Onderwijs voor hoogbegaafden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Er zijn verschillende vormen van onderwijs voor hoogbegaafden. In de praktijk worden die vormen naast elkaar gebruikt.

Compacten en verbreden[bewerken]

In veel vormen van onderwijs kunnen de leerlingen zelfstandig (verder) werken in hun eigen tempo. Dat is bijvoorbeeld mogelijk binnen het Montessorionderwijs. Werken in een eigen tempo is heel goed voor kinderen die (op bepaalde gebieden) niet het groepstempo hebben. Dat kan zowel naar boven als naar beneden afwijken. Door de opkomst van de ICT wordt dit sterk gestimuleerd.

Ook is het mogelijk om het lesmateriaal te compacten, door herhalingen te verminderen. In het reguliere onderwijs wordt veel herhaald omdat de meeste mensen iets pas onthouden of leren nadat ze het een paar keer gehoord hebben. Hoogbegaafden begrijpen vaak al het concept waardoor voor hen de vele voorbeelden en herhalingen overgeslagen kunnen worden. Door regelmatig te testen kan bepaald worden welk materiaal al beheerst wordt zodat dit niet herhaald hoeft te worden.

Versnellen[bewerken]

Als compacten en verbreden niet voldoende is, is het ook mogelijk om een klas over te slaan. Binnen een Montessorischool is het vaak mogelijk om in een jaar het lesmateriaal van 2 klassen te doen. Binnen het reguliere klassikale leerjarensysteem is vooruitwerken veel minder eenvoudig en is vaak een betere oplossing om het kind een heel leerjaar over te laten slaan. Ook is het mogelijk om een kind enkele vakken in een hogere groep te laten werken, bijvoorbeeld door het lesmateriaal van hogere groepen te gebruiken.

Dit is mogelijk zowel op de basisschool als op het vwo. Vanuit het oogpunt van de school gezien is dit een eenvoudige en goedkope oplossing. Hierdoor komen (enkele) jongere kinderen tussen veel oudere leerlingen te zitten. Deze jongere leerlingen voelen zich hier niet altijd geaccepteerd. Hoe groter het leeftijdsverschil is hoe groter het probleem. Je leest ook dat het achterblijven in een klas met reguliere leeftijdsgenoten een slechter alternatief is. De psycholoog Miraca Gross zegt dat: "De meerderheid van deze kinderen, die in een klas met leeftijdgenoten worden gestopt, komen in een sociaal isolement en worden erg ongelukkig. Kinderen met een IQ van 130 of hoger die in een klas met leeftijdgenoten blijven, zitten in een erg stressvolle situatie".[1]

Plusklas[bewerken]

De leerlingen zitten een gedeelte van hun tijd in een plusklas. De rest van de tijd zitten ze in een klas met leeftijdgenoten. Er is flinke discussie over de effectiviteit van dit soort klassen. De effectiviteit lijkt ook af te hangen van wat er in de rest van het lesprogramma gebeurt.

In Amsterdam is het ABC gestart met het project Day a Week School. Een dag per week gaan dit soort kinderen naar een aparte klas op een school in de buurt en krijgen ander soort onderwijs, onder meer met wetenschappelijke proefjes, discussie met elkaar etc. Het is een kopie van een Engels initiatief. Day a Week School is voor kinderen uit groep 5 t/m 7.

Aparte klassen of scholen[bewerken]

Hoogbegaafden worden soms in aparte klassen of scholen opgeleid.

Nederland[bewerken]

In Nederland bestaan op sommige scholen mogelijkheden voor onderwijs voor hoogbegaafde kinderen. De groepen met een toegesneden onderwijsaanbod zijn onderdeel van een 'gewone' basisschool omdat speciaal onderwijs aan hoogbegaafden door de wetgever tot nu toe niet wenselijk geacht wordt. Ook instellingen voor voortgezet onderwijs bieden steeds vaker een studieprogramma voor extra begaafden aan.

België[bewerken]

In België zijn een aantal basis- en secundaire scholen met projecten voor hoogbegaafde leerlingen en met kangoeroeklassen (k-klassen). Een kangoeroeklas is een bijkomende klas waar de hoogbegaafde leerlingen van de school gedurende 2-4 uur per week samen zitten om aan specifieke projecten te werken of waar zij ‘moeilijke’ vakken krijgen.

Het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming heeft geen lijst van scholen met k-klassen. Het gaat om eigen initiatieven van de scholen.[2]

Andere mogelijkheden[bewerken]

Thuisonderwijs[bewerken]

In Nederland is het wettelijk vrijwel onmogelijk. In Vlaanderen is huisonderwijs een reëel alternatief, waar relatief weinig gebruik van wordt gemaakt. In andere landen komt het wel vaker voor dat kinderen thuis les krijgen. In veel Amerikaanse staten is er bijvoorbeeld van overheidswege weinig geld beschikbaar voor het onderwijs aan hoogbegaafden zodat ouders er voor kiezen om hun kinderen zelf thuis les te geven.

Hobby[bewerken]

De meest gebruikte vorm is om de leerlingen buiten het onderwijs een uitdaging te bieden. Dat kan bijvoorbeeld door schaken, het leren van extra talen, zoals Engels of Frans. Maar ook zaken als vioolles, kunst en (top)sport geven een extra intellectuele uitdaging.

Zomerschool[bewerken]

In met name de Verenigde Staten gaan veel kinderen naar een zomerschool, er bestaan speciale zomerscholen voor hoogbegaafden.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Broecher, J. (2005). Hochintelligente kreativ begaben. LIT-Verlag Muenster, Hamburg 2005 (Application of the High/Scope Approach and Renzulli's Enrichment Triad Model to a German Summer Camp for the Gifted)
  • Davis, G., & Rimm, S. (1989). Education of the gifted and talented (2nd ed.). Englewood Cliffs, NJ: Prentice Hall.
  • Hansen, J., & Hoover, S. (1994). Talent development: Theories and practice. Dubuque, IA: Kendall Hunt.
  • Johnsen, S. (1999, November/ December). The top 10 events in gifted education. Gifted Child Today, 22(6), 7.
  • Newland, T. (1976). The gifted in historical perspective. Englewood Cliffs, NJ: Prentice Hall.
  • Piirto, J. (1999). Talented adults and children: Their development and education (3nd ed.). Waco, TX,: Prufrock Press.
  • U.S. Department of Education, Office of Educational Research and Improvement. (1993). National excellence: A case for developing America's talent. Washington, DC: U.S. Government Printing Office.
  • Sriraman, B. (2004). Gifted ninth graders' notions of proof. Investigating parallels in approaches of mathematically gifted students and professional mathematicians. Journal for the Education of the Gifted, Vol. 27, no.4, pp. 267–292.
  • Sriraman, B. (2005). Are Mathematical Giftedness and Mathematical Creativity Synonyms? A theoretical analysis of constructs. Journal of Secondary Gifted Education, vol.17, no.1, pp. 20–36.
  • Sriraman, B & Steinthorsdottir, O. (2007). Excellence and equity in education and talent development: Components of a Hegelian dialectic. Mediterranean Journal for Research in Mathematics Education, vol. 6, no. 1 & 2, pp. 91–102.
  • Sriraman, B (Guest Editor) (2007). Perspectives on talent development in mathematics education. Mediterranean Journal for Research in Mathematics Education, vol. 6, no. 1 & 2, pp. 1–152
  • Sriraman, B. & Dahl, B. (2007). On bringing interdisciplinary Ideas to Gifted Education. In press in L.V. Shavinina (Ed). The International Handbook of Giftedness. Springer Science
  • [1]