Opiumverbranding te Humen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Opiumverbranding te Humen
Naam (taalvarianten)
Traditioneel 虎門銷煙
Vereenvoudigd 虎门销烟
Hanyu pinyin hǔmén xiāo yān
Jyutping (Standaardkantonees) fu2 mun4 siu1 jin1
Standaardkantonees Fǒe Mǒen Síew Yíen
HK-romanisatie (Standaardkantonees) Fu Moon Siu Yin
Yale (Standaardkantonees) fu2 mun4 siu1 yin1
Dapenghua Fǒe Mǒen Síew Yíen
De noordelijke poort van Humen
Kanon in een fort in Humen
Overblijfselen van een oud-Qing legerkamp

De opiumverbranding te Humen (uitgesproken als Ggoe-Mun) was een gebeurtenis die van 3 tot 25 juni 1839 plaats vond in Humen, een district in Dongguan. Lin Zexu was de aanstichter van dit gebeuren. Dit was de aanleiding tot de Eerste Opiumoorlog. Tijdens de opiumverbranding te Humen werden in 23 dagen 19.187 dozen en 2119 zakken met opium verbrand. Samen ongeveer 2.376.254 pond. Later vond Republiek China deze gebeurtenis zeer belangrijk en werd een herdenkingsdag in het leven geroepen. Zo wordt 26 juni nu in Republiek China nog altijd herdacht als internationale dag tegen verslavende middelen. Deze dag wordt ook door de Verenigde Naties gesteund.

Opium[bewerken]

De Britten gaven opium aan China in het begin als cadeau. Doordat opium een verslavende werking heeft was China genoodzaakt opium van de Britten te kopen en zijde (textiel), porselein en andere Chinese waren aan de Britten te verkopen. Lin Zexu zag met leden ogen hoe steeds meer Chinezen verslaafd aan opium raakten en greep in door het aan de keizer te melden. De keizer benoemde hem tot ambtenaar van opiumverdelger en liet hem al het verzamelde opium te verbranden.