Tempeliers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Er wordt getwijfeld aan de feitelijke juistheid van een of meer onderdelen van dit artikel.

Raadpleeg de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie, en pas na controle desgewenst het artikel aan.

Het zegel van de Tempeliers. De twee ridders op het paard kan duiden op de gelofte van armoede, de dualiteit monnik–soldaat, of – volgens sommigen – homoseksualiteit of gnostische invloeden.
Het zegel van de Tempeliers. De twee ridders op het paard kan duiden op de gelofte van armoede, de dualiteit monnik–soldaat, of – volgens sommigen – homoseksualiteit of gnostische invloeden.

De Orde van de Arme Ridders van Christus en de Tempel van Salomo, beter bekend als de Tempeliers of Tempelieren, was een geestelijke ridderorde, gesticht ter bescherming van de pelgrims naar het "Heilige Land". Ook na het verlies van het "Heilige Land" uit westerse handen bleef de orde bestaan, ook al was hun oorspronkelijk doel nu voorbijgestreefd.

Inhoud

[bewerk] Kenmerken

Deze orde was zowel een ridderorde als een kloosterorde, en de ingewijden waren monniken-soldaten. Men noemde hen destijds ook wel eens de militie van Christus. De kloosterregels waren een kopie van constituties van de cisterciënzers van Bernard van Clairvaux. Wat deze Regel onderscheidde van de gebruikelijke monastieke regels, was de uitgebreide aandacht voor militaire zaken en organisatie. De Orde was, in tegenstelling tot de Hospitaalridders of de Duitse Orde, geheel gewijd aan de strijd. De oprichting van de Duitse Orde werd wel aan de Tempeliers toegeschreven.

De ridderorde kende een zekere hiërarchie:

  • de landbouwers: de laagste stand, die de eigendommen verzorgden.
  • de sergeanten: een lagere stand dan de ridders (ze waren immers niet van adel), met een iets lichtere bewapening dan de ridders.
  • de ridders: de hoogste stand, de zware cavalerie.
  • de kapelanen: die de spirituele leiding gaven.

Daarnaast waren er de 'turcopoles', inheemse Aramese christenstrijders die gehuurd werden door de Orde en ingezet als lichte cavalerie.

Uiterlijk waren de Tempeliers vooral te herkennen aan het beroemde rode kruis dat zij op hun gewaden en vaandels droegen. Maar ook andere kenmerken onderscheidden hen van hun collegae. Zo moesten zij hun baard laten staan, waar ze hun haren wel moesten knippen. Tijdgenoten waren meestal geschoren.

[bewerk] Geschiedenis

Volgens de kroniekschrijver Guillaume de Tyre werd de orde opgericht in 1118 door Hugues de Payns, een edelman uit de Champagne. Er zijn echter teksten die doen vermoeden dat de stichting al vroeger plaatsvond. Zo schreef de bisschop van Chartres in 1114 een brief aan de graaf van Champagne dat hij vernomen had dat deze wou toetreden tot de militie van Christus bij zijn reis naar het "Heilige Land".

Vera Cruz, kerk der Tempeliers, Segovia, Spanje
Vera Cruz, kerk der Tempeliers, Segovia, Spanje

De Tempeliers werden snel, mede dankzij de gelofte van armoede, een zeer rijke orde, die overal in het koninkrijk Jeruzalem en in Europa grote landerijen bezat. Dit kwam door de steun van vele edelen. Wanneer edelen toetraden tot de orde, kwamen ze hun persoonlijke gelofte van armoede na en schonken ze de orde al hun bezittingen. Al snel werd de Orde één van de belangrijkste bankiers van de westerse wereld, omdat zij vrijgesteld waren van belastingen. De schuldbrief (te vergelijken met een cheque) zou een uitvinding zijn van hen.

Tijdens de kruistochten waren er ook langere vreedzame perioden waarin contacten werden aangeknoopt met de Arabische bevolking. De tempeliers waren door hun contacten met de Arabische beschaving bekend geraakt met de indertijd in het achtergebleven West-Europa nog onbekende levenskunst, filosofie en wetenschap. De ridders waren hun Europese tijdgenoten daardoor ontgroeid. Om jonge ridders op de proef te stellen werden deze, in het diepste geheim, voorbereid op gevangenname door de moslims. Daarbij werden zij gedwongen om een afgodsbeeld in de vorm van een kat, Baphomet genoemd, dat in een kelder was geplaatst, te aanbidden. Deze "grap" van de tempeliers werd door hun vijanden als ketterij beschouwd. Overigens is het wel zo, dat Baphomet in een door de tempeliers veel gebruikte code, zich laat vertalen naar "Sophia", wat onder andere staat voor de Godin van de wijsheid. De Tempeliers hadden wijsheid dus hoog in hun vaandel staan, en deze "grap" kan dus wel degelijk een diepere betekenis hebben gehad (vergelijk bijvoorbeeld Hagia Sophia, wat "gewijde plaats" betekent).

