Omgrenzingsprofiel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Reden voor maximale hoogtes van spoormaterieel, zoals hier bij de Londense Northern Line bij het verlaten van de metrotunnel bij Hendon.

Het omgrenzingsprofiel (soms ook gabariet) is de aanduiding voor de maximale afmetingen die een trein mag hebben. Het aanverwante begrip profiel van vrije ruimte (PVR) is de aanduiding voor de ruimte waarbinnen zich geen andere objecten (zoals perrons, seinen en bovenleidingpalen) mogen bevinden. Het PVR is daarom altijd wat groter dan het omgrenzingsprofiel.

Het profiel van vrije ruimte wordt gebruikt bij het ontwerpen van dwarsprofielen van autosnelwegen, tunnels, spoorwegen enzovoort.

Spoorwegen algemeen[bewerken]

Laadmal, om te controleren of de lading binnen het (statische) omgrenzingsprofiel valt.
Omgrenzingsprofielen G1 en G2 (statisch), volgens de Eisenbahn-Bau- und Betriebsordnung (EBO).
Duits profiel van vrije ruimte (PVR) voor omgrenzingsprofiel G2.[1]

Profielen[bewerken]

Er zijn verschilleden soorten omgrenzingsprofielen, naast de verschillende maatvoeringen zijn er drie verschillende rekenmethoden en meestal wordt er een opdeling gemaakt door het profiel op te splitsen in een onderste gedeelte, een midden/bovenste gedeelte en eventueel daarboven nog een ruimte voor de in werking zijnde stroomafnemer(s).

Gebruik[bewerken]

Het omgrenzingsprofiel is een profiel waarbinnen een spoorvoertuig zich te allen tijde moet bevinden. Door verschillende beperkende factoren worden de daadwerkelijk maten van het voertuig verder beperkt. Het gaat dan om bogen in zowel het horizontale als het verticale vlak en beweging van het voertuig als gevolg van onder andere de vering. Om deze maten te kunnen uitrekenen heeft men referentieprofielen opgesteld, aan de hand waarvan men met allerlei formules het maximum constructieprofiel kan uitrekenen. De grootte hiervan varieert in de lengte van het voertuig, als gevolg van de afstand tot het draaipunt. Omdat dit niet praktisch is bij de bouw, houd met uiteindelijk een effectief constructieprofiel over, waarvan de breedte van de bak bepaald wordt door de kleinste breedte van het maximum constructieprofiel binnen de draaipunten. Het uiteinde van het voertuig loopt vaak een klein beetje taps toe als gevolg van het maximum constructieprofiel.

In sommige gevallen kennen profielen nog extra lijnen die gelden voor specifieke delen van een trein. Zo kennen schoorstenen van stoomtreinen soms kleinere maximumhoogtes in verband met de uitstoot van rook. Elektrische voertuigen kennen een extra beperking voor stroomvoerende delen. Dit in verband met de benodigde isolatieafstand voor niet omklede metalen onderdelen op het dak van een (tractie)voertuig waarop hoogspanning staat, zoals de reserve stroomafnemer.

Een stap groter is het profiel van vrije ruimte (PVR), dat bij de bouw van een spoorweg gebruikt wordt als maat waarbinnen zich niets mag bevinden (behalve de trein zelf). Alle installaties zoals perrons, bovenleidingpalen en seinen moet buiten dit profiel liggen. Het PVR kent in andere landen nog een onderverdeling, er is dan een iets kleiner profiel beschikbaar voor vaste installaties naast het spoor (beladingsinstallaties e.d.)en in het grotere PVR zitten daarnaast ook onder ander ruimtes om langs de trein te lopen (voor noodgevallen en personeel).

Tenslotte wordt er buiten het PVR nog meer ruimte vrijgehouden voor speciale transporten die het omgrenzingsprofiel overschrijden. In Nederland heet dit het rode meetgebied (RM). Het is alleen bedoeld op lijnen waar goederen worden vervoerd en wordt ook niet op alle sporen toegepast. Dergelijk vervoer moet speciaal aangevraagd worden en kent aparte regelgeving. Vaak moet de snelheid beperkt worden en kan de trein maar via een beperkt aantal sporen door een station.

