Operatie Chastise

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Operatie Chastise
Conflict Tweede Wereldoorlog
Datum 17 mei 1943
Plaats Möhnedam
Ederdam
Sorpedam
Resultaat Vernietiging van de Möhnedam en Ederdam
Strijdende partijen
Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk Vlag van Duitsland Duitse Rijk
Leiders
Guy Gibson
Troepensterkte
147 manschappen
19 Lancaster bommenwerpers
Onbekend
Verliezen
53 doden
8 Lancasters
ca. 1024 dwangarbeiders en geallieerde krijgsgevangenen
Onbekend
De Möhnedam na de aanval
De Möhnedam na de aanval

Operatie Chastise was de officiële naam voor de aanvallen op Duitse dammen op 17 mei 1943. Het was een operatie van de geallieerden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Er werd gebruikgemaakt van een speciaal ontwikkelde stuiterbom. De aanval werd uitgevoerd door het RAF No. 617 Squadron, beter bekend onder de naam Dam Busters. De operatie werd geleid door Guy Gibson.

Aanzet tot Operatie Chastise[bewerken]

De Duitse wapenfabrieken in en rond het Ruhrgebied hadden elektriciteit en water (drinkwater, maar vooral koelwater) nodig voor hun productie. Dit werd geleverd door grote waterkrachtcentrales achter de stuwmeren. Daarnaast werden deze stuwmeren gebruikt om de waterstand in de Ruhr (via de Möhnedam) resp. in de Wezer (via de Ederdam) te regelen. Verder was het doel, door de vloedgolf ernstige schade bij civiele instellingen te veroorzaken. Verscheidene keren hadden de geallieerden de wapenfabrieken gebombardeerd, maar iedere keer bouwden de Duitsers ze razendsnel weer op. Gibson kreeg de opdracht om niet de fabrieken, maar de stuwdammen te vernietigen. Deze missie werd door velen als onmogelijk gezien omdat de stuwdammen extreem zwaar verdedigd werden. Vliegtuigen konden nauwelijks in de buurt komen, en de bommen die wel afgeworpen werden richtten weinig schade aan. Nadat de Britse ingenieur Barnes Wallis echter het idee van een stuiterbom had ontwikkeld en getest zag de Britse legerleiding toch een kans om de Duitsers een zware slag toe te brengen. Als primaire doelen werden de Möhnedam, de Ederdam en de Sorpedam voorop gesteld. Als secundaire doelen de Lister-, Ennepe- en Diemeldam.

16 mei 1943[bewerken]

In de nacht van 16 mei 1943 vertrok Gibson met een eskader van 19 Lancaster bommenwerpers naar het Ruhrgebied. Elk vliegtuig droeg onder de romp ėėn bom aan een speciaal aandrijfmechanisme dat de bom zijn rotatiesnelheid moest geven. Eenmaal in het Ruhrgebied aangekomen splitste de groep zich in tweeën; elke groep zou twee dammen aanvallen. Gibson zelf leidde de eerste aanval op de Möhnedam. Hij was ook de eerste die zijn bom afwierp, maar zonder het gewenste resultaat. Het kostte vijf aanvallen voordat de dam brak. Na zijn eigen aanval bleef Gibson elke aanval meegaan, om daarmee het afweervuur van de Duitsers te trekken. Zodoende kon de werkelijke aanvaller makkelijker aanvliegen en beter richten.

Nadat de Möhnedam verwoest was door drie correct afgeworpen bommen trok de groep met drie overgebleven bommen naar de vlakbijgelegen Ederdam. Ook deze werd met twee voltreffers verwoest. Twee bommen werden goed afgeworpen bij de Sorpedam maar deze hield stand. Een aanval met één bom op de Beverdam (die, zo blijkt achteraf, verward werd met de nabijgelegen Ennepedam) had eveneens geen resultaat.

Gevolg van de operatie[bewerken]

De Ederdam. Let op de ontbrekende sluisgaten aan de linkerkant. Deze zijn bij het herstel van de dam niet herbouwd.

Hoewel de missie een succes was, waren de verliezen zwaar. Slechts 11 van de 19 Lancasters keerden terug; 53 bemanningsleden (van de 133) kwamen om. Gibson behoorde bij de teruggekeerden, en werd vanwege zijn moed en uitmuntende leiderschap beloond met het Victoria Cross, de hoogste Britse onderscheiding. Na Operatie Chastise stond het 617e squadron bekend als de Dam Busters.

Door het bombardement viel de (drink)waterproductie in het Ruhrgebied van 1.000.000 m3 per dag terug tot 260.000, maar een maand later was de productie reeds terug op het oude peil dankzij een noodplan en voorzieningen (opgesteld in 1942) waarbij water uit de Rijn gebruikt kon worden. Ook de stroomvoorziening werd vrij snel hersteld, waardoor de gevolgen voor de Duitse oorlogsindustrie al bij al vrij gering waren.

De Duitsers wisten veel sneller dan verwacht de stuwdammen weer op te bouwen, waardoor de Duitse oorlogsindustrie al na een paar maanden weer op volle toeren draaide. De schade aan gebouwen en infrastructuur in het Möhne- en Ruhrdal was aanzienlijk en de morele klap voor de Duitsers groot. Voor het Britse moreel, dat na drie jaar oorlog aardig in elkaar gezakt was vanwege de uitzichtloosheid van de oorlog, was het een enorme opsteker. De resultaten van het bombardement bewezen aan geallieerde kant vooral voor de propaganda grote diensten.

Door de twaalf meter hoge vloedgolf vielen in het Möhnedal tussen 1300 en 1600 slachtoffers. Meer dan de helft (minstens 1026) van hen waren geallieerde krijgsgevangenen en dwangarbeiders. In het Ruhrdal tussen Neheim en Niederense werd bijv. een kamp met Oekraïense dwangarbeidsters weggevaagd en vielen zeker 526 slachtofferrs. Door de verwoesting van de Ederdam vielen 47 tot 68 slachtoffers.

Naslagwerken[bewerken]

  • (en) Paul Brickhill, "The Dam Busters". London: Evans Bros., 1951. Geromantiseerd verslag over 617 Squadron tijdens de gehele oorlog.
  • (en) Charles S. Cockell, "The Science and Scientific Legacy of Operation Chastise." Interdisciplinary Science Reviews nr. 27, 2002, p. 278–286.
  • (en) Douglas C. Dildy, "Dambusters; Operation Chastise", Osprey Raid Series No. 16. Oxford, UK: Osprey Publishing, 2010. ISBN 978-1-84603-934-8.
  • (en) Jonathan Falconer, "The Dam Busters Story". Stroud, Gloucestershire, UK: Sutton Publishing Limited, 2007. ISBN 978-0-7509-4758-9.
  • (en) John Sweetman, "The Dambusters Raid". London: Cassell, 1999. ISBN 0-304-35173-3.

Externe links[bewerken]