Opstand in de Vendée

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een insigne van de opstandelingen van de Vendée

De opstand in de Vendée was een opstand van boeren, clerus, handwerkers en lagere adel tegen de Franse Revolutie in de landstreek en het latere departement Vendée, die uitliep op een ware oorlog tussen 1793 en 1796, massamoorden, en volgens de meest recente geschiedkundige inzichten zelfs een genocide tegen de bevolking van de Vendée.

Zoals overal in Frankrijk was het platteland rumoerig tijdens de revolutie. Aanvankelijk stonden de boeren in het westen van Frankrijk afwachtend tegenover de Franse Revolutie. Uit de cahiers de doléances van Bretagne, Maine, Anjou of Poitou blijkt dat ook het platteland zich deels verzette tegen de feodale heren en vooral het verlicht absolutisme. Het ongenoegen met de revolutionaire regering in Parijs groeide naarmate ook de Katholieke Kerk aangepakt werd en meer bepaald wanneer priesters de eed op de grondwet moesten afleggen. Vele priesters werden vervolgd, bovendien werden de gilden opgeruimd en de eeuwenoude voorrechten van de stadsburgerij, de zelfstandige boeren en lage adel afgeschaft - waardoor de Revolutie hen nog harder trof dan de hoogste aristocratie die het land reeds ontvlucht was of reeds om het leven gebracht was.

Maar uiteindelijk was het de verplichte legerdienst (levée en masse) die het rumoer deed omslaan in een opstand, zoals trouwens ook het geval was met de Boerenkrijg in de Nederlanden. Vergeleken met de vele honderdduizenden doden - waaronder vele burgers - in de Vendée was de Boerenkrijg slechts een schermutseling.

Tot op heden herinnert nog veel aan de "Franse volkerenmoord" in de Vendée. Tradities, monumenten en de volksaard werden blijvend beïnvloed.

In delen van Bretagne vonden soortgelijke slachtingen plaats, maar op geringere schaal.