Rekenmethoden[bewerken]

Er zijn verschillende rekenmethoden om te bepalen wat de maximum maten van het rollend materieel mogen zijn. Men maakt hier onderscheidt tussen de statische, kinematische en de dynamische methode, elk met een eigen referentieprofiel. Daarnaast kan het zo zijn dat per (nationaal) omgrenzingsprofiel nog extra regels of vereenvoudigingen zijn. De rekenmethoden verschillen in de mate waarin de bewegingen die het rollend materieel kan maken wordt uitgerekend. Aan de hand van de bijbehorende afspraken kan dan bepaald worden hoe groot een voertuig mag zijn en welke marges moeten worden aangehouden bij het bepalen van het bijbehorende profiel van vrije ruimte.

Bij gebruik van het statische referentieprofiel worden niet alle bewegingen van het voertuig uitgerekend, maar worden voor een aantal variabelen een vaste waarde gekozen. Hierdoor is de berekening eenvoudig, maar wordt de beschikbare ruimte niet optimaal benut. De kinematische methode houd wel rekening met een aantal bewegingsmogelijkheden (ongunstige stand van de assen, zijdelingse speling van spoor en voertuig, enzovoort), waardoor de maximaal toelaatbare maten nauwkeurig berekend kunnen worden.[2][3][4]

Overzicht soorten profielen[bewerken]

Het bovenstaande verhaal geeft dan van klein naar groot:

  • Effectief constructieprofiel
  • Maximum constructieprofiel
  • Referentieprofiel
  • Profiel van vrije ruimte (PVR); voor vaste installaties
  • Profiel van vrije ruimte (PVR); voor overige
  • Rode meetgebied (RM); ruimte voor speciaal vervoer
Wagenopschriften
v.l.n.r.: contactgegevens, UIC-nummer, omgrenzingsprofiel (hier G1), ABC-raster en HGK-logo.

Rollend materieel opschriften[bewerken]

Goederenwagens[bewerken]

Tegenwoordig staat op nieuwe of gereviseerde goederenwagens vaak een aanduiding binnen welk omgrenzingsprofiel de afmetingen van de wagen vallen. Hierbij staat de de naam van het profiel (bijvoorbeeld G1 of GA) in een omlijning die een omgrenzingsprofiel of een laadmal moet voorstellen. Deze staat op zijn beurt links in een rechthoek.[2]

Stoomlocomotieven[bewerken]

Bij het zogenoemde Betriebsgattungszeichen van de Deutsche Reichsbahn is er ook een aanduiding voor overschrijding van het omgrenzingsprofiel. Een driehoek betekend dat er delen van de stoomlocomotief buiten het omgrenzingsprofiel steken, indien dit alleen een afneembaar stuk van de schoorsteen betreft staat er een balk boven de driehoek, zie ook afbeeldingen links.[5]

Geschiedenis[bewerken]

Op 1 januari 1914 is er een standaardprofiel voor Europa ingevoerd, het zogenaamde passe-partout international (PPI), dat tijdens de Bernse conferentie is vastgesteld met een maximale hoogte van 4 280 mm. In de periode daarvoor werd voor internationaal verkeer veelal het Franse omgrenzingsprofiel aangehouden, omdat dat het smalste profiel was van het Europese continent. Vervolgens kwam de UIC met een iets groter profiel dat tot op heden nog gebruikt wordt, het zogenaamde G1 profiel, ook vaak aangeduid met UIC 505-1. Later zijn er nog meer profielen vastgesteld voor grensoverschrijdend vervoer, deze zijn een klein stukje hoger (40 mm) en hebben een steeds hoekiger wordend dak. Een deel van deze profielen (GB1 en GB2) zijn bestemd voor het vervoer van containers, wissellaadbakken en opleggers. Dit type vervoer vereist een grotere hoekhoogte. Dan zijn er nog twee profielen, die weer enkele decimeters hoger zijn dan de rest. Het G2 profiel heeft duidelijk afgeschuinde kanten, met als gevolg dat de hoeken van het profielen groter dan GA er buiten vallen. Het GC profiel heeft bijna rechte zijkanten, met als gevolg dat alle voorgenoemde profielen er binnen vallen. Tevens is de de Europese standaard voor nieuw te bouwen spoorlijnen. In de praktijk wordt dit profiel nog niet toegepast op spoorvoertuigen, omdat nog niet voldoende spoorlijnen aan dit profiel voldoen.

