Ontvlechten van verkeersstromen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Voorbeeld ontvlechting van een weefvak

Met het ontvlechten van verkeersstromen wordt het verkeerskundige concept bedoeld waar voorheen kruisende verkeersstromen van elkaar worden gescheiden, bijvoorbeeld met fly-overs (ongelijkvloerse kruisingen) om het aantal conflictpunten, waaronder weefvakken te minimaliseren. Doel van ontvlechting van verkeersstromen is een efficiëntere, veiligere en betrouwbaardere afwikkeling van het verkeer. Op knooppuntniveau betekent dit de toepassing van "breiwerken". Op een hoger schaalniveau wordt met ontvlechten van verkeersstromen ook de expliciete scheiding van lokaal en doorgaand verkeer bedoeld.

Wegvervoer[bewerken]

Voorbeeld A12 tussen Oudenrijn en Lunetten[bewerken]

Werden in 1960 ten zuiden van Utrecht nog 30.000 personenauto's per etmaal geteld, in 1976 waren dat er al 100.000 en na 1980 al snel 120.000. Al dit verkeer moest veilig van rijbaan of rijstrook kunnen wisselen en juist op het toch al drukke wegvak tussen de knooppunten Oudenrijn en Lunetten ontstond daardoor een heen- en weerbeweeg van voertuigen. Om die beweging in goede banen te leiden was als onderdeel van de bestaande autoweg een "breivak" (ontvlechting van de verkeersstromen) nodig.

De bouw van dit "breivak" was een unieke oplossing voor Nederland. Even ten oosten van het klaverblad Oudenrijn kwam er over een afstand van 1800 meter een aantal rijstroken bij, niet naast elkaar, maar verlopend in een vlechtwerk met ongelijkvloerse kruisingen. Deze kregen een speciale vorm en werden ongeveer 100 meter lang.

De hiervoor benodigde kunstwerken en wegen waaraan in zeven fasen werd gewerkt, kwam in december 1976 klaar. De kosten bedroegen destijds twintig miljoen gulden.

Andere voorbeelden in Nederland[bewerken]

Meerdere toepassingen van het concept "ontvlechting" in Nederland zijn b.v. die ter hoogte van Zeist-Utrecht (A28), die ten oosten van Rijswijk (A4 tussen knooppunt Ypenburg en het Prins Clausplein), bij Ring Utrecht, Ring 's-Hertogenbosch en Randweg Eindhoven (alle drie horen bij A2) en ook op en nabij het Knooppunt Ridderkerk bevinden zich meerdere vlechtwerken.

Openbaar vervoer[bewerken]

Plannen Amsterdamse metro[bewerken]

Op het huidige metronet van de Amsterdamse metro delen de vier metrolijnen allemaal gedeeltelijk dezelfde infrastructuur. Deze vervlechting heeft een aantal nadelen: verstoringen op de ene lijn spreiden zich sneller uit over het hele netwerk; de frequenties per lijn liggen lager dan bij een ontvlochten lijnvoering en de dienstregeling per lijn kan minder eenvoudig op de vervoersvraag afgestemd worden. In de Metronetstudie gaat men daarom uit van een ontvlechting van het metronet. Hierbij zouden de lijnen 51 en 53 naar respectievelijk Amstelveen Westwijk en Gaasperplas (uit de Oostlijntunnel) moeten verdwijnen. Alleen lijn 54 naar Gein blijft daar dan over. Lijn 50 blijft tussen station Isolatorweg en station Van der Madeweg dezelfde route rijden, maar gaat daarna de route van lijn 53 naar Gaasperplas rijden. De huidige lijn 51 (Amstelveenlijn) wordt een hoogwaardige tram en ingekort tot het traject Amstelveen - station Amsterdam Zuid.

Fietsinfrastructuur[bewerken]

Ook in de fietsinfrastructuur spreekt men over 'ontvlechting'. Het gaat hier dan om ontvlechting van de netwerken voor de verschillende vervoerstypen. Bij een fietsinfrastructuur op basis van ontvlechting wordt het fietsverkeer niet over hoofdwegen of fietspaden langs hoofdwegen geleid, maar over erftoegangswegen en vrijliggende fietspaden. Hierdoor ontstaan dus gescheiden netwerken voor snelverkeer en fietsverkeer, en eventueel nog een derde netwerk voor openbaar vervoer. Deze maximale scheiding tussen fietsverkeer en snelverkeer maakt het fietsen zowel comfortabeler als veiliger, en wordt in steeds meer Nederlandse gemeenten toegepast.