Oostzee

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Oostzee / Baltische Zee
Locatie Oostzee.PNG
Locatie tussen Denemarken, Duitsland, Zweden, Polen, Rusland en de Baltische staten
Oppervlakte 377.000 tot 422.000[1] km²
Diepte (max.) 459 m
Diepte (gem.) 55 m
Afbeeldingen
Duinen in het Poolse nationaal park Słowiński
Duinen in het Poolse nationaal park Słowiński
Portaal  Portaalicoon   Geografie

De Oostzee of Baltische Zee is een randzee van de Atlantische Oceaan die ruwweg tussen Zweden, Finland, Polen, Duitsland, Denemarken en de Baltische staten ligt. In het noorden en oosten bevinden zich als uitlopers de Botnische Golf, de Finse Golf en de Golf van Riga.

Ontstaan[bewerken]

Serie Fase Tijd geleden (jaar)
Holoceen Oostzee 5000 - 0
Littorinazee 8500 - 5000
Ancylusmeer 10.700 - 8500
Yoldiazee 11.600 - 10.700
Pleistoceen Baltisch IJsmeer 15.000 - 11.600
Ouderdom fases gebaseerd op Björck 2008[2]

De Oostzee ontstond in stappen nadat de Scandinavische ijskap zich aan het eind van het Weichselien terugtrok, eerst in de vorm van een zoetwatermeer, het Baltische IJsmeer. Na het eind van het Jonge Dryas vormde zich in Midden-Zweden op de lijn Göteborg-Stockholm een zeestraat, waardoor het ijsmeer zout werd en de Yoldiazee ontstond. Door postglaciale opheffing sloot de zeestraat zich na verloop van tijd weer en werd het opnieuw een geïsoleerd zoetwatermeer, dit keer Ancylusmeer geheten. Door het stijgen van het globale eustatische zeeniveau , kwamen de zeestraten in Denemarken, de Grote Belt en de Sont weer onder water te staan. Hierdoor ontstond geleidelijk aan de Littorinazee, die de directe voorloper was van de huidige Oostzee.

De zee bestaat pas sinds het 6e millennium v.Chr. Qua vorm doet de Oostzee sterk denken aan een hoofdrivier met zijrivieren (Finse Golf en Botnische Golf). Uit geologisch onderzoek is inderdaad gebleken dat in het Pleistoceen hier een rivier moet hebben gelegen: de Eridanos. Door morfologische processen als gevolg van IJstijden is het landschap van de Oostzee en de omringende landmassa's echter sterk afgevlakt.

Kenmerken[bewerken]

De gemiddelde diepte van de Oostzee ligt tussen de 70 en 100 meter[3], en het diepste punt op 459 meter onder de zeespiegel. De waterinhoud is zo’n 22.000 km3[3].

De Oostzee is brakker dan de Noordzee ten gevolge van de grote aanvoer van rivierwater en de geringe verdamping. Ongeveer 250 rivieren monden uit in de Oostzee[3] en deze brengen zo’n 470 km3 zoet water in[3]. Per jaar stroomt zo’n 1.600 km3[3] water uit de Oostzee via de de straten tussen Denemarken en Zweden naar de Atlantische Oceaan. Een tegenstroom van zouter en zwaarder water brengt ongeveer driekwart hiervan terug anders had de Oostzee allang zoet water gehad[3]. Nabij de Belten wisselt het zoutgehalte van het oppervlaktewater, afhankelijk van de wind, tussen 10‰ en 22‰, in de uiteinden van de Botnische en de Finse Golf daalt het tot minder dan 3‰; op grotere diepte in de bekkens kan het zoutgehalte echter aanzienlijk hoger zijn. 's Winters daalt de oppervlaktetemperatuur op vele plaatsen tot beneden het vriespunt en treedt vooral langs de kusten en in het noorden en oosten veel ijsvorming op.

Het waterniveau in de Baltische Zee varieert met de luchtdruk. In het algemeen leidt een daling van de luchtdruk met 1 hectoPascal (hPa) tot een stijging van het waterniveau met 1 centimeter. Het gemiddeld niveau van de zeespiegel is 0 centimeter bij een gemiddelde luchtdruk van 1013 hPa. In de regio varieert de luchtdruk tussen de 950 en 1050 hPa gedurende het jaar[4], waardoor het waterniveau tussen 63 centimeter hoger en 37 centimeter lager kan komen te liggen[4]. De zeespiegel kan binnen de regio ook sterk variëren, een lagedrukgebied in de Botnische Golf gecombineerd met een hogedrukgebied in het zuiden van de Oostzee kan tot een hoogteverschil leiden van maximaal 2 meter[4]. Gedurende een jaar is de zeespiegel hoog in de herfst en winter wanneer lagedrukgebieden frequent voorkomen en de westenwind krachtig is. In de lente en zomer is de wind zwakker en de luchtdruk veelal hoger[4].

De Oostzee heeft een gering getijverschil: tot enkele decimeters hoogteverschil bij de Sont tot ongeveer 10 centimeter verder naar het oosten[3]. In de zomer kan het waterpeil hoger staan als het smeltwater de zee bereikt. Een aanhoudende wind uit het westen kan het waterpeil doen stijgen in de Finse Golf met overstromingen tot gevolg. Sint Petersburg leed onder grote overstromingen in 1824 en september 1924. In 1924 werd het waterpeil van de Neva zo met bijna 4 meter opgestuwd en grote delen van de stad kwamen onder water te staan[3]. Om de stad hiertegen te beschermen is de Sint-Petersburgdam aangelegd.

