Onderste neusschelp

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Onderste neusschelp
concha nasi inferior, concha nasalis inferior
Mediale wand van de linker oogkas (De onderste neusschelp is zichtbaar in het midden (geel)).
Mediale wand van de linker oogkas (De onderste neusschelp is zichtbaar in het midden (geel)).
Afb. 1: de laterale wand van de rechter neusholte met de onderste neusschelp in roze.
Afb. 1: de laterale wand van de rechter neusholte met de onderste neusschelp in roze.
Gegevens
Gewricht zeefbeen, bovenkaakbeen, traanbeen, os palatinum
Naslagwerken
Gray's Anatomy 42,169
Dorlands/Elsevier c_50/12253882
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De onderste neusschelp (concha nasalis inferior) is een gepaard bot en een van de drie neusschelpen in de neus. Ze zitten horizontaal vast aan de laterale wand (zie Afb. 1) en zijn gevormd uit een lamina van spongieus bot. De functie is net als bij de andere neusschelpen om de instromende lucht te verwarmen, te bevochtigen en te ontdoen van stofdeeltjes. Doordat de neusschelpen gekruld zijn ongeveer als een rol papier gaat de lucht hierin wervelen.

De bovenste neusschelpen zijn deel van het zeefbeen en maken dus deel uit van de hersenschedel. De onderste hoort bij de aangezichtsschedel

Het bot heeft twee oppervlakken, twee grensvlakken en twee uiteinden:

Oppervlakken[bewerken]

Het mediale oppervlak is convex, heeft meerdere openingetjes en groeven voor bloedvaten.

Het laterale oppervlak is concaaf en is deel van de onderste neusgang.

Grensvlakken[bewerken]

De bovengrens is onregelmatig van vorm en grenst aan meerdere botten in de laterale wand van de neusholte:

  • het voorste deel is verbonden aan het bovenkaakbeen
  • het achterste deel is verbonden met het verhemeltebeen
  • het middelste deel heeft drie uitsteeksels die nogal van vorm wisselen van persoon tot persoon.
    • vooraan is er een verbinding met het traanbeen, vormt hiermee de traanbuis.
    • hierachter is er de verbinding met het zeefbeen via een brede, dunne plaat; vanaf de ondergrens loopt een dunne plaat omlaag en vormt daarmee de mediale wand van de kaakholte.

De ondergrens is vrij, dik en cellulair opgebouwd, vooral in het midden van het bot.

Uiteinden[bewerken]

Beide uiteinden zijn min of meer puntig van vorm: het achterste loopt meer taps dan het voorste.

Verbening[bewerken]

De onderste neusschelp verbeent vanuit een enkele kern, die ongeveer in de vijfde maand van de zwangerschap ontstaat.