De internationaal werkende orde vervoerde grote geldsommen van en naar het "Heilige Land". De orde ontwikkelde zich daardoor tot een internationaal bankiershuis. Zo stond de koning van Frankrijk zwaar in de schuld bij hen. Samen met hun groeiende machtspositie zou dit de aanleiding geweest kunnen zijn voor de Franse koning Filips de Schone om de orde te laten vervolgen wegens ketterij. Dit gebeurde na jarenlange politieke druk op de paus, waarbij de koning zelfs twee pausen liet vermoorden tot een vertrouweling van hem (paus Clemens V) werd verkozen. Op één dag, vrijdag 13 oktober 1307, werd de orde in alle Europese landen tegelijk opgerold. In 1312 werd de orde officieel ontbonden. Zij werden uiteindelijk het slachtoffer van een politiek complot tussen Filips IV en paus Clemens V.

Gedenksteen Jacques de Molay aan de Seine te Parijs
Gedenksteen Jacques de Molay aan de Seine te Parijs

De laatste grootmeester van de Tempeliers was Jacques de Molay, hij stierf op 18 maart 1314 te Parijs op de brandstapel. De Molay heeft gedurende zijn (schijn)proces altijd gezwegen. De beschuldigingen van ketterij, homoseksualiteit en aanbidding van "Baphomet" waren voor die tijd ongehoord. Het verhaal wil dat de Molay op de brandstapel de koning en de paus vervloekte; beiden stierven nog geen jaar later.

Nadat de orde van de Tempeliers was opgeheven, werden veel leden en bezittingen opgenomen door de Hospitaalridders.

In Portugal werden de Tempeliers vrijgesproken en veranderden ze hun naam in Ridders van Christus.

Eind 2007 verklaarde het Vaticaan de Tempelridders niet langer 'ketters'. Immers uit een oud document blijkt dat paus Clemens V de Tempelridders al in 1314 heeft vrijgesproken van godslaster, hen de pauselijke absolutie heeft geschonken en hen om vergiffenis heeft gevraagd. Het Vaticaan publiceert op 25 oktober 2007 een boek genoemd Processus contra Templarios over de ter ziele gegane orde van de middeleeuwse christelijke ridderorde. De publicatie is gebaseerd op het perkament van Chinon, dat zes jaar eerder werd aangetroffen in het geheim Vaticaans archief nadat het jarenlang verkeerd was geklasseerd. Uit dit document zou blijken dat de paus duidelijk heeft gehandeld onder politieke druk van de Franse koning Filips IV [1] [2]

[bewerk] Geheim voortbestaan

In kringen van vrijmetselaars en liefhebbers van esoterische kennis gaat het verhaal dat de orde nog eeuwenlang in het geheim is blijven bestaan. In sommige boeken kan men lezen dat er nog tot in deze eeuw grootmeesters van de Tempeliers in functie waren. Ook is er sprake van grote schatten die door de Tempeliers zijn verborgen en, bijvoorbeeld in Rennes-le-Château zouden zijn teruggevonden. Daarvoor is echter geen bewijs. Sommige organisaties knopen aan bij de traditie van de Tempeliers zoals zij die zien; zie daarvoor ook het onderwerp pseudo-orde.

[bewerk] Voetnoten

[bewerk] Verwante info

[bewerk] Literatuur

  • Hosten, Jan: Tempeliers, De Tempelorde tijdens de kruistochten en in de Lage Landen, Pearson Education (Amsterdam, 2006), ISBN 90-430-1061-8.
  • Krück von Poturzyn, M.J.: Het proces tegen de tempelridders; een bericht over de vernietiging van de orde. Christofoor (Zeist, 1983).
  • Veen, Koert ter: De Tempeliers; afrekening met een legende. , Aspekt (Soesterberg, 2000), ISBN 90-74323-89-1.

 
Persoonlijke instellingen