Operation Provide Comfort

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Operation Provide Comfort
Onderdeel van Iraakse no-flyzones
Datum maart 1991 – september 1996
Locatie Noord-Irak
Resultaat Vestiging van een Koerdische de facto autonome regio in Noord-Irak
Strijdende partijen
Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Vlag van Frankrijk Frankrijk
Vlag van Australië Australië
Vlag van Nederland Nederland
Vlag van Turkije Turkije
Vlag van Irak Irak
Commandanten en leiders
Vlag van Verenigde Staten John Shalikashvili Vlag van Irak Saddam Hoessein
Verliezen
2 UH-60 Black Hawk helikopters neergeschoten (friendly fire, 26 doden) Onbekend
Veel luchtverdedigingssystemen vernietigd
1 MiG-23 neergeschoten
2 Su-22 Fitters neergeschoten
Toen-Lt. Col. John Abizaid in gesprek met een aantal Koerden in Noord-Irak tijdens Operation Provide Comfort, 1991.
Koerdische vluchtelingen lopen in de richting van een CH-53G helikopter van het Duitse leger tijdens Operation Provide Comfort.

Operation Provide Comfort (OPC) was een internationale militaire operatie in Noord-Irak die begon op 6 april 1991 en duurde tot 24 juli 1992.

Aanleiding[bewerken]

Tijdens de Golfoorlog vluchtten vele Koerden, die in het Noorden van Irak wonen, verder Noordwaarts richting de grens met Turkije. De Koerden hadden schrik dat het Iraakse regime hen zou uitroeien, zeker nadat ze gesterkt door het Iraakse verlies van de Golfoorlog in opstand kwamen. Om politieke redenen ontzegde Turkije hen echter de toegang tot hun grondgebied. Hierdoor zaten honderdduizenden Koerden vast tussen de grens en de Iraakse troepen van Saddam Hoessein op ruw terrein en in moeilijke omstandigheden zonder voedsel, water en medische zorgen. Het resultaat was dat elke dag 800 tot 1000 meestal erg jonge of oude Koerden omkwamen. Op 5 april 1991 veroordeelde Resolutie 688 van de Verenigde Naties de Iraakse repressie en vroeg een internationale hulpmacht voor de ongeveer 500.000 Koerden.

Het begin[bewerken]

Het terrein in Noord-Irak.

President George H.W. Bush van de VS beval dat een operatie op touw moest gezet worden om hen te beschermen en helpen. Die operatie werd op 6 april gevormd en Provide Comfort (Nederlands: comfort verstrekken) gedoopt. Minder dan 48 uur na het bevel waren de eerste vracht- en gevechtsvliegtuigen reeds onderweg naar bases in Zuid-Turkije. Van daaruit begonnen ze al op 7 april hulppakketten te verspreiden. Noord-Irak werd een gedemilitariseerde- en no-flyzone vanaf de 36e breedtegraad. Die zone werd beveiligd met Amerikaanse, Britse en Franse gevechtsvliegtuigen en door een kleine grondmacht met ook Turkse troepen.

Het einde[bewerken]

Op 16 april breidde de Amerikaanse president de operatie uit door de oprichting van vluchtelingenkampen. Er werden ook twee taskforces opgericht, JTF Alpha en JTF Bravo, die ondersteunende taken kregen. Nadat de gevaren geweken waren en de Koerden ondergebracht of gerepatrieerd waren werd de operatie beëindigd op 24 juli. Tot die datum waren 6154 ton hulpgoederen gedropt door vliegtuigen, 6251 door helikopters en 4416 geleverd door vrachtwagens. Op dezelfde dag begon Operation Provide Comfort II die vijf en een half jaar duurde en de verdere bescherming van de Koerden moest verzekeren.

Deelnemende landen[bewerken]

De USS Virginia ter ondersteuning in de Middellandse Zee op 26 april 1991.

In totaal namen dertien landen, waaronder Nederland, deel aan de operatie die werd ondersteund door in totaal dertig landen. De belangrijkste deelnemers waren:

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]