Alle omgrenzingsprofielen die gebruikt worden voor internationaal vervoer (G1, GA, GB, GB1, GC en G2) hebben tot 3.250 mm een gelijke vorm als G1, daarboven hebben ze een steeds hoekiger wordend dak. Er bestaat daarnaast ook nog verschillende profielen die alleen een afwijkende vorm van de onderkant specificeren.[2]

Welk omgrenzingsprofiel een trein mag hebben is afhankelijk van de te rijden route. Per spoorlijn en in enkele gevallen per spoor, is vastgelegd wat het maximum toelaatbare omgrenzingsprofiel is. Veel landen kennen naast de internationale profielen ook nog een eigen omgrenzingsprofielen, die meestal een aantal internationale profielen omsluiten. Daarbij is het tevens mogelijk dat een spoorlijn meerdere profielen toelaat die niet binnen elkaars maten vallen.

Overzicht internationale referentieprofielen[bewerken]

De huidige internationale profielen zijn van de UIC en staan gedefinieerd in UIC leaflets 505 en 506. Europese omgrenzingsprofielen zijn afgeleid van de UIC leaflets, bij het opstellen van de Technische Specificaties voor Interoperabiliteit (TSI) door het Europees Spoorwegbureau van de EU.[2][6] Deze zijn ook terug te vinden in de Europese Norm nr. 15273.[3][4]

Voor een deel staan deze (statische) omgrenzingsprofielen, samen met een groot aantal nationale profielen, ook gedefinieerd in internationale afspraken over goederenvervoer op het Europese vasteland, dit zijn de zogenoemde Regolamento Internazionale dei Veicoli (RIV).[7]

Omgrenzingsprofiel Statisch referentieprofiel Kinematisch referentieprofiel Gebruik Opmerkingen
UIC en/of TSI RIV Breedte Hoogte Breedte Hoogte
PPI 3,150 m 4,280 m Ook wel Berns profiel genoemd
G1 / UIC 505-1 T 11 3,150 m 4,280 m 3,290 m 4,310 m Geldt voor alle normaalspoorwegen op het Europese vasteland Statisch profiel wordt niet meer gebruikt
GA T 12 3,150 m 4,320 m 3,290 m 4,350 m
GB T 13 3,150 m 4,320 m 3,290 m 4,350 m
GB1 / GB+ 3,150 m 4,320 m 3,290 m 4,350 m Geschikt voor vervoer van ISO-containers
GB2 3,150 m 4,320 m 3,290 m 4,350 m
G2 T 14 3,150 m 4,650 m 3,290 m 4,680 m o.a. NL, DE, AT, CZ, PL, DK en SE [8]
GC 3,150 m 4,650 m 3,290 m 4,700 m Moet worden toegepast bij nieuwbouw binnen EU Platte bovenkant van 3,080 mm breed

Normaalspoor Europa[bewerken]

Overzicht Europese nationale profielen[bewerken]

Veel landen kennen hun eigen omgrenzingsprofielen, in een aantal gevallen valt een internationaal profiel binnen deze maten.[7] Voor Nederland staan deze in de Regeling Keuring Spoorvoertuigen van Inspectie Leefomgeving en Transport.[9] Voor Duitsland staan deze in het Eisenbahn-Bau- und Betriebsordnung van het Eisenbahn-Bundesamt (EBA).[10] In de onderstaande tabel staat alleen de hoogte in het midden van het profiel weergegeven:[3][4]

Nationale profielen Europa[bewerken]

Omgrenzingsprofielen in Nederland

Nederland[bewerken]

