Ootje Oxenaar
Robert Deodaat Emile (Ootje) Oxenaar (Den Haag, 7 oktober 1929) is een Nederlands graficus.
Ootje Oxenaar studeerde beeldende kunst aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. Hij was van 1966 tot 1985 als ontwerper werkzaam voor de Nederlandsche Bank, waar hij twee series bankbiljetten ontwierp: de 'erflaters'-serie met figuren uit de vaderlandse geschiedenis: Vondel (5 gulden), Hals (10 gulden), Sweelinck (25 gulden), De Ruyter (100 gulden), Spinoza) (1000 gulden), en de revolutionaire serie biljetten zonder portretten: de Zonnebloem (50 gulden), de Snip (100 gulden) en de Vuurtoren (250 gulden). Voor de laatste serie werkte hij samen met Hans Kruit en gebruikte hij diverse nieuwe grafische technieken. Oxenaar stond erop dat hij inzage kreeg in alle beveiligingstechnieken die drukker Joh. Enschedé zou gebruiken, om te voorkomen dat zijn ontwerpen tijdens de productie zouden worden aangepast. Dat was met zijn eerste bankbiljet gebeurd, het vijfguldenbiljet uit 1966. Oxenaar is ook de bedenker geweest van het gebruik van felle kleuren van bankbiljetten, waarbij iedere coupure een eigen kleur heeft, waardoor ze makkelijk van elkaar te onderscheiden zijn. Dit principe is voortgezet bij de Euro.
Oxenaar was van 1979 tot 1991 buitengewoon hoogleraar Industriële Vormgeving aan de TU Delft. Van 1976 tot 1994 was hij directeur van de Dienst voor Esthetische Vormgeving van de PTT, de dienst die verantwoordelijk was voor de ontwikkeling en handhaving van de huisstijl van het bedrijf.
Hij is als docent 'Commercieel en overheidsdrukwerk' verbonden geweest aan het Plantin Genootschap, Hoger Instituut voor Grafische kunsten te Antwerpen.
[bewerken] Trivia
In de biljetten werden diverse gegevens uit het privéleven van Oxenaar verwerkt. Zo is in het vijfje een, inmiddels overleden, konijn van hem verwerkt, dat op tafel kon dansen. Ook staat zijn naam 'Ootje' ergens verborgen op het biljet.