Orde van de Bevrijding (Frankrijk)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nationale Orde van de Bevrijding
Versiersel
Versiersel
Uitgereikt door Vlag van Frankrijk Frankrijk
Type Orde van verdienste
Bestemd voor grootse daden in de strijd om de bevrijding van Frankrijk
Statistieken
Instelling 17 november 1940
Laatst uitgereikt 1946, maar er zijn 2 uitzonderingen gemaakt.
Totaal uitgereikt 1059 personen, 5 steden, organisaties en 18 regimenten
Postume
uitreikingen
238 maal verleend
Volgorde
Volgende (hoger) Legioen van Eer, Compagnon de la Libération
Volgende (lager) Militaire Medaille
Portaal  Portaalicoon   Ridderorden

De Orde van de Bevrijding (Frans: "Ordre de la Libération") werd op 17 november 1940 door de zelfbenoemde "aanvoerder der vrije Fransen" Generaal Charles de Gaulle ingesteld in een door hem in Brazzaville in de Franse Congo, en dus op Frans grondgebied, "in naam van het Franse volk en het Franse rijk" uitgevaardigde ordonnantie. In januari 1941 werden de reglementen van deze ridderorde in Londen vastgesteld. De leden mogen zich "Compagnon de la Libération" noemen.

De Orde is de tweede Nationale Orde van Frankrijk na het Legioen van Eer en werd 1059 maal verleend. De orde wordt toegekend voor "grootse daden in de strijd om de bevrijding van Frankrijk" (Hauts-faits pour et lors de la Libération de la France). Meestal gaat het om soldaten of verzetsstrijders,dappere strijders tegen het fascisme, maar ook 5 steden, organisaties en 18 regimenten werden onderscheiden. Bijzonder zijn de in de oorlog onder een pseudoniem verleende onderscheidingen; de beroemde verzetsstrijder Jean Moulin werd op 17 oktober 1942 als "korporaal Mercier" in deze orde opgenomen.

De onderscheiding werd 238 maal postuum verleend en twee bijzondere onderscheidingen waren voor de Britse oorlogsleider Winston Churchill en koning George VI die door de eerste en enige grootmeester van de orde, generaal de Gaulle, in 1958 en postuum in 1960 in de orde werden opgenomen. De kinderen of weduwen van de "Compagnons de la Libération", zoals de leden worden genoemd, mogen als eerbewijs aan hun ouders het kruis van de orde op hun rechterborst dragen.

In 1946 werd het besloten dat de orde niet meer zou worden verleend. Op deze regel heeft de generaal dus tweemaal een uitzondering gemaakt. Het kapittel dat de orde bestuurt, "conseil de l’Ordre de la Libération" geheten, besloot na de dood van de Gaulle dat er geen opvolger in de functie van Grootmeester zou worden benoemd. In het Fort Mont Valérien, de Franse "Waalsdorpervlakte", even buiten Parijs, wacht een lege tombe op de laatste van de "compagnons" die daar na een staatsbegrafenis met militaire eer zal worden bijgezet. Een verwante, maar minder exclusieve onderscheiding, is de Verzetsmedaille.

de baton in de kleuren van het lint van de Orde van de Bevrijding.
Keerzijde van de medaille

Het kruis van de Orde van de Bevrijding

Het kleinood van de orde is een op een schild gelegd "Kruis van Lotharingen" dat op een zwaard rust.Op de keerzijde staan de woorden "Patriam Servando Victoriam Tulli" (Latijn: "Door zijn land te dienen bracht hij de overwinning"). Het lint is groen (de kleur van de hoop) met twee zwarte biezen en een zwarte streep door het hart van het lint als symbool van rouw en verdriet.
De compagnons dragen hun onderscheiding op de linkerborst. De grootmeester droeg een voor hem vervaardigde keten.

Zie ook: lijst van historische orden van Frankrijk.

Bronnen[bewerken]

Externe links[bewerken]