ProRail gebruikt in haar netverklaring drie verschillende omgrenzingsprofielen, te weten G2, NL1 en NL2. Het internationale profiel G2 is in gebruik op enkele (diesel)lijnen. De meeste lijnen in Nederland voldoen aan NL1, deze is breder dan G2 (3,600 m i.p.v. 3,290 m), maar heeft dezelfde dakvorm. Daarnaast is er NL2, dat dezelfde breedte heeft als NL1, maar een gelijke dakvorm als het internationale profiel GC. Deze wordt toegepast bij nieuwbouw en grote verbouwingen, waarmee voldaan wordt aan de eisen van de Europese Unie. Dit is tot op heden toegepast voor de Betuweroute, de HSL-Zuid, de Hanzelijn en de spoorverdubbelingen rondom Utrecht.[16]

Oudere wetgeving sprak van Operationeel Profiel Spoor (OPS) in drie soorten, te weten NL, GC en Zoetermeerlijn. OPS-NL is vervangen door NL1, OPS-GC door NL2 en OPS-Zoetermeerlijn is komen te vervallen door de ombouw van de desbetreffende lijn tot Randstadrail. Dit profiel had een afwijkende (lagere) hoogte van 4,30 meter. Normale treinstellen zoals Mat '64, Dubbeldekstreinen en de Koploper waren hier dan ook niet toegelaten.

Buiten Profielcodes[bewerken]

Er zijn gevallen waarbij de lading buiten het profiel uitsteekt. Soms is het dan mogelijk om dergelijke treinen toch te laten rijden. Meestal gaat het dan om gecombineerd vervoer in de vorm van opleggers, containers en wissellaadbakken. Dergelijke treinen zijn in Nederland op een groot aantal baanvakken toegelaten. Voor de eenvoud zijn er drie categorieën gedefinieerd, elk met internationale profielcodes[17] als maximummaat. De beperkingen als gevolg van de profieloverschrijding zijn nauwkeurig vastgelegd door Prorail. Per locatie is vastgelegd welke sporen met beperkte snelheid of helemaal niet bereden mogen worden.[18]

Buiten profielcode Internationale codes
(Hk-PNr.)
Max. hoekhoogte
(2,60 m breed)
Hoogte van laadeenheid
Oplegger Wissellaadbak
BP1 P/C 50 P/C 380 4,13 m 3,80 m 2,95 m
BP2 P/C 70 P/C 400 4,33 m 4,00 m 3,15 m
BP3 P/C 80 P/C 410 4,43 m 4,10 m 3,25 m

Luxemburg[bewerken]

Luxemburg kent een tweedeling in het netwerk wat omgrenzingsprofielen betreft. Op de spoorlijn Luxemburg - Troisvierges en de daarvanaftakkende lijnen is het GA-profiel en het nationale profiel (welke gelijk aan G2) toegelaten. Op alle andere lijnen in het land (vanaf de hoofdstad opzij en naar onderen) is daarnaast ook het GB-profiel toegelaten.[19]

Groot-Brittannië[bewerken]

Groot-Brittannië heeft wel de standaardspoorwijdte van 1.435 mm, maar op de meeste lijnen een veel smaller omgrenzingsprofiel, genaamd W6a. Zo mag het materieel maximaal 2.820 mm breed en 3.965 mm hoog zijn. Door de beperkte hoogte kunnen in Groot-Brittannië geen dubbeldekstreinen rijden. De High Speed 1, de hogesnelheidslijn tussen de Kanaaltunnel en Londen, is wel geschikt voor het continentaal-Europese GC-profiel. Op een klein aantal lijnen zijn andere profielen in gebruik:

  • W8: staat standaardcontainers van 2,6 m breed toe op standaard vrachtwagons.
  • W9: staat 2,9 m hoge Hi-Cube containers toe op Megafret wagons, evenals (2,5 m brede) Euro containers.
  • W10: staat 2,9 m hoge Hi-Cube containers toe op standaard vrachtwagons, evenals (2,5 m brede) Euro containers. Dit profiel is ruimer dan UIC GA. Het is in gebruik op de West Coast Main Line.
  • W11: weinig gebruikt, ruimer dan UIC GB.
  • W12: is met 2,6 m iets breder dan W10, om het transport van gekoelde containers mogelijk te maken. Dit is het aanbevolen profiel voor nieuwe bouwwerken zoals bruggen en tunnels.
  • UIC GC: in gebruik in de Kanaaltunnel en de aansluitende High Speed 1.

