Omstandereffect

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het omstandereffect is een term uit de sociale psychologie. Er is sprake van wanneer zich een noodsituatie of een misdrijf voordoet waarbij een aantal mensen toekijkt zonder hulp te bieden of het alarmnummer te bellen of pas heel laat in actie komt, bijvoorbeeld bij zinloos geweld, een beroving, een verkeersongeval of pesterijen. De theorie is: Hoe groter de groep omstanders, hoe kleiner de kans dat iemand ingrijpt.

Aanleiding voor het formuleren van de theorie[bewerken]

Het omstandereffect werd voor het eerst benoemd toen een vrouw, Catherine "Kitty" Genovese, in 1964 in New York werd doodgestoken. De steekpartij zou 35 minuten hebben geduurd en 38 mensen zouden mogelijk hebben toegekeken zonder in te grijpen of de politie te bellen.[1] Het hoge aantal passieve omstanders heeft tot veel sociaal psychologisch onderzoek naar het waarom geleid en heeft ervoor gezorgd dat het verhaal over Kitty Genovese een veelgebruikt voorbeeld van het omstandereffect is geworden. Volgens een onderzoek dat in 2007 in The American Psychologisch is gepubliceerd, zijn vele van de in de media verschenen feiten die tot het onderzoek hebben geresulteerd onjuist, maar blijft het verhaal bestaan, mede dankzij haar rol als voorbeeld binnen de sociale psychologie.[2]

Redenen voor het niet ingrijpen van omstanders[bewerken]

De reden waarom mensen niet ingrijpen is onderwerp van discussie. Mogelijke redenen zijn:

  • De omstander ziet dat anderen niet in grijpen, en gaat er mede daarom van uit dat ingrijpen niet nodig is. Dit is een vorm van sociale invloed.
  • De omstander verwacht dat een ander wel zal ingrijpen, of verwacht dat een ander al wel een ambulance gebeld zal hebben.
  • De omstander verwacht dat andere omstanders waarschijnlijk beter in staat zijn tot hulp.
  • De omstander is bang zelf gewond te raken.
  • De omstander voelt zich anoniem binnen de groep van omstanders. Hulp bieden of het alarmnummer bellen neemt deze anonimiteit weg en kan achteraf tot kritiek leiden. "Waarom heb je niet meer gedaan?"
  • De omstander is bang om zichzelf voor schut te zetten, of achteraf kritiek te krijgen omdat de reddingspoging mislukt is.
  • In een noodsituatie is het door de stress moeilijk weldoordachte beslissingen te nemen. Hierdoor kan iemand besluiten dat het belangrijker is om op tijd op het werk te komen of dat deze geen vieze kleren mag krijgen. Een beslissing die zonder stress onbegrijpelijk lijkt.
  • De omstander interpreteert de situatie niet als gevaarlijk. Dit gebeurt eerder als een omstander haast heeft.
  • De omstander is bang en wil de situatie negeren en zo snel mogelijk vergeten.
  • De omstander is bang dat juist ingrijpen extra problemen met zich meebrengt. De omstander wordt opeens een getuige en moet mee naar het politiebureau of zelfs getuigen.

In de Verenigde Staten komt daar nog een reden bij. Iemand redden kan daar tot een rechtszaak leiden waarbij de geredde zijn of haar redder aanklaagt. Bijvoorbeeld omdat de geredde letsel heeft opgelopen. Om deze reden hebben een aantal staten zogenaamde Barmhartige Samaritaan-wetgeving aangenomen waarbij de redder beschermd wordt in de hoop dat omstanders eerder tot actie over zullen gaan.

Praktische tips[bewerken]

  • Een mogelijke manier om het omstandereffect te vermijden is om, in plaats van in het algemeen om hulp te roepen, een specifieke persoon aan te wijzen en te zeggen wat van hem verwacht wordt (bijv. 112 bellen of een brandblusser pakken). Zo wordt het verantwoordelijkheidsgevoel bij één persoon geconcentreerd en zal deze zich sneller gedwongen voelen om in actie te komen.[3]
  • Als je niet durft in te grijpen of als dit gewoon te gevaarlijk is, bel dan in elk geval de politie. Dit is een kleine moeite en niemand zal het je kwalijk nemen als achteraf blijkt dat je al de zoveelste was die belde. Bij een misdrijf kun je je telefoon pakken en de situatie filmen.
  • Als je beroofd wordt is het beter om Brand !! te roepen i.p.v. Help !!. Mensen die in de buurt zijn zullen bij een beroving geneigd zijn om weg te blijven terwijl een brand juist aantrekkelijk is om naar toe te komen om te kijken. Op die manier zorg je voor extra getuigen en vergroot je de kans dat de dader wegvlucht. Het nadeel is wel dat dit het omstandeffect zal versterken.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Cialdini R., Influence, (New York: Harper Collins, 2007), 130-132.
  2. Manning, R., Levine, M; Collins, A. (September 2007). The Kitty Genovese murder and the social psychology of helping: The parable of the 38 witnesses. American Psychologist 62 (6): 555–562 . PMID:17874896. DOI:10.1037/0003-066X.62.6.555.
  3. E. Aronson e.a., Sociale psychologie, Amsterdam: Pearson Education Benelux 2011, p. 405.