Opcentiem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een opcentiem is in het algemeen een toeslag van één procent op een bepaald tarief. Zo is een opdeciem een toeslag van tien procent, en een afcentiem een korting van een procent. De termen 'opcentiem' en 'afcentiem' zijn Vlaamse termen. In Nederland spreekt men van opcenten en afcenten.

Personenbelasting[bewerken]

De Belgische gemeenten kunnen opcentiemen heffen op de personenbelasting, welke officieel "Aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting" heten. Die variëren thans van nul tot negen. Iemand die in de gemeente Knokke-Heist bijvoorbeeld 5.000 euro inkomstenbelasting moet betalen zal hij daarop geen gemeentelijke opcentiemen betalen (daar Knokke-Heist nul opcentiemen heft). Een inwoner van Antwerpen daarentegen, betaalt acht opcentiemen of 400 euro. Dat bedrag wordt door de belastingdienst aan de stadskas doorgestort. Naast Knokke-Heist hanteren ook de kustgemeentes De Panne en Koksijde een nultarief.

Ook de gewesten mogen opcentiemen heffen op de personenbelasting, maar tot nog toe hebben zij van deze bevoegdheid geen gebruik gemaakt, met uitzondering van het Brussels gewest waar deze 1 procent bedraagt bovenop de gemeentelijke opcentiemen.

Onroerende voorheffing[bewerken]

Opcentiemen zijn ook het deel van de onroerende voorheffing dat in België naar de gemeente en de provincie gaat waarin een onroerend goed gelegen is.

De onroerende voorheffing van het Vlaams Gewest is een belasting van 2,5% op het geïndexeerde kadastraal inkomen van onroerende goederen. In het Waals en Brussels Hoofdstedelijk Gewest bedraagt deze 1,25%. De gemeenten, provincies en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voegen aan dat basistarief meestal vele honderden opcentiemen toe. Elke provincieraad en elke gemeenteraad legt jaarlijks zijn eigen tarief vast.

Hoe wordt de onroerende voorheffing berekend?

Stel dat het kadastraal inkomen van een woonhuis 1000 euro bedraagt. De stad Leuven heft hierop 1.400 opcentiemen. De opcentiemen voor de provincie bedragen bijvoorbeeld 230.

  1. Eerst moet het kadastraal inkomen geïndexeerd worden:
    1002 EUR x 1,579 (indexatiecoëfficiënt 2011) = 1.582 EUR.
  2. De onroerende voorheffing voor het Vlaamse Gewest is gelijk aan:
    1.582 EUR x 2,5% = 39,55 EUR.
  3. De provincie heft 230 opcentiemen of 2,3 keer de hoofdsom van de belasting (voor elke eurocent die het Vlaamse Gewest aanrekent, vraagt de provincie 2,3 eurocent). De onroerende voorheffing voor de provincie is dus gelijk aan:
    39,55 EUR x 2,3 = 90,96 EUR.
    Dit kan ook als volgt berekend worden: 2,5% x (230/100) = 5,75%.
    1.582 EUR x 5,75 % = 90,96 EUR.
  4. De gemeente heft 1.400 opcentiemen of 14 keer de hoofdsom van de belasting.
    39,55 EUR x 14 = 553,7 EUR.
    Dit kan ook als volgt berekend worden : 2,5% x (1400/100) = 35%.
    1.582 EUR x 35% = 553,7 EUR
  5. Het totaal van de onroerende voorheffing (zonder verminderingen) is gelijk aan:
    39,55 EUR + 90,96 EUR + 553,7 EUR = 684,21 EUR.
    Dit is gelijk aan 1.582 EUR x 43,25% (2,5% + 5,75% + 35%).

Verkeersbelasting[bewerken]

Hetzelfde principe wordt ook toegepast bij een gemeentelijke toeslag op de verkeersbelasting, al wordt hiervoor de term opdeciem gebruikt. 1 opdeciem = 1/10e (10%) van de basisbelasting

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]