Oranjesluizen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Oranjesluizen, luchtfoto vanuit het noorden
Plattegrond Oranjesluizen
Willem-Alexandersluis
De Oranjesluizen gezien naar het noorden
De Oranjesluizen gezien vanaf de Schellingwouderbrug.

De Oranjesluizen zijn een complex van schutsluizen in het IJ. Ze vormen de grens tussen het Binnen- en het Buiten-IJ en dragen bij aan het op peil houden van de waterhoogte in het Noordzeekanaal. Ze zorgen er ook voor dat er niet te veel zilt water uit het Noordzeekanaal in het IJsselmeer komt. De sluizen worden beheerd door Rijkswaterstaat.

Het complex strekt zich uit van het dorp Schellingwoude op de noordoever van het IJ tot de noordpunt van het Zeeburgereiland, een plek die vroeger bekendstond als de Paardenhoek. Het bestaat uit drie kleinere sluizen bedoeld voor kleine beroepsvaart en pleziervaart, een grote sluis voor de binnenvaart, en twee vispassages. De kleinere sluizen hebben deuren die open en dicht kunnen klappen. De schutkolken van deze sluizen meten 14 bij 67 meter (twee stuks) en 18 bij 90 meter. De grote sluis, de in 1995 toegevoegde Prins Willem-Alexandersluis, heeft een kolk van 24 bij 200 meter en schuifdeuren die over een hydrovoet glijden: een zeer dunne laag water. De sluizen worden bediend vanuit twee bedieningsgebouwen.

Jaarlijks passeren ongeveer 120.000 schepen door de sluizen. Wandelaars en fietsers kunnen over de sluizen het IJ oversteken.

Geschiedenis[bewerken]

Na lange discussies ging in 1865 de eerste spade de grond in voor het Noordzeekanaal. Tegelijk werd begonnen met de bouw van de Oranjesluizen. Om de waterstand in het kanaal goed te kunnen regelen, was het noodzakelijk om het IJ aan de oostzijde af te sluiten van de Zuiderzee. Aanvankelijk wilde men dat doen met een dam. Op aandringen van Amsterdammers en van binnenschippers werd besloten er toch een sluis van te maken, zodat scheepvaart tussen Amsterdam en de Zuiderzee mogelijk bleef. De Amsterdamsche Kanaal-Maatschappij, de onderneming die de bouw van het kanaal leidde, stelde de waterbouwkundige Johannis de Rijke aan als opzichter van de bouw van de Oranjesluizen. Koning Willem III legde op 29 april 1870 de eerste steen. Er was toen al vijf jaar met veel tegenslag gewerkt aan de aanleg van de kistdam die het grootste deel van de afsluiting vormde. Op 25 september 1872 voer het eerste schip door de sluis.

Door toenemende drukte in de jaren '70 en '80 van de 20e eeuw ontstonden soms gevaarlijke situaties wanneer beroepsvaart en plezierschepen door dezelfde sluis wilden. Bovendien waren binnenvaartschepen sinds 1872 aanzienlijk groter geworden. Daarom werd een aparte sluis gebouwd voor de binnenvaart, de Prins Willem-Alexandersluis. Deze werd in 1995 geopend. Tussen 1997 en 2000 werd het oude complex ingrijpend gerenoveerd en gemoderniseerd: de fundering werd vernieuwd en de sluizen kregen dubbelkerende deuren. Een kunstwerk herinnert aan de renovatie.

Literatuur[bewerken]

  • Kadraaiers en zeekastelen, geschiedenis van het Oostelijk Havengebied, door Ton Heijdra (Amsterdam 1993)
  • Sluizen en gemalen in Het Noordzeekanaal: anderhalve eeuw ontwerpen, bouwen en vernieuwen. G.J. Arends. Utrecht Matrijs. 2001
  • Weekblad Schuttevaer, 14 juni 1999
  • Oer-Hollands, over Johannis de Rijke, NRC Handelsblad 13 januari 2000

Externe link[bewerken]