Opiumwet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Opiumwet (Opw) is een Nederlandse wet uit 1919, die sindsdien vele malen is gewijzigd. In deze wet wordt sinds 1976 onderscheid gemaakt in harddrugs (lijst I, artikel 2 en 10) en softdrugs (lijst II, artikel 3 en 11).

In beide gevallen is het in beginsel verboden om middelen die op de lijst staan:

  • A. binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen (smokkelen);
  • B. te telen, te bereiden, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren;
  • C. aanwezig te hebben (het bezit);
  • D. te vervaardigen.

In bepaalde gevallen is er ontheffing mogelijk, bijvoorbeeld voor medicinaal gebruik. Op grond van een uitzondering in de Opiumwet mogen apotheken bepaalde stoffen in bezit hebben, zij worden echter verplicht deze stoffen correct op te bergen en een zeer nauwkeurige administratie bij te houden. In de praktijk worden verder coffeeshops in bepaalde gevallen gedoogd, maar dit staat niet in de wet. Het gedoogbeleid wordt geregeld in de instructie van het Openbaar Ministerie, de zogeheten 'Richtlijnen voor het opsporings- en strafvorderingsbeleid inzake strafbare feiten van de Opiumwet'. De Opiumwet zelf is met slechts 15 artikelen tamelijk beknopt.

De hoogste straf op een delict uit de Opiumwet is twaalf jaar gevangenisstraf, voor drugssmokkel.

De lijsten kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur worden gewijzigd, na voorlegging aan de beide Kamers. Elk van de Kamers kan bepalen dat de wijziging geregeld dient te worden bij wet.

Er zijn in Nederland ook een Opiumwetbesluit en een Uitvoeringsregeling Opiumwet van kracht, die praktische zaken regelen middels een ministeriele regeling.

Legalisatie gebruik[bewerken]

De Opiumwet verbiedt productie, bezit en verkoop van harddrugs. Wat niet in de Opiumwet staat is het gebruik van harddrugs. Gemeentes kunnen het gebruik zelf verbieden door het op te nemen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Legalisatie van gebruik is derhalve te realiseren door het verbod uit de APV te schrappen[1][2] (voor zover het mogelijk is ze te gebruiken zonder ze op dat moment of direct daarvóór te bezitten). Op deze wijze wordt het gebruik zelf, niet langer gecriminaliseerd.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties