Ondernemingsraad (Nederland)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Ondernemingsraad)
Ga naar: navigatie, zoeken

Een ondernemingsraad (OR) is een inspraak- en medezeggenschapsorgaan binnen een bedrijf. Hij bestaat uit werknemers die namens het personeel overleg voeren met de werkgever over het ondernemingsbeleid en de personeelsbelangen. Elk bedrijf in Nederland met 50 of meer werknemers (dus geen fte's) is verplicht een ondernemingsraad te hebben. De omvang en samenstelling kan per bedrijf verschillen. In de Wet op de ondernemingsraden (WOR) zijn de rechten en plichten van de OR vastgelegd.

Soorten ondernemingsraden[bewerken]

Een bedrijf kan meer dan één ondernemingsraad hebben. Zo staat GOR voor 'Groepsondernemingsraad' (een OR voor een groep bedrijven binnen één concern) en COR voor 'Centrale Ondernemingsraad' (een overkoepelende OR voor alle bedrijven binnen één concern). Daarnaast kan er in een bedrijf sprake zijn van een of meer Onderdeelcommissies; een Onderdeelcommissie is een sub-OR met beperktere bevoegdheden.

Een concern zal in het algemeen verschillende OR'en hebben: een COR, soms ook één of meer GOR'en, en diverse OR'en. Daarnaast is er de EOR, de Europese ondernemingsraad. Die kan aanwezig zijn binnen een concern wanneer het concern vestigingen heeft in verschillende landen binnen de Europese Unie. De term ondernemingsraad/OR wordt voor al deze medezeggenschapsorganen gebruikt.

Werknemersvertegenwoordiging kleinere bedrijven[bewerken]

Een bedrijf met minder dan 50 werknemers kan op grond van de van toepassing zijnde CAO toch verplicht zijn een ondernemingsraad in te stellen. Ook kan een kleiner bedrijf vrijwillig besluiten een ondernemingsraad in te stellen. Wanneer de onderneming meer dan 10 werknemers maar minder dan 50 werknemers heeft en er geen ondernemingsraad is, moet er, indien de meerderheid van het personeel dit wil, een personeelsvertegenwoordiging ingesteld worden, die ook een aantal bevoegdheden heeft.

Rechten[bewerken]

De ondernemingsraad heeft bij bepaalde typen van beleid, voornamelijk wanneer deze direct de werknemers en hun rechten betreffen, het recht een rol te spelen in de besluitvorming. Dit recht komt met name tot uitdrukking in vier rechten:

  • Overlegrecht
  • Instemmingsrecht
  • Adviesrecht
  • Initiatiefrecht

Ook heeft de ondernemingsraad het recht een adviseur in te schakelen.

Overlegrecht[bewerken]

De OR heeft het recht overleg te voeren met de werkgever over 'aangelegenheden betreffende de onderneming'. De werkgever is verplicht om hieraan mee te werken. Minstens twee keer per jaar dient een overlegvergadering plaats te vinden waarin de OR en de werkgever de algemene gang van zaken van de onderneming bespreken. De werkgever deelt mee welke belangrijke besluiten hij voorbereidt over financiën of de organisatie en spreekt met de OR af wanneer en hoe de OR in de besluitvorming wordt betrokken.

Adviesrecht[bewerken]

Voor besluiten die belangrijke financiële, economische en/of organisatorische gevolgen hebben voor de onderneming, moet de ondernemer door middel van een adviesaanvraag advies inwinnen bij de OR. De ondernemer moet het advies serieus meewegen in de besluitvorming. Wijkt de ondernemer af van het advies, dan moet hij dit schriftelijk motiveren naar de OR. Wanneer de ondernemer een besluit neemt dat afwijkt van het advies van de OR, dan moet de ondernemer een maand wachten tot hij het besluit uit mag voeren.

Instemmingsrecht[bewerken]

Voor besluiten die direct betrekking hebben op een aantal personele regelingen (zoals een werktijdenregeling of een regeling met betrekking tot arbeidsomstandigheden) moet de ondernemer instemming hebben van de OR voordat het besluit ten uitvoer kan worden gebracht. Als de OR niet instemt met het voorstel en de ondernemer toch zijn besluit wil uitvoeren, dient hij een gerechtelijke procedure aan te spannen.

Initiatiefrecht[bewerken]

De OR kan de ondernemer voorstellen doen over zaken die de onderneming betreffen.

Internationale concerns[bewerken]

Bij een aantal handelingen van in het buitenland beursgenoteerde ondernemingen zijn de regels en procedures vaak zeer afwijkend van die in Nederland. Voor de OR van een Nederlandse vestiging van een dergelijk bedrijf levert dat soms knelpunten op. Buitenlandse regels eisen vaak geheimhouding tot het moment van de handeling, met name als het een fusie of overname betreft. Buitenlandse toezichthouders kunnen bij overtreding boetes en zelfs gevangenisstraf uitdelen. De WOR eist echter tijdig overleg over dergelijke voornemens.

Ontslagbescherming[bewerken]

Leden van een OR hebben tijdens en tot twee jaar na beëindiging van hun OR-lidmaatschap een zekere mate van ontslagbescherming. Gedurende het OR-lidmaatschap mag de werkgever de arbeidsovereenkomst met het OR-lid niet opzeggen, tenzij er sprake is van reorganisatie. Datzelfde geldt voor de ambtelijk secretaris van de OR (die niet zelf lid van de OR is). Wanneer een werkgever de arbeidsovereenkomst wil gaan opzeggen met een werknemer die op de kandidatenlijst voor de OR staat, of met een werknemer die korter dan twee jaar geleden lid van de OR is geworden, heeft hij daarvoor toestemming van de kantonrechter nodig. De ontslagbescherming geldt niet bij ontslag tijdens proeftijd of wegens dringende reden.