Zweden[bewerken]

Zweden kent drie verschillende omgrenzingsprofielen. SE-A is 3,400 m breed en 4,650 m hoog, waarmee het ook de internationale GA en GB-profielen omvat. SE-A is op het hele net te gebruiken. Enige uitzondering is een deel van de Malmbanan, hierop geldt het lagere SE-B (4,300 m) tot de modernisering van de lijn is afgerond. Tenslotte is er nog SE-C, dat wordt toegepast op nieuwgebouwde spoorlijnen. Dit profiel is iets groter dan het GC-profiel.[20]

Zwitserland[bewerken]

Zwitserse regelgeving ten aanzien van de spoorwegen staat in de Ausführungsbestimmung zur Eisenbahnverordnung (AB-EBV). Hierin staan ook de omgrenzingprofielen (Bezuglinie) en het profiel van vrije ruimte (PVR) met en zonder veiligheidsruimtes (Lichtraumprofil respectievelijk Grenzlinie der festen Anlagen). Alleen kennen ze een opdeling een onderste gedeelte, een bovenste gedeelte en een ruimte voor de stroomafnemer, aangeduid met een letter (O, B en S). Elk deel kant op haar beurt weer meerdere varianten voor verschillende toepassingen, aangeduid met een cijfer.[21][22]

Bovenkant[bewerken]

De vier varianten voor de bovenkant (boven de 400 mm vanaf bovenkant spoorstaaf) van het Zwitserse omgrenzingsprofiel en/of PVR, staan vermeld in de overzichtstabel Europese nationale profielen van eerder in dit artikel. Rollend materieel dat voldoet aan AB-EBV O1 is op het hele Zwitserse normaalspoornetwerk te gebruiken. AB-EBV O2 is voornamelijk bedoeld voor dubbeldekstreinen en kan maar op een beperkt aantal spoorlijnen worden gebruikt. Het nog iets grotere AB-EBV O3 is bedoeld als extra ruimte voor goederentransport, maar meestal gaat het dan om gecombineerd vervoer, dat gebruik maakt van codering met Huckepackprofilnummers (Hk-PNr). Nieuw te bouwen spoorlijnen worden uitgevoerd volgens AB-EBV O4, dat gelijk is aan UIC/TSI-GC. Hiermee wordt dezelfde regelgeving aangehouden zoals verplichting is voor lidstaten van de Europese Unie.

Onderkant[bewerken]

De onderstaande tabel geeft de varianten voor het onderste gedeelte van het omgrenzingsprofiel en/of PVR, tot een hoogte van 400 mm vanaf bovenkant spoorstaaf.

Naam Gebruik
AB-EBV U1 Voor vaste inrichtingen (uitgezonderd inrichtingen voor rangeren) en voor voertuigen die geen rangeerinrichtingen berijden.
AB-EBV U2 Voor rollend materieel dat overal ingezet mag worden en voor in werking zijnde rangeerinrichtingen.
AB-EBV U3 Voor tractievoertuigen en buiten dienst zijnde rangeerinrichtingen.
Stroomafnemer[bewerken]

De onderstaande tabel geeft de verschillende profielen van vrije ruimte voor de stroomafnemer en de bovenleiding weer. Als omgrenzingsprofielen (ten behoeve van voertuigconstructie) refereert AB-EBV S1 naar een stroomafnemerbreedte van 1.320 mm, dit was de vroegere standaard, maar is niet overal meer toegelaten en wordt eigenlijk alleen nog maar gebruikt voor museumvoertuigen.

