Onager (wapen)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Replica van een onager te Tongeren.

De onager is een Romeins torsie-artilleriewapen. De katapult dankt zijn naam aan de schoppende beweging van de machine bij het wegslingeren van het projectiel, gelijk aan die van een Onager (wilde ezel).

Geschiedenis[bewerken]

Tot in de late republiek was de rol van artillerie in het Romeins leger zeer beperkt. Pas ten tijde van Julius Caesar begon artillerie een belangrijke plaats in het leger in te nemen. Caesar zette tijdens het Beleg van Alesia in 52 v.Chr. katapulten in[1] en in de tijd van Augustus was veldartillerie volledig in het Romeins leger geïntegreerd. In de Joodse oorlog zette Vespasianus tijdens het beleg van Jotapata in het jaar 67 maar liefst 160 steenwerpende onagers en pijlwerpende ballista's in. Onder dit artilleriegeweld werden de Joodse verdedigers niet alleen van de stadsmuren verdreven maar ook van de gronden achter de muren.[1]

Volgens de Romeinse schrijver Vegetius had elke cohort in een legioen een onager.[2] Een compleet legioen zou dan 10 onagers hebben. Onagers werden klaar voor gebruik op door ossen getrokken wagens vervoerd.[2] Ammianus schrijft dat naast de schutter acht man nodig waren om de onager te spannen, vier aan beide zijden. Hij vermeldt bovendien dat de onager vroeger ook wel tormentum en scorpion werd genoemd.[3]

Beschrijving[bewerken]

Replica van een onager bij Alesia.

De onager behoort tot het torsiegeschut. Er zijn twee soorten torsiewapens; eenarmig krombaangeschut zoals de onager en tweearmig vlakbaangeschut zoals de ballista. Bij eenarmige machines wordt de kracht voor de ballistische worp via de torsieveer door een werparm op het projectiel overgebracht. Als munitie voor dit type geschut worden stenen, metalen kogels of brandmiddelen gebruikt. De projectielen volgen een kromme ballistische baan, waardoor het geschut over hindernissen heen kan schieten

De torsieveer in de onager bestaan uit windingen van pezen. De houten werparm wordt door de peeswindingen gestoken en als de arm dan naar onderen wordt getrokken brengt het torsiemoment van de getordeerde pezen de katapultarm op spanning. De pezenbundels bestonden meestal uit dierenpezen, maar ook het gebruik van darmen of in olie gedrenkte paarden- en vrouwenharen kwam voor.[4][5]

De onager bestaat uit een groot horizontaal raamwerk dat op de grond wordt gezet, met aan de voorkant een verticaal raamwerk van solide hout met een stootkussen met fijn haksel om de arm op te vangen. De onager heeft vaak houten wielen, waardoor deze makkelijk te verplaatsen en te richten is. Aan de voorkant van het bodem-raamwerk bevindt zich de torsieveer van pezenwindingen met daarin de slingerarm. Aan het eind van deze arm bevindt zich meestal een slinger waarmee projectielen worden afgeschoten. Een lepel in plaats van een slinger kwam ook voor, maar was minder effectief omdat een slinger het slingereffect van de werparm versterkt.[6] Met een slinger werd het bereik met zeker een derde vergroot.[7]

Om het wapen af te vuren werd de arm middels een windas die achterin het bodenraamwerk zit naar beneden getrokken en daarna losgelaten, waardoor deze met veel geweld in de verticale positie terugkeerde.[8] De onager werd door de Romeinen vooral gebruikt bij belegeringen en als verdedigingswapen in Romeinse verdedigingswerken als castella en castra.

De onager is in vrijwel dezelfde vorm als tot diep in de middeleeuwen in gebruik geweest. De in de middeleeuwen veel gebruikte lepelblijde wordt soms ook een onager genoemd, maar feitelijk is dit niet correct. De blijde is een boogwapen dat behoort tot het spangeschut. De lepelblijde maakt bovendien gebruik van een lepelvormige houder om projectielen weg te schieten in plaats van de slinger die de onager meestal had.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b (en) Paul Bentley Kern, Ancient Siege Warfare (Bloomington 1999) p. 299, 311 ISBN 978-0253335463
  2. a b Vegetius, De re militari (over militaire zaken), II 25 Engelse vertaling
  3. Ammianus, Res Gestae, XXIII 4.4-6
  4. Vitruvius, De architectura, X 11.2 Engelse vertaling bij Gutenberg.org
  5. (en) Ivy A. Corfis, Michael Wolfe, The Medieval City Under Siege (Woodbridge 1999) p. 141 ISBN 9780851157566
  6. 41e Afdeling Veldartillerie, Geschiedenis van de artillerie (41AfdVA.net) geraadpleegd op 19 oktober 2014
  7. Ralph Payne-Gallwey, Projectile Throwing Engines of the Ancients (Londen 1907) p. 13. ISBN 978-0874711448
  8. (en) S.G. Brady, The Military Affairs of Ancient Rome & Roman Art of War in Caesar's Time, bijlage bij Commentarii de bello Gallico in de editie van de Military Service Publishing Company (Harrisburg 1947). online tekst