute, de HSL-Zuid, de Hanzelijn en de spoorverdubbelingen rondom Utrecht.[17]

Oudere wetgeving sprak van Operationeel Profiel Spoor (OPS) in drie soorten, te weten NL, GC en Zoetermeerlijn. OPS-NL is vervangen door NL1, OPS-GC door NL2 en OPS-Zoetermeerlijn is komen te vervallen door de ombouw van de desbetreffende lijn tot Randstadrail. Dit profiel had een afwijkende (lagere) hoogte van 4,30 meter. Normale treinstellen zoals Mat '64, Dubbeldekstreinen en de Koploper waren hier dan ook niet toegelaten.

Buiten Profielcodes[bewerken]

Er zijn gevallen waarbij de lading buiten het profiel uitsteekt. Soms is het dan mogelijk om dergelijke treinen toch te laten rijden. Meestal gaat het dan om gecombineerd vervoer in de vorm van opleggers, containers en wissellaadbakken. Dergelijke treinen zijn in Nederland op een groot aantal baanvakken toegelaten. Voor de eenvoud zijn er drie categorieën gedefinieerd, elk met internationale profielcodes[18] als maximummaat. De beperkingen als gevolg van de profieloverschrijding zijn nauwkeurig vastgelegd door Prorail. Per locatie is vastgelegd welke sporen met beperkte snelheid of helemaal niet bereden mogen worden.[19]

Buiten profielcode Internationale codes
(Hk-PNr.)
Max. hoekhoogte
(2,60 m breed)
Hoogte van laadeenheid
Oplegger Wissellaadbak
BP1 P/C 50 P/C 380 4,13 m 3,80 m 2,95 m
BP2 P/C 70 P/C 400 4,33 m 4,00 m 3,15 m
BP3 P/C 80 P/C 410 4,43 m 4,10 m 3,25 m

Luxemburg[bewerken]

Luxemburg kent een tweedeling in het netwerk wat omgrenzingsprofielen betreft. Op de spoorlijn Luxemburg - Troisvierges en de daarvanaftakkende lijnen is het GA-profiel en het nationale profiel (welke gelijk aan G2) toegelaten. Op alle andere lijnen in het land (vanaf de hoofdstad opzij en naar onderen) is daarnaast ook het GB-profiel toegelaten.[20]

Groot-Brittannië[bewerken]

Groot-Brittannië heeft wel de standaardspoorwijdte van 1.435 mm, maar op de meeste lijnen een veel smaller omgrenzingsprofiel, genaamd W6a. Zo mag het materieel maximaal 2.820 mm breed en 3.965 mm hoog zijn. Door de beperkte hoogte kunnen in Groot-Brittannië geen dubbeldekstreinen rijden. De High Speed 1, de hogesnelheidslijn tussen de Kanaaltunnel en Londen, is wel geschikt voor het continentaal-Europese GC-profiel. Op een klein aantal lijnen zijn andere profielen in gebruik:

  • W8: staat standaardcontainers van 2,6 m breed toe op standaard vrachtwagons.
  • W9: staat 2,9 m hoge Hi-Cube containers toe op Megafret wagons, evenals (2,5 m brede) Euro containers.
  • W10: staat 2,9 m hoge Hi-Cube containers toe op standaard vrachtwagons, evenals (2,5 m brede) Euro containers. Dit profiel is ruimer dan UIC GA. Het is in gebruik op de West Coast Main Line.
  • W11: weinig gebruikt, ruimer dan UIC GB.
  • W12: is met 2,6 m iets breder dan W10, om het transport van gekoelde containers mogelijk te maken. Dit is het aanbevolen profiel voor nieuwe bouwwerken zoals bruggen en tunnels.
  • UIC GC: in gebruik in de Kanaaltunnel en de aansluitende High Speed 1.

Zweden[bewerken]

Zweden kent drie verschillende omgrenzingsprofielen. SE-A is 3,400 m breed en 4,650 m hoog, waarmee het ook de internationale GA en GB-profielen omvat. SE-A is op het hele net te gebruiken. Enige uitzondering is een deel van de Malmbanan, hierop geldt het lagere SE-B (4,300 m) tot de modernisering van de lijn is afgerond. Tenslotte is er nog SE-C, dat wordt toegepast op nieuwgebouwde spoorlijnen. Dit profiel is iets groter dan het GC-profiel.[21]

Zwitserland[bewerken]

