Oostenrijkse Burgeroorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Oostenrijkse Burgeroorlog
Soldaten van het Oostenrijkse Federale Leger in Wenen, 12 februari 1934
Soldaten van het Oostenrijkse Federale Leger in Wenen, 12 februari 1934
Datum 12 - 16 februari 1934
Locatie Verscheidene steden in Oostenrijk
Resultaat Overwinning voor het austro-fascisme
Einde van het meerpartijenstelsel
Consolidatie van de macht door het Vaderlands Front
Strijdende partijen
SPADÖ
  • Republikanischer Schutzbund
Flag of Austria.svg Eerste Oostenrijkse Republiek
Commandanten
Richard Bernaschek
Anderen
Engelbert Dollfuss
Emil Fey
Troepensterkte
80.000 in heel Oostenrijk
17.500 soldaten in Wenen
Het gehele Federale Leger, politie, gendarmerie en de troepen van de paramilitaire Heimwehr
Verliezen
137 - 1.000 doden
399 gewonden
10 achteraf geëxecuteerd
105 - 118 doden
319 gewonden

De Oostenrijkse Burgeroorlog ook wel bekend als de Februari-opstand is de term die wordt gebruikt voor de schermutselingen tussen de socialisten en de conservatief-fascisten in Oostenrijk tussen 12 februari en 16 februari 1934. De gevechten begonnen in Linz en escaleerden daarna voornamelijk naar Wenen, Graz, Bruck an der Mur, Judenburg, Wiener Neustadt en Steyr, maar ook in enkele industriële steden in het midden en oosten van Oostenrijk. Enkele honderden mensen kwamen om het leven.

Voorgeschiedenis[bewerken]

Nadat het keizerrijk Oostenrijk-Hongarije uiteen was gevallen, ten gevolge van de Eerste Wereldoorlog bleef er van Oostenrijk enkel nog het vroegere Duitstalige gedeelte over. Het voormalige keizerrijk werd nu een parlementaire democratie. De politiek in het land werd gedomineerd door twee partijen: de socialisten (SDAP) en de conservatieven (CS). De socialisten kregen de steun van de werkende klasse uit de grote steden terwijl de conservatieven het moesten hebben van de hogere klasse en de mensen uit de landelijke omgeving. De conservatieven hadden ook goede banden met de rooms-katholieke Kerk en hand ook enkele hooggesplaatste leden van de clerus in hun rangen.

Beide partijen hadden ook een eigen paramilitaire beweging: de Heimwehr van de conservatieven en de Schutzbund van de socialisten. Geregeld kwam het tot een botsing tussen de twee.

Een eerste incident kwam er begin 1927 toen leden van de Frontkämpfervereinigung (gelinkt aan de conservatieven) een achtjarig jongetje en een oorlogsveteraan neerschoten terwijl ze meeliepen in een Schutzbund-demonstratie in Schattendorf, in Burgenland. Na het proces in juli van dat jaar werden drie verdachten vrijgesproken, wat heel wat commotie veroorzaakte in het andere kamp.

Op 15 juli 1927 vond er een algemene staking plaats en waren er vele demonstraties in de hoofdstad. Nadat het politiekantoor bestormd werd, schoten de veiligheidsagenten op de demonstranten. Hierop staken zij het Paleis van Justitie in brand waarbij in totaal 89 mensen omkwamen (85 demonstranten en 4 agenten). Er vielen ook meer dan duizend gewonden. Vreemd genoeg hield het geweld hierna op.

De Grote Depressie had ook effect op Oostenrijk en er was een hoge werkloosheid en inflatie. Nadat Hitler aan de macht kwam in Duitsland wilden nazi-sympathisanten dat Oostenrijk en Duitsland verenigd zouden worden en bedreigden de politiek van binnenuit.

Het conflict[bewerken]

In 1933 verbood de conservatief Engelbert Dollfuss alle andere politieke partijen. Hij wilde zich niet bij Duitsland aansluiten en zocht steun in Italië. De Schutzbund werd opgeheven en vele leden belandden in de gevangenis.

Op 12 februari 1934 zochten gewapende troepen in de stad Linz naar de paramilitaire beweging van de SDAP, die verboden was maar nog steeds bestond. Er ontstonden schermutselingen die escaleerden naar andere steden, voornamelijk Wenen. Er werd ook gevochten in Steyr, Sankt Pölten, Weiz, Eggenberg bei Graz, Kapfenberg, Bruck an der Mur, Graz, Ebensee en Wörgl.

Een keerpunt was de interventie van het Oostenrijkse leger. Nadat de socialisten onder vuur genomen werden door de lichte artillerie van het leger gaven ze zich al snel over. De gevechten in Wenen en Opper-Oostenrijk stopten op 13 februari. Het geweld bleef echter verder woeden in Stiermarkse steden Bruck an der Mur en Judenburg tot 14 en 15 februari. Na dit waren er nog maar enkele kleine groepjes socialisten die tegen de militairen vochten of van hun wegvluchtten. Op 16 februari 1934 was de Oostenrijkse Burgeroorlog beëindigd.