Orde van Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Portal.svg Portaal Ridderorden
Het kleinood
De plaque van het Grote Kruis van Verdienste met Ster en Grootlint of "Großes Verdienstkreuz mit Stern und Schulterband".
Het Grote Kruis van Verdienste met Ster en Grootlint of "Großes Verdienstkreuz mit Stern und Schulterband".

De Orde van Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland (Duits:Verdienstorden der Bundesrepublik Deutschland) is de enige orde van verdienste van Duitsland en is op 7 september 1951 door bondspresident Theodor Heuss ingesteld. De Orde verving de door de nationaal-socialisten ingestelde orden als de Duitse Orde en de Orde van de Duitse Adelaar.

Omdat het de enige nationale orde van verdienste is, is het tevens de hoogste orde van de Bondsrepubliek. De Orde kan worden toegewezen aan zowel Duitsers als buitenlanders. Ook veel Duitse bondslanden of deelstaten hebben hun eigen orden van verdienste en er zijn ook andere Duitse Orden voor Dapperheid of Culturele Verdienste.

Met uitzondering van de voormalige Hanzesteden Hamburg en Bremen, nu kleine bondslanden, hebben de Duitse bondsstaten alle hun eigen onderscheidingen waaronder orden van verdienste. De inwoners van de Hanzesteden hebben eeuwenlang geweigerd om ridderorden te dragen en ook nu nog weigeren veel Hanseaten om onderscheidingen aan te nemen. Voormalig bondskanselier Helmut Schmidt is een Hamburger[1] en weigerde daarom het Grootkruis van de Orde van Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland.

De instelling van de orde[bewerken]

De nieuw ingestelde Bondsrepubliek Duitsland kon terugkijken op verschillende tradities. Het Derde Rijk had honderden onderscheidingen waaronder orden gekend. De Republiek van Weimar had als reactie op de hoogconjunctuur van de ridderorden in het wilhelminische Duitsland geen enkele ridderorde en slechts enkele onderscheidingen ingesteld.

Theodor Heuss had het in de oorlog al eens opgenomen voor de Orde Pour le Mérite, hij zette ook de stichting van de eerste min of meer democratisch ingestelde orde van verdienste door. Men behoefde voor de nieuwe Bundesverdienstorden niet van adel te zijn.

De stichters vermeden de aanduidingen "ridder", "grootofficier", "officier", of "commandeur" te gebruiken. De graden heten naar de versierselen en men is geen lid van een ordegemeenschap.

In het stichtingsbesluit werd ook de gewenste vreedzame ontwikkeling benadrukt[2]. De Bondsrepubliek bezat nog geen leger en er is nooit een militaire orde of een Bundesverdienstkreuz "met de zwaarden" ingesteld.

De Duitse regering richtte zich naar de internationale diplomatieke gebruiken en gaf de orde meerdere graden. In 1951 werden zes graden ingesteld.

  • Bijzonder Grootkruis, in het Duits "Großkreuz in besonderer Ausführung".

Deze graad kon alleen door de bondspresident worden verleend. De andere onderscheidingen konden ook op voordracht worden toegekend.

  • Grootkruis met Ster en Grootlint, in het Duits "Großkreuz mit Stern und Schulterband".
  • Groot Kruis van Verdienste met Ster, in het Duits "Großes Verdienstkreuz mit Stern".
  • Groot Kruis van Verdienste, in het Duits "Großes Verdienstkreuz".
  • Kruis van Verdienste als Steckkreuz, in het Duits "Verdienstkreuz als Steckkreuz".
  • Kruis van Verdienste aan Lint, in het Duits "Verdienstkreuz am Bande".
Een kruis voor jubilea zoals dat van 1957 tot 1966 werd verleend.

In 1952 werd het Kruis van Verdienste aan Lint aangevuld met een gesp voor werknemers die 50 jaar in dezelfde dienstbetrekking werkten. Deze op het lint aangebrachte gesp werd in 1966 opgeheven.