Zwitserse regelgeving ten aanzien van de spoorwegen staat in de Ausführungsbestimmung zur Eisenbahnverordnung (AB-EBV). Hierin staan ook de omgrenzingprofielen (Bezugslinie) en het profiel van vrije ruimte (PVR) met en zonder veiligheidsruimtes (Lichtraumprofil respectievelijk Grenzlinie der festen Anlagen). Alleen kennen ze een opdeling een onderste gedeelte, een bovenste gedeelte en een ruimte voor de stroomafnemer, aangeduid met een letter (O, B en S). Elk deel kant op haar beurt weer meerdere varianten voor verschillende toepassingen, aangeduid met een cijfer.[22][23]

Bovenkant[bewerken]

De vier varianten voor de bovenkant (boven de 400 mm vanaf bovenkant spoorstaaf) van het Zwitserse omgrenzingsprofiel en/of PVR, staan vermeld in de overzichtstabel Europese nationale profielen van eerder in dit artikel. Rollend materieel dat voldoet aan AB-EBV O1 is op het hele Zwitserse normaalspoornetwerk te gebruiken. AB-EBV O2 is voornamelijk bedoeld voor dubbeldekstreinen en kan maar op een beperkt aantal spoorlijnen worden gebruikt. Het nog iets grotere AB-EBV O3 is bedoeld als extra ruimte voor goederentransport, maar meestal gaat het dan om gecombineerd vervoer, dat gebruik maakt van codering met Huckepackprofilnummers (Hk-PNr). Nieuw te bouwen spoorlijnen worden uitgevoerd volgens AB-EBV O4, dat gelijk is aan UIC/TSI-GC. Hiermee wordt dezelfde regelgeving aangehouden zoals verplichting is voor lidstaten van de Europese Unie.

Onderkant[bewerken]

De onderstaande tabel geeft de varianten voor het onderste gedeelte van het omgrenzingsprofiel en/of PVR, tot een hoogte van 400 mm vanaf bovenkant spoorstaaf.

Naam Vergelijking met TSI Gebruik
AB-EBV U1 = GIC2 Voor vaste inrichtingen (uitgezonderd inrichtingen voor rangeren) en voor voertuigen die geen rangeerinrichtingen berijden.
AB-EBV U2 = GIC1 Voor rollend materieel dat overal ingezet mag worden en voor in werking zijnde rangeerinrichtingen.
AB-EBV U3 < GIC2 Voor tractievoertuigen en buiten dienst zijnde rangeerinrichtingen.
Stroomafnemer[bewerken]

De onderstaande tabel geeft de verschillende profielen van vrije ruimte voor de stroomafnemer en de bovenleiding weer. Als omgrenzingsprofielen (ten behoeve van voertuigconstructie) refereert AB-EBV S1 naar een stroomafnemerbreedte van 1.320 mm, dit was de vroegere standaard, maar is niet overal meer toegelaten en wordt eigenlijk alleen nog maar gebruikt voor museumvoertuigen.

Naam Max. breedte
stroomafnemer
Gebruik Opmerkingen
AB-EBV S1 1.450 mm Bestaande situaties.
AB-EBV S2 1.450 mm Nieuwbouw en aanpassingen aan bestaande situaties.
AB-EBV S3 1.600 mm Nieuw- en verbouw baanvakken met snelheden hoger dan 160 km/h.
Nieuwbouw Noord-Zuid transitverbindingen Basel-Chiasso (Gotthard) en Basel-Iselle (Lötschberg en Simplon)
Europawippe (Europees compromis)
o.a. in Gotthard-basistunnel
AB-EBV S4 1.950 mm Voor baanvakken met tractievoertuigen die gebruikmaken van 1.950 mm brede stroomafnemer. o.a onderlangs de Bodensee

Breedspoor Europa[bewerken]

Overzicht nationale profielen[bewerken]

Omgrenzingsprofiel Land Referentieprofiel Gelijk of groter dan Opmerkingen
TSI RIV Soort Breedte Hoogte
VR FIN1 T 15 Vlag van Finland Finland statisch 3,400 m 5,300 m Russisch Breedspoor
RENFE, CP T 19 Vlag van Spanje Spanje & Vlag van Portugal Portugal statisch 3,274 m 4,300 m Iberisch Breedspoor

Iberisch Schiereiland[bewerken]

In Spanje en Portugal rijden de treinen niet alleen over een breder spoor; ook het omgrenzingsprofiel is er breder. Treinen mogen er maximaal 3,30 m breed zijn. De maximale hoogte is 4,30 meter.

