Opblaasbaarheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een opgeblazen springkasteel

Opblaasbaarheid is een eigenschap van voorwerpen die steviger en vaak ook groter worden en van vorm veranderen wanneer ze met (extra) gas gevuld worden. Het is in principe een luchtdichte zak. Sommige opblaasbare voorwerpen bestaan uit meerdere al dan niet onderling verbonden compartimenten (afgesloten ruimtes). Voor de verandering van vorm moet het materiaal flexibel zijn. Voor extra vergroting van het volume is het oppervlak vaak rekbaar, bijvoorbeeld van rubber.

Het zogeheten opblazen geschiedt door een overdruk in de zak te scheppen, meestal door een gas - vaak lucht, soms ook waterstof-, helium- of stikstofgas - in de zak te brengen, waardoor de inhoud toeneemt. Als de zak van een elastisch materiaal gemaakt is - zoals een feestballon - zal het oppervlak van het voorwerp groeien naarmate de overdruk stijgt.

De stevigheid van het aldus gevormde voorwerp wordt bepaald door elasticiteit van het materiaal waar het voorwerp van is vervaardigd en het drukverschil met de atmosfeer. Sommige voorwerpen als bijvoorbeeld een rubberen opblaasboot bezitten een van tevoren vaststaande maximale opblaasmogelijkheid terwijl andere door de flexibiliteit van het basismateriaal een grotere variatie van opblaasbaarheid bezitten, waarbij de uiteindelijke vorm in diverse formaten bereikt kan worden.

De lucht wordt binnen gehouden met een ventiel of een afsluiter (zoals een knoop). Lucht die toch ontsnapt wordt soms continu bijgepompt (zoals in een springkussen). Het gecontroleerd laten ontsnappen van het gas - het leeglopen - faciliteert opslag. Het ongewild ontsnappen van het gas - een lek - hindert de opblaasbaarheid.

Voorbeelden [bewerken]

Een skippybal in opgeblazen toestand