In 1952 werd het Groot Kruis van Verdienste met Ster in twee graden gedeeld; het Groot Kruis van Verdienste met Ster en Grootlint en het Groot Kruis van Verdienste met Ster. De eerste van deze twee graden werd een grootkruis IIIe Klasse terwijl de tweede een grootofficiersgraad bleef.

In 1952 werd voor het eerst een "Sonderstufe des Großkreuzes", een bijzonder grootkruis, toegekend. Pas in 1955 werd deze toevoeging, het gaat om een "Bijzondere Klasse", een grootkruis voor staatshoofden, ook in de statuten opgenomen.

In 1955 werd een Medaille van Verdienste ("Verdienstmedaille") aan de orde verbonden.

De orde in 2008[bewerken]

Graad (Stufe) Draagwijze Versiersel Internationaal protocollair equivalent
Medaille van Verdienste (Verdienstmedaille) Gedragen aan een lint op de linkerborst   Medaille
Kruis van verdienste aan Lint Gedragen aan een lint op de linkerborst   Ridder
Kruis van verdienste I. Klasse Gedragen als een broche op de linkerborst   Officier
Grote kruis van verdienste Aan een lint om de hals   Commandeur
Grote kruis van verdienste met Ster Het kruis aan een lint om de hals, de vlakke ster op de linkerborst. Een groot kruis en een plaque Grootofficier
Grote Kruis van Verdienste met Ster en Grootlint Een kruis aan een breed lint en een gewelfde ster of plaque op de linkerborst. Een kruis en een ster. Deze graad wordt zelden toegekend. Grootkruis II. Klasse
Grootkruis Een kruis aan een grootlint met machinaal gestikte adelaars en een ster op de linkerborst. Een ster met zes punten Grootkruis I. Klasse
Grootkruis in Bijzondere Uitvoering Een kruis aan een grootlint met machinaal gestikte adelaars en strik en een zespuntige ster op de linkerborst. Een lauwerkrans om het medaillon van het kleinood en het opgelegde kruis Een bijzondere onderscheiding die alleen aan Konrad Adenauer en Helmut Kohl werd verleend.
Bijzondere graad van het Grootkruis ("Sonderstufe des Großkreuzes") Een kruis aan een grootlint met met de hand gestikte adelaars en een ster op de linkerborst Een gouden ster met acht punten Vijftien bevriende staatshoofden kregen deze gouden versierselen en dit lint. De bondspresidenten dragen dit kruis uit hoofde van hun ambt. Ook na hun aftreden blijven zij kruis en ster dragen.

Heren en geüniformeerde dames dragen de modelversierselen. Dames dragen hun kruisen aan een tot een strik opgemaakt lint op de linkerschouder. Dames dragen hun grootkruisen aan een dameslint dat iets smaller is dan het grootlint van de heren.

De versierselen worden ook als miniatuur op het revers van een rokkostuum gedragen. Op een geklede jas, een jacquet of een kostuum draagt men een Knoopsgatversiering.

Benoemingen[bewerken]

Ieder jaar worden enige duizenden Duitsers en vreemdelingen gedecoreerd. Zij krijgen bij hun eerste benoeming in de regel het Kruis van verdienste aan Lint verleend. Wanneer de decorandus jonger dan veertig is krijgt hij of zij de Medaille van Verdienste. Er werden in 2006 2312 kruisen en medailles uitgereikt. In totaal kregen 210 000 mensen een "Bundesverdienskreuz" tijdens de eerste 55 jaar van het bestaan van deze onderscheiding.

Grootkruis in bijzondere uitvoering (links), hoogste graad van het Grootkruis (midden en rechts)

De voordrachten kunnen van iedereen uitgaan maar meestal betreft het voordrachten door Duitse ambassadeurs, burgemeesters en ministers. Hun voordrachten worden door door de kanselarij van de bondspresident verzameld en beoordeeld. De door de Bondspresident verleende onderscheidingen worden soms door hemzelf maar meestal door ministers, burgemeesters en, in het buitenland, door ambassadeurs uitgereikt.

