Oorlog bij volmacht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een oorlog bij volmacht (Engels: proxy war) is een conflict waarbij één partij (meestal een grootmacht) een andere partij, de gevolmachtigde, een oorlog laat voeren, en daarbij als achterman optreedt. De grootmacht levert economische, ideologische, logistieke en/of militaire steun. De gevolmachtigde, meestal een kleiner land, voert de oorlog waarbij hij zich gesteund weet door de grootmacht.

De keerzijde van deze medaille is het feit dat de gevolmachtigde meestal voor de negatieve consequenties van deze oorlog opdraait. De geschrokken grootmacht, die bang is voor gezichtsverlies, trekt zijn handen dan van de zaak af.

Voorbeelden[bewerken]

Voorbeelden van oorlogen bij volmacht zijn:

Een ander belangrijk voorbeeld is Afghanistan. De VS gaven via de Pakistaanse inlichtingendienst ISI militaire en financiële steun aan de moedjahedien. De ISI kreeg ook vanuit Saoedi-Arabië geld om de moedjahedien te steunen. De Saoudis hamerden er echter op dat alleen de islamitische moedjahedien hun steun konden ontvangen. De ISI verdeelde op basis van eigen criteria wapens en geld aan zeven moedjahedin-partijen. (Afghanistan National Liberation Front, Movement of the Islamic Revolution, National Islamic Front of Afghanistan, Islamic Party of Afghanistan factie Hekmatyar, Islamic Party of Afghanistan factie Khalis, Islamic Society of Afghanistan en de Islamic Union for the Freedom of Afghanistan). De USSR gaf op haar beurt rechtstreekse logistieke steun via Russische troepen, maar ook financiële en militaire steun aan de communistische regering in het land. Na het einde van de Koude Oorlog en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie spreekt men van een regionalisering van de oorlog bij volmacht, met India, Pakistan en de centraal-Aziatische staten (Oezbekistan, Turkmenistan, Tadzjikistan) als nieuwe achtermannen.