Onopgeloste vraagstukken in de wiskunde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

In principe zijn er zeer veel onopgeloste vraagstukken in de wiskunde aangezien het gebied waar de wiskunde betrekking op heeft oneindig groot is. Desondanks zijn er in de loop van de geschiedenis van de wiskunde enkele onopgeloste vraagstukken naar voren gekomen die binnen de wetenschap als zeer belangrijk gekenmerkt worden.

De millenniumprijsproblemen[bewerken]

In het jaar 2000 stelde het Clay Mathematics Institute in Cambridge in Massachusetts de (volgens het instituut) zeven belangrijkste onopgeloste vraagstukken in de wiskunde op en loofde voor de oplossing van een probleem een prijs van een miljoen Amerikaanse dollar uit. Tot nu toe is van dit zogenoemde millenniumprijsprobleem alleen het bewijs van het Vermoeden van Poincaré opgelost door Grigori Perelman in 2002. De zeven millenniumprijsproblemen zijn:

De aanleiding voor het Clay Institute voor het opstellen van de millenniumproblemen was dat honderd jaar eerder (op 8 augustus 1900) David Hilbert de 23 problemen van Hilbert had geformuleerd op het Internationaal Wiskundecongres in Parijs, waarbij hij de wiskunde uitdaagde om ze voor het jaar 2000 op te lossen. Bij deze 23 problemen zat ook het nog altijd niet gegeven bewijs van de Riemann-hypothese.

Andere bekende onopgeloste vraagstukken[bewerken]

Externe links[bewerken]