Men kan een decorandus zijn kruis ook weer afnemen.

De versierselen[bewerken]

Het kleinood van de orde is een rood geëmailleerd kruis van Malta met smalle armen en concave uiteinden. Het centrale medaillon is van goud en draagt een zwarte Duitse adelaar, het wapendier van de bondsrepubliek.

In feite zijn de versierselen van verguld koper. De producent is de firma Steinhauer&Lück GmbH & Co. KG in Lüdenscheid.

Nederlandse dragers van de Orde van Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland[bewerken]

De opeenvolgende Nederlandse ambassadeurs in Bonn en Berlijn, koningin Juliana en prins Bernhard[3], koningin Beatrix en prins Claus en prins Willem-Alexander, het was zijn eerste buitenlandse grootkruis, zijn met grootkruisen respectievelijk grootkruisen in de bijzondere klasse onderscheiden.

In Nederland verwierf Norbert Schmelzer het "Grote Kruis van Verdienste met Ster", (Duits: "Großes Verdienstkreuz mit Stern") van de Orde van Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland. Deze graad is vergelijkbaar met die van een Grootofficier.

Tijdens het staatsbezoek van de president van de bondsrepubliek aan Nederland in 1985, is aan Peter Beaujean (1944), de toenmalige major domus (hoofd interne dienst) van koningin Beatrix, Das Verdienstenkreuz am Bande (ridder) verleend. De door hem geleide lakeien, voor zover zij aan het bezoek meewerkten, kregen de medaille.

Het Bundesverdienstkreuzes I. Klasse werd ook uitgereikt aan Rudi Carrell in 1985, Pierre van Hauwe in 2001 en aan Harry Mulisch in 2002.

D66-politicus Hans van Mierlo werd in 2003 onderscheiden met het Grootkruis met ster en lint in de Orde van Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland.

Bij zijn commando overdracht van het 1e Duits/Nederlandse Legerkorps (1GNC), op 25 september 2013, werd Luitenant-generaal Van Loon het "Grote Kruis van Verdienste met Ster", (Duits: "Großes Verdienstkreuz mit Stern") toegekend.

Literatuur[bewerken]

de baton van een Bijzondere graad van het Grootkruis
  • Alexander von Sallach: Die Orden und Ehrenzeichen unserer Republik. Phaleristischer Verlag Autengruber, Konstanz 2004, 2006, 2011. ISBN 978-3-86646-079-9, ISBN 3-937064-05-2, ISBN 3-937064-04-4
  • Birgit Laitenberger, Dorothea Bickenbach, Maria Bassier: Deutsche Orden und Ehrenzeichen. Carl Heymanns Verlag, Köln 2005 (6. Aufl.). ISBN 3-452-25954-4
  • Paul Hieronymussen, "Europaeiske ordner i farver", Kopenhagen 1967

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. De Senaat van Hamburg besloot nog in 1963 dat Hamburgers geen orden zouden mogen aannemen. Omdat het Duitse recht boven dat van Hamburg gaat zijn er Hamburgers die hun onderscheidingen wèl aannemen. De gewoonte berust op het Hamburgse "Ordelbook" van 1270. De Hanseaten zien zich als gelijken in een republiek en de beloning voor goede daden en trouw zou uit het zelfbewustzijn dat men zijn plicht heeft gedaan moeten bestaan.
  2. Er wird verliehen für Leistungen, die im Bereich der politischen, der wirtschaftlich-sozialen und der geistigen Arbeit dem Wiederaufbau des Vaterlandes dienten, und soll eine Auszeichnung all derer bedeuten, deren Wirken zum friedlichen Aufstieg der Bundesrepublik Deutschland beiträgt.“
  3. zie Lijst van onderscheidingen van prins Bernhard der Nederlanden