Oosterse wingerd

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Oosterse wingerd
Parthenocissus-tricuspidata.JPG
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Rosiden
Orde: Vitales
Familie: Vitaceae (Wijnstokfamilie)
Geslacht: Parthenocissus (Wilde wingerd)
Soort
Parthenocissus tricuspidata
(Siebold & Zucc.) Planch. (1887)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Oosterse wingerd of ook wel Oosterse wilde wingerd (Parthenocissus tricuspidata) is een bladverliezende plant uit de wijnstokfamilie (Vitaceae). De plant is afkomstig uit Japan, Korea, Noord- en Oost-China.[1] In het Nederlands wordt hij aangeduid als oosterse of Japanse wilde wingerd of Boston ivy. De soortaanduiding triscupidata komt van het Latijnse 'tri' (drie) en 'cuspidata' (gepunt).

De Oosterse wingerd kan 30 meter hoog worden, waarbij hij zichzelf vasthecht met kleine takjes waaraan heel kleine kleverige schijfjes zitten.

Kenmerken[bewerken]

De bladeren zijn enkelvoudig, handlobbig met drie lobben, een enkele keer ook vijf of helemaal geen; de grootte van het blad varieert tussen de 5 en 22 centimeter in diagonaal. De bloemen zijn onopvallend, groenachtig en groeien in trosjes. De vrucht is een kleine donkere blauwe druif, ongeveer 5-10 mm in doorsnede. Het verschil tussen Oosterse wingerd en vijfbladige wingerd (Parthenocissus quinquefolia) is duidelijk te zien aan de bladvorm. Die laatste heeft vijfvoudige bladen.

Groei[bewerken]

Net als de verwante Wilde wingerd, wordt deze plant veel gekweekt als sier- en klimplant om de gevels van huizen te bedekken. Omdat de Oosterse wingerd zoveel gekweekt wordt in Boston is aan die stad de naam Boston Ivy ontleend. De plant scheidt calciumcarbonaat af,[2] wat als een kleefstof dient, zodat hij zich aan een muur kan hechten zonder verdere ondersteuning. Hij dringt niet ín het oppervlak van gebouwen, maar hecht zich er alleen aan vast.[3] Toch kan er schade ontstaaan bij het verwijderen van de plant. Daarom is het goed in dat geval de plant zover te laten verdorren dat hij gemakkelijk loslaat.

Cultivars[bewerken]

Er zijn verschillende cultivars van de Oosterse wingerd bekend zoals bijvoorbeeld 'Lowi' en 'Veitchii' met vrij kleine bladeren, 'Green Showers' en 'Green Spring' met vrij grote bladeren en 'Purpurea' met bladeren die ook in de zomer rood zijn.[4]

Geschiedenis[bewerken]

Deze soort werd al voor 1867 in Nederland gebracht en door Philipp Franz von Siebold en Joseph Gerhard Zuccarini als Ampelopsis tricuspidata beschreven.

Ook John Gould Veitch, die in 1860 Japan bezocht, zond al planten en zaden naar Engeland. Daar werden die exemplaren als een soort van het geslacht Ampelopsis gezien en Ampelopsis veitchii genoemd. Tegenwoordig ziet men ze echter als Parthenocissus tricuspidata. Al sinds 1868 wordt deze plant door de firma Veitch and Sons in Exeter verkocht.

Externe links[bewerken]

Tineke van Dijk, "Parthenocissus en Ampelopsis", in Tuin & Landschap 23 (2003) [2] (geraadpleegd op 20-9-2010)

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Vít Bojňanský, Agáta Fargašová, Atlas of Seeds and Fruits of Central and East-European Flora, 2007 - Science , p. 429
  2. Jason Canon,The Ivy League[1] (retrieved 19-09-2010)
  3. Matthias Scherge, Stanislav Gorb, Stanislav N. Gorb, Biological micro- and nanotribology: nature's solutions, Springer, 2001 p. 94
  4. Harrison Leigh Flint, Jenny M. Lyverse, Landscape plants for eastern North America, John Wiley and Sons, 1997, p. 414