De enkele grote en vele kleine meren die in Rusland tussen Sint-Petersburg en Belomorsk liggen, maken via enkele rivieren en een groot aantal kanalen een alternatieve waterweg tussen de Oostzee en de Barentszzee.

Geografie[bewerken]

Begrenzing[bewerken]

Met de wijzers van de klok meegaand, grenzen de volgende landen aan de Oostzee:

Tot de Oostzee in ruime zin behoren ook de Botnische Golf, de Finse Golf, de Golf van Riga en kleinere baaien ('bochten') en haffen langs de kust van Duitsland, Polen, Rusland en Litouwen.

Afwatering en rivieren[bewerken]

Estland, Letland, Litouwen en Polen wateren voor 100% af op de Oostzee, de andere landen gedeeltelijk. Ook Tsjechië, Slowakije, Oekraïne en Wit-Rusland lozen deels hun oppervlaktewater in de Oostzee.

De belangrijkste rivieren die op de Oostzee afwateren zijn de Weichsel in Polen, de Oder nabij de Pools-Duitse grens, de Westelijke Dvina in Letland en de Neva in Rusland.

Kaart met ligging van de Oostzee

Havens aan de Oostzee

Grote havenplaatsen direct of indirect aan de Oostzee zijn:

Eilanden in de Oostzee

De grootste eilanden in de Oostzee zijn:

Handelsfunctie[bewerken]

De Oostzee heeft vanaf de middeleeuwen (o.a. de Duitse Hanze) een belangrijke functie vervuld als waterwegverbinding tussen de omliggende landen, welke functie nog in belangrijkheid is toegenomen sinds de opening van het Nord-Ostsee Kanal in 1895.

Al rond 1500 voeren jaarlijks honderden Nederlandse schepen naar Danzig en andere Oostzeehavens om graan te kopen. Het graan was daar goedkoop omdat adellijke grootgrondbezitters op grote schaal graan lieten verbouwen door horige boeren. Deze handel werd de Moedernegotie genoemd omdat het de belangrijkste handel was van de Republiek in de 16e en 17e eeuw.

Natuur en milieu[bewerken]

Volgens Fins zoöloog Marko Reinikainen worden veel soorten leven in de Oostzee met uitsterven bedreigd. Er zou steeds minder vers oceaanwater de Oostzee instromen. Het Kattegat, de smalle toegang tot de Oostzee, wordt steeds ondieper doordat de zeebodem daar stijgt. Door deze natuurlijke drempel gedijen in de Oostzee steeds meer blauwe en groene algen. De algen verstikken andere soorten leven in de zee waaronder de kabeljauw, die inmiddels zeldzaam is geworden. Marko Reinikainen zegt dat grote gedeelten van de zee ecologisch dood zijn.[5]

Extreem weer[bewerken]

IJs in Ystad haven februari 2011
(zicht vanuit de catamaran Villum Clausen).

Ieder jaar raakt een gedeelte van de Oostzee bevroren. In de winter van 2010-2011 raakt ongeveer 2/3 van de Oostzee bevroren, iets dat sinds de jaren 80 niet meer is voorgekomen. Niet alleen het grote oppervlakte, maar ook de dikte van het ijs (50-60 cm) is extreem. Bij een dergelijke dikte kunnen ijsbrekers zelfs niet meer voor doorvaart zorgen.

In Finland en Estland kunnen wegen op het ijs aangelegd worden, zodat ook de eilanden voor de kust bereikbaar blijven. Voor de kust van Gdańsk, toch een van de meest zuidelijk gelegen havens, kan op het ijs gelopen worden. Een van de oorzaken van het extreme weer is een harde wind, die er tevens voor zorgt dat er stuwijs ontstaat, soms met brokken ijs van 20 meter hoog.[6]

Ook in het zuidwesten leverde het ijs problemen. Zo waren de havens van Køge en Ystad door een harde westenwind moeilijk bevaarbaar geworden door ijsvorming waardoor de veerdienst van en naar Bornholm alleen nog met Povl Anker bediend kon worden.[7] Ook de havens van Trelleborg en Simrishamn waren moeilijk bereikbaar geworden.[8]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Encarta Winkler Prins
  2. (en) Björck, S.; 2008: The Late Quaternary Development of the Baltic Sea. in: The BACC Author Team; Assessment of Climate Change for the Baltic Sea Basin. Springer, ISBN 9783540727859
  3. a b c d e f g h (en) Sovjet Union: a geographical survey, uitgever: Progress Publishers, Moskou, 1976, blz 47-48
  4. a b c d BalticSeanow.info: Effect van luchtdruk op het waterniveau[1], geraadpleegd op 18 januari 2013
  5. NOS.nl, 16 mrt 2007 - Leven in Oostzee aan het uitsterven
  6. Gegevens NOS-Nieuws 25 februari 2011
  7. Povl Anker is een I 3/3 E, Deep Sea Car Ferry ICE II, een veerboot en Klasse II ijsbreker.
  8. Bornholms Tidende, 24 februari 2011