Onderwijsbevoegdheid
De term onderwijsbevoegdheid wordt gebruikt om aan te duiden in welk vak of welke vakken een leraar les mag geven, en op welk niveau.
Inhoud |
Vlaanderen [bewerken]
Het stelsel van onderwijsbevoegdheden betreft voornamelijk het secundair onderwijs; in het lager onderwijs is het eenvoudig: onderwijzer(es); het hoger onderwijs heeft op dat punt een grotere autonomie. Zo bestaat er een uitgebreide lijst van diploma's (in deze context "bekwaamheidsbewijs" genoemd) met de daaraan gekoppelde vakken. In de regel wordt de onderwijsbevoegdheid verworven naar:
- (inhoudelijk) vak. Een licentiaat in de fysica mag uiteraard het vak fysica geven, maar bij gebrek aan kandidaten, ook het vak scheikunde en wiskunde.
- naar niveau. Zo geeft een licentiaat of Master les aan de hoogste drie leerjaren van het secundair onderwijs. In de lagere jaren wordt in de regel lesgegeven door een regent.
Op deze regel zijn tal van uitzonderingen, o.a. in het BSO, en het onderwijs voor sociale promotie.
Onderwijsbevoegdheid wordt behaald:
- tijdens de opleiding, als men de universitaire studie combineert met het zogenaamde "aggregaat" dit zijn enkele onderwijskundige en didactische vakken, naast onderwijsstage. Ook het volgen van een onderwijsopleiding (bachelor in onderwijs) geeft uiteraard onderwijsbevoegdheid.
- na de opleiding door het volgen van een avondcursus die onderwijsbevoegdheid geeft. (Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid)
Het hoger onderwijs en het deeltijds kunstonderwijs hebben een heel eigen regeling.
Nederland [bewerken]
Graden [bewerken]
Huidige stelsel [bewerken]
In Nederland zijn er twee verschillende graden bevoegdheid vereist voor het mogen lesgeven in het VO.
- met een tweedegraads bevoegdheid mag men alleen lesgeven aan het vmbo, het mbo en de onderbouw van havo en vwo.
- met een eerstegraads bevoegdheid mag men ook lesgeven aan de bovenbouw van havo en vwo.
Voor het BVE-onderwijs (beroepsonderwijs en volwasseneneducatie) is een hbo-diploma aangevuld met een didactisch-pedagogisch certificaat voldoende.
Daarnaast bestaat de mogelijkheid voor zogenaamde "zij-instromers" om in eigen tijd hun onderwijsbevoegdheid te halen terwijl ze al lesgeven. Dit betreft dan hoofdzakelijk het didactisch-pedagogisch gedeelte. Wel moet diegene al ervaring hebben opgebouwd in zijn specifieke vakgebied. Dit kan voor iemand uit de bouw betekenen, dat hij bijvoorbeeld wel timmer- of metselles mag geven, maar geen biologieles.
Derdegraads [bewerken]
Naast de huidige indeling in eerstegraads en tweedegraads bestaat er een derdegraads (zogenaamde l.o.) bevoegdheid. Dit is nog steeds een bevoegdheid voor het gehele vmbo, de gehele MAVO (oude ULO) en jaar 1 van HAVO en VWO.
Opleidingen [bewerken]
| Bevoegdheid | Huidig | Oud | Derde graads | Opleiding vervallen | voorheen genoemd LO-akten ]] | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tweede graads | nu HBO B. Ed | MO-A]] | ||||
| Eerste graads | nu HBO M. Ed, MA/MSc + post-Master | MO-B]] / ook doctoraal oude stijl |