Normaalspoor Noord-Amerika[bewerken]

Omgrenzingsprofielen in Noord-Amerika zijn gedefinieerd door de Association of American Railroads. In de onderstaande tabel staan de gebruikte referentieprofielen. De genoemde breedte is in het midden van de wagen, bij een gedefinieerde afstand tussen draaipunten/draaistellen. Voor andere draaipuntafstand staat de breedte in bijbehorende documentatie (voor plate B in plate B-1, voor plate C in plate C-1, enzovoort). De maximumbreedte anders dan in het midden van de wagen staat gedefineerd in plate D (dat zelf dus geen omgrenzingsprofiel is).[24][25][26]

Omgrenzingsprofiel Breedte Hoogte Opmerkingen
AAR passenger 10 ft 6 in 3,2004 m 14 ft 8 in 4,4704 m verouderde standaard ten behoeve van passagiersvervoer.
AAR plate B 10 ft 8 in 3,2512 m 15 ft 1 in 4,5974 m onbeperkt te gebruiken.
AAR plate C 10 ft 8 in 3,2512 m 15 ft 6 in 4,7244 m
AAR plate E 10 ft 8 in 3,2512 m 15 ft 9 in 4,8006 m
AAR plate F 10 ft 8 in 3,2512 m 17 ft 0 in 5,1816 m
AAR plate H 9 ft 11 in 3,0226 m 20 ft 2 in 6,1468 m geschikt voor double stack containervervoer.
AAR plate J
AAR plate K

Andere spoorgebonden systemen[bewerken]

Tram[bewerken]

Voor trams zijn de breedtes 2,40 meter (lagevloerstadstrams) en 2,65 meter (sneltrams/lightrail) inmiddels redelijk standaard geworden.

Metro[bewerken]

De omgrenzingsprofielen van metro's zijn zeer uiteenlopend. Zo zijn de VAL-voertuigen nauwelijks breder dan twee meter, terwijl de Amsterdamse metro een omgrenzingsprofiel heeft van 3 meter. Bij de metro van Berlijn worden twee verschillende profielen gebruikt. Op de vier oudste lijnen is het materieel niet breder dan 2,35 m en op de andere vijf lijnen mag het materieel maximaal 2,65 m breed zijn.

Overzichtstabel[bewerken]

Omdat voor tram, sneltram en metro de maten van de omgrenzingsprofielen niet openbaar zijn, worden in de onderstaande tabel de maximale afmetingen van de aldaar gebruikte voertuigen gebruikt om een indicatie te geven van de verschillende profielen.