Naam Max. breedte
stroomafnemer
Gebruik Opmerkingen
AB-EBV S1 1.450 mm Bestaande situaties.
AB-EBV S2 1.450 mm Nieuwbouw en aanpassingen aan bestaande situaties.
AB-EBV S3 1.600 mm Nieuw- en verbouw baanvakken met snelheden hoger dan 160 km/h.
Nieuwbouw Noord-Zuid transitverbindingen Basel-Chiasso (Gotthard) en Basel-Iselle (Lötschberg en Simplon)
Europawippe (Europees compromis)
o.a. in Gotthard-basistunnel
AB-EBV S4 1.950 mm Voor baanvakken met tractievoertuigen die gebruikmaken van 1.950 mm brede stroomafnemer. o.a onderlangs de Bodensee

Breedspoor Europa[bewerken]

Overzicht nationale profielen[bewerken]

Omgrenzingsprofiel Land Referentieprofiel Gelijk of groter dan Opmerkingen
TSI RIV Soort Breedte Hoogte
VR FIN1 T 15 Vlag van Finland Finland statisch 3,400 m 5,300 m Russisch Breedspoor
RENFE, CP T 19 Vlag van Spanje Spanje & Vlag van Portugal Portugal statisch 3,274 m 4,300 m Iberisch Breedspoor

Iberisch Schiereiland[bewerken]

In Spanje en Portugal rijden de treinen niet alleen over een breder spoor; ook het omgrenzingsprofiel is er breder. Treinen mogen er maximaal 3,30 m breed zijn. De maximale hoogte is 4,30 meter.

Normaalspoor Noord-Amerika[bewerken]

Omgrenzingsprofielen in Noord-Amerika zijn gedefinieerd door de Association of American Railroads.[23][24]

Omgrenzingsprofiel Breedte Hoogte Opmerkingen
AAR passenger 10 ft 2 1/2 in 3,112 m 14 ft 8 in 4,4704 m
AAR plate B 10 ft 8 in 3,251 m 15 ft 1 in 4,597 m
AAR plate C 10 ft 8 in 3,251 m 15 ft 6 in 4,800 m
AAR plate D 10 ft 8 in 3,251 m 15 ft 9 in 4,800 m
AAR plate E 10 ft 8 in 3,251 m 15 ft 9 in 4,800 m andere bovenkant dan plate D
AAR plate F 10 ft 8 in 3,251 m 17 ft 0 in 5,516 m
AAR plate H 9 ft 11 in 3,022 m 20 ft 2 in 6,146 m geschikt voor double stack

Andere spoorgebonden systemen[bewerken]

Tram[bewerken]

Voor trams zijn de breedtes 2,40 meter (lagevloerstadstrams) en 2,65 meter (sneltrams/lightrail) inmiddels redelijk standaard geworden.

Metro[bewerken]

De omgrenzingsprofielen van metro's zijn zeer uiteenlopend. Zo zijn de VAL-voertuigen nauwelijks breder dan twee meter, terwijl de Amsterdamse metro een omgrenzingsprofiel heeft van 3 meter. Bij de metro van Berlijn worden twee verschillende profielen gebruikt. Op de vier oudste lijnen is het materieel niet breder dan 2,35 m en op de andere vijf lijnen mag het materieel maximaal 2,65 m breed zijn.

Overzichtstabel[bewerken]

