Onbepaald voornaamwoord

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het onbepaald voornaamwoord of pronomen indefinitum is een voornaamwoord dat gebruikt wordt om iets inconcreets aan te duiden.

Zelfstandig en niet-zelfstandig gebruik[bewerken]

Zelfstandig gebruik[bewerken]

Een zelfstandig gebruikt onbepaald voornaamwoord staat los van andere voornaamwoorden. Het is dus niet bijvoeglijk.

  • Iedereen gaat naar huis.

Voorbeelden van andere zelfstandig te gebruiken onbepaalde voornaamwoorden

alleman, alles, iemands, iets, het beste

Niet-zelfstandig gebruik[bewerken]

Een niet-zelfstandig onbepaald voornaamwoord zegt iets over een ander (hoofd)woord.

  • Iedere deelnemer gaat naar huis.

Voorbeelden van andere niet-zelfstandig te gebruiken onbepaald voornaamwoorden

alle, elk(e), ieder(e), deze of gene, de een of ander

Collectiverend en niet-collectiverend[bewerken]

Collectiverend gebruik[bewerken]

Met collectiverend gebruik wordt bedoeld dat het onbepaald voornaamwoord een verzameling aanduidt.

  • Wij gingen allen naar huis.

Voorbeelden van andere collectiverend te gebruiken onbepaald voornaamwoorden

ieder(e), elk(e), alle(n)

Als zo'n onbepaald voornaamwoord verwijst naar personen (die niet in dezelfde zin staan), moet er een -n achter. In alle andere gevallen komt er geen -n achter te staan.

  • Buiten spelen enkele kinderen.
  • Alle kinderen moeten naar school. Wel zijn er altijd enkelen die spijbelen.

Niet-collectiverend gebruik[bewerken]

Ook bestaan er niet-collectiverende onbepaald voornaamwoorden.

  • Iemand wil ons iets vertellen

Voorbeelden van andere niet-collectiverend te gebruiken onbepaald voornaamwoorden

de een of (de) ander(e), deze of gene, iemand, iets

'Het' als onbepaald voornaamwoord[bewerken]

Het woord 'het' is een onbepaald voornaamwoord als het naar iets wat onbepaald is verwijst. Als het naar iets wat bepaald is verwijst, is het een persoonlijk voornaamwoord. In de volgende zinnen is het woord 'het' vetgedrukt als het een onbepaald voornaamwoord is en schuingedrukt als het een persoonlijk voornaamwoord is.

Het is buiten mistig. (want je kunt niets vinden waar 'het' op slaat)

Het boek is leuk. Het heeft vooral een spannend einde. (want 'het' slaat terug op het boek)

Het gaat wel. (want ook hier kun je niets vinden waar 'het' op slaat)

We gingen het bos in. Het was eng. (want 'het' slaat op dat we het bos in gingen)

'Je' als onbepaald voornaamwoord[bewerken]

Het woord 'je' wordt als een onbepaald voornaamwoord beschouwd als het ongeveer hetzelfde betekent als 'men'. In het volgende voorbeeld is 'je' vetgedrukt als onbepaald voornaamwoord en schuingedrukt als persoonlijk voornaamwoord.

Je hebt in Europa genoeg te eten. (Nu bedoel je: 'Men heeft in Europa genoeg te eten')

Je hebt in Europa genoeg te eten. (Nu richt je je tot één persoon, en bedoel je dus: 'Jij hebt in Europa genoeg te eten')

Bronnen, noten en/of referenties