Ooglens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Doorsnede van een oog
netvlies (retina), regenboogvlies (iris), hoornvlies (cornea), gele vlek (macula lutea), oogzenuw, lens, pupil

De ooglens of kristallens is een structuur in het oog, die zich tussen de cornea en het netvlies bevindt, meer specifiek achter de iris, en voor het glasachtig lichaam. Hij bestaat uit een lenskapsel, een cortex en een lenskern. De lens is biconvex en heeft bovendien de eigenschap dat hij vervormbaar is: door innervatie van de accommodatiespiertjes (Zonulae van Zinn) rond de lens wordt de lens boller, waardoor het oog dichterbij scherpstelt. Ontspannen de spiertjes dan trekt het straallichaam (corpus ciliaris)de lens weer plat. Hierdoor hebben de mens en veel andere diersoorten het vermogen om zowel dingen die ver weg liggen als dingen die zich dichtbij bevinden scherp te zien. Dit accommodatievermogen gaat echter bij de mens tussen het 40e en het 50e levensjaar sterk achteruit door minder elastisch worden van de lens - dan hebben veel mensen een leesbril nodig. Op hoge leeftijd treedt bij veel mensen vertroebeling van de lens op: grijze staar of cataract. Het grootste aandeel van het brekend vermogen van het oog wordt overigens niet door de lens (ong. 21 dioptrie) maar door het oppervlak van de cornea (ongeveer 43 dioptrie) geleverd.

Scherpstelling van het oog

Ten onrechte wordt de ooglens wel eens vergeleken zoomobjectief. In het artikel Zoomobjectief, paragraaf Verschil tussen ooglens en zoomobjectief wordt uitgelegd dat er een essentieel verschil is.