Omdat voor tram, sneltram en metro de maten van de omgrenzingsprofielen niet openbaar zijn, worden in de onderstaande tabel de maximale afmetingen van de aldaar gebruikte voertuigen gebruikt om een indicatie te geven van de verschillende profielen.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (de) Eisenbahn-Bundesamt (EBA). Bijlage 1 van de Eisenbahn-Bau- und Betriebsordnung (EBO) Geraadpleegd op 2 april 2013
  2. a b c d (nl) TSI CR WAG; 02006D0861-20130124; Europese regelgeving voor interoperabiliteit ten aanzien van rollend materieel, omgrenzingsprofielen in Annex C. EUR-Lex Geraadpleegd op 5 januari 2014
  3. a b c (en) BSi. BS EN 15273-1:2009 Railway applications — Gauges; Part 1: General — Common rules for infrastructure and rolling stock Geraadpleegd op 08 februari 2013
  4. a b c (en) BSi. BS EN 15273-2:2009 Railway applications — Gauges; Part 2: Rolling stock gauges Geraadpleegd op 08 februari 2013
  5. Dit artikel of een eerdere versie ervan is (gedeeltelijk) vertaald vanaf de Duitstalige Wikipedia, die onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
  6. (en) TSI (2002/735/EC) Europese regelgeving voor interoperabiliteit van rollend materieel, omgrenzingsprofielen in Annex G. EUR-Lex Geraadpleegd op 8 februari 2014
  7. a b (sv) Green Cargo. Lastprofiler och breddbegränsningar Geraadpleegd op 2 april 2012
  8. (de) Transwaggon. Profile - Lastgrenzen Geraadpleegd op 13 september 2012
  9. Ilent. Bijlagen 1 tot en met 11, bedoeld in de Regeling keuring spoorvoertuigen (Omgrenzingsprofielen in bijlage 8 t/m 11) Geraadpleegd op 5 januari 2014
  10. (de) Eisenbahn-Bundesamt (EBA). Eisenbahn-Bau- und Betriebsordnung EBO; § 22 Begrenzung der Fahrzeuge Geraadpleegd op 2 april 2013
  11. a b (en) banedanmark. Network Statement 2014 - Bijlage 3.3F; Referencelinjer for rullende materiel Geraadpleegd op 16 januari 2014
  12. (fr) Réseau Ferré de France. Paragraaf 3.3.2.1 Gabarit des obstacles hauts Geraadpleegd op 16 januari 2014
  13. (en) Jernbaneverket. Jernbaneverket Network Statement 2014 Geraadpleegd op 22 augustus 2013
  14. a b (en) SŽDC. SŽDC Network Statement 2015 Geraadpleegd op 25 juli 2014
  15. (se) Transportstyrelsen. Föreskrift BVF 586.20 (15-05-1998) Geraadpleegd op 25 juli 2014
  16. (nl) ProRail. Netverklaring 2015, Gemengde net, bijgewerkt met aanvullingen; versie 1.2 (Omgrenzingsprofielen in bijlage 12) (15 juli 2014) Geraadpleegd op 25 juli 2014
  17. (de) Kombiverkehr GmbH & Co KG. Uitleg over profielen op de site van Kombiverkehr Geraadpleegd op 5 januari 2014
  18. (nl) ProRail. Prorail buitenprofielcodes 2013 Geraadpleegd op 10 augustus 2013
  19. (en) Administration des Chemins de Fer. Luxembourg railway network statement 2014; Version 2.02 Geraadpleegd op 8 februari 2014
  20. (en) Trafikverket. Network Statement 2014; Edition 09/12/2012; Chapter 3 – Infrastructure Geraadpleegd op 8 februari 2014
  21. (de) Bundesamt für Verkehr (BAV). Ausführungsbestimmung zur Eisenbahnverordnung (AB-EBV), geldig vanaf 01-01-2012 Geraadpleegd op 25 januari 2014
  22. (de) SBB CFF FFS. R I-30111 AB FDV Infrastruktur (Ausführungsbestimmungen zu den Fahrdienstvorschriften) Geraadpleegd op 25 januari 2014
  23. (en) Comparison of european and north-american loading-gauges Geraadpleegd op 5 januari 2014
  24. (en) AAR en UIC omgrenzingsprofielen Geraadpleegd op 5 januari 2014
  25. (nl) Bestuur Regio Utrecht. Selectieleidraad Materieel Uithoflijn, versie 1.0 Geraadpleegd op 10 augustus 2013
  26. (de) BVG. Persmededeling van BVG over nieuwe kleinprofiel metrovoertuigen van Stadler Geraadpleegd op 25 september 2012
  27. (de) HOCHBAHN. DT5 – Die neue U-Bahngeneration der HOCHBAHN Geraadpleegd op 16 januari 2013