Plaats Land Profiel Voertuigbreedte Voertuighoogte Spoorwijdte Opmerkingen
Amsterdam Vlag van Nederland Nederland metro 3,005 m
sneltram 2,65 m lijn 50
tram 2,40 m
Den Haag Vlag van Nederland Nederland tram 2,35 m
2,55 m t.b.v. Avenio's
Randstadrail 2,65 m
Utrecht Vlag van Nederland Nederland sneltram 2,65 m
Uithoflijn 2,65 m [27]
Rotterdam Vlag van Nederland Nederland metro 2,66 m
tram 2,40 m
Antwerpse tram Vlag van België België 2,30 m meterspoor
Brussel Vlag van België België metro 2,70 m
tram 2,30 m normaalspoor
Métro Léger de Charleroi Vlag van België België 2,50 m meterspoor
Kusttram Vlag van België België 2,50 m meterspoor
U-Bahn Berlin Vlag van Duitsland Duitsland klein profiel 2,35 m Nieuwe voertuigen 2,40 m breed [28]
groot profiel 2,65 m
Hamburger Hochbahn Vlag van Duitsland Duitsland 2,60 m Nieuw materieel type DT 5 [29]
Metro van Kopenhagen Vlag van Denemarken Denemarken 2,65 m
London Underground Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk Tube 2,680 m 2,880 m
Sub-surface 2,92 m 3,68 m
U-Bahn München Vlag van Duitsland Duitsland 2,900 m
U-Bahn Nürnberg Vlag van Duitsland Duitsland 2,900 m
Metro van Parijs Vlag van Frankrijk Frankrijk 2,40 m
Bronnen, noten en/of referenties
  1. (de) Eisenbahn-Bundesamt (EBA). Bijlage 1 van de Eisenbahn-Bau- und Betriebsordnung (EBO) Geraadpleegd op 2 april 2013
  2. a b c d e (nl) TSI CR WAG; 02006D0861-20130124; Europese regelgeving voor interoperabiliteit ten aanzien van rollend materieel, omgrenzingsprofielen in Annex C. EUR-Lex Geraadpleegd op 5 januari 2014
  3. a b c d (en) BSi. BS EN 15273-1:2009 Railway applications — Gauges; Part 1: General — Common rules for infrastructure and rolling stock Geraadpleegd op 08 februari 2013
  4. a b c (en) BSi. BS EN 15273-2:2009 Railway applications — Gauges; Part 2: Rolling stock gauges Geraadpleegd op 08 februari 2013
  5. (en) TSI (2002/735/EC) Europese regelgeving voor interoperabiliteit van rollend materieel, omgrenzingsprofielen in Annex G. EUR-Lex Geraadpleegd op 8 februari 2014
  6. a b (sv) Green Cargo. Lastprofiler och breddbegränsningar Geraadpleegd op 2 april 2012
  7. (de) Transwaggon. Profile - Lastgrenzen Geraadpleegd op 8 mei 2015
  8. Ilent. Bijlagen 1 tot en met 11, bedoeld in de Regeling keuring spoorvoertuigen (Omgrenzingsprofielen in bijlage 8 t/m 11) Geraadpleegd op 5 januari 2014
  9. (de) Eisenbahn-Bundesamt (EBA). Eisenbahn-Bau- und Betriebsordnung EBO; § 22 Begrenzung der Fahrzeuge Geraadpleegd op 2 april 2013
  10. (da) banedanmark. AML Teknisk Drift (fortegnelse over størst tilladte akselafstand, akseltryk/aksellast, metervægt og læsseprofil) (13 april 2015) Geraadpleegd op 20 april 2015
  11. a b c (da) banedanmark. Udstedelse af overensstemmelseserklæring for rullende materiel (BN2-74-1) (oktober 2008) Geraadpleegd op 20 april 2015
  12. a b (da) banedanmark. Network Statement 2016 - Bilag 3.3C; Referencelinjer for rullende materiel (12 december 2014) Geraadpleegd op 20 april 2015
  13. (fr) Réseau Ferré de France. Paragraaf 3.3.2.1 Gabarit des obstacles hauts Geraadpleegd op 16 januari 2014
  14. (en) Jernbaneverket. Jernbaneverket Network Statement 2014 Geraadpleegd op 22 augustus 2013
  15. a b (en) SŽDC. SŽDC Network Statement 2015 Geraadpleegd op 25 juli 2014
  16. (sv) Transportstyrelsen. Föreskrift BVF 586.20 (15-05-1998) Geraadpleegd op 25 juli 2014
  17. (nl) ProRail. Netverklaring 2015, Gemengde net, bijgewerkt met aanvullingen; versie 1.2 (Omgrenzingsprofielen in bijlage 12) (15 juli 2014) Geraadpleegd op 25 juli 2014
  18. (de) Kombiverkehr GmbH & Co KG. Uitleg over profielen op de site van Kombiverkehr Geraadpleegd op 5 januari 2014
  19. (nl) ProRail. Prorail buitenprofielcodes 2013 Geraadpleegd op 10 augustus 2013
  20. (en) Administration des Chemins de Fer. Luxembourg railway network statement 2014; Version 2.02 Geraadpleegd op 8 februari 2014
  21. (en) Trafikverket. Network Statement 2014; Edition 09/12/2012; Chapter 3 – Infrastructure Geraadpleegd op 8 februari 2014
  22. (de) Bundesamt für Verkehr (BAV). Ausführungsbestimmung zur Eisenbahnverordnung (AB-EBV), geldig vanaf 01-01-2012 Geraadpleegd op 25 januari 2014
  23. (de) SBB CFF FFS. R I-30111 AB FDV Infrastruktur (Ausführungsbestimmungen zu den Fahrdienstvorschriften) Geraadpleegd op 25 januari 2014
  24. (en) Comparison of european and north-american loading-gauges Geraadpleegd op 13 december 2014
  25. (en) AAR en UIC omgrenzingsprofielen Geraadpleegd op 13 december 2014
  26. (en) Association of American Railroads. [ttci.aar.com/standards/MSRPs/MSRP-C.2014Index.pdf Inhoudsopgave MSRP-C2014] Geraadpleegd op 13 december 2014
  27. (nl) Bestuur Regio Utrecht. Selectieleidraad Materieel Uithoflijn, versie 1.0 Geraadpleegd op 10 augustus 2013
  28. (de) BVG. Persmededeling van BVG over nieuwe kleinprofiel metrovoertuigen van Stadler Geraadpleegd op 25 september 2012
  29. (de) HOCHBAHN. DT5 – Die neue U-Bahngeneration der HOCHBAHN Geraadpleegd op 16 januari 2013