Organische stof

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Organische stof in de bodem is grotendeels afkomstig van planten en voor een klein deel van dierlijke organismen en wordt geleverd door plantenwortels, graanstoppels en stalmest. Organische stof in de bodem wordt humus genoemd, vandaar de naam humeuze zandgrond.

Buffer[bewerken]

Organische stof kan veel water opnemen en werkt door het adsorptievermogen als mineralenbuffer, waardoor meststoffen minder makkelijk uitspoelen. In droge perioden kan de plant makkelijk het vocht uit de organische stof opnemen. Hierdoor zijn zandgronden met een hoog organische stofgehalte minder droogtegevoelig dan humusarme zandgronden. Ook komen de voedingsstoffen uit de organische stof langzaam vrij.

Organische stof is belangrijk voor het bodemleven, omdat veel micro-organismen, maar ook regenwormen van de organische stof leven. Deze zorgen voor afbraak van de organische stof en een goede structuur van de grond.

Organische stofgehalte[bewerken]

Zandgrond voor teeltdoeleinden bevat meestal 3 tot 6% organische stof, behalve de bollengronden die voor een goede bollenteelt niet meer dan 1,5 tot 2 % organische stof mogen bevatten.
Zandgrond wordt ingedeeld naar het percentage organische stof in:

  • Humusarm: 0 tot 1%
  • Zwak humeus: 1 tot 3%
  • Matig humeus: 3 tot 5%
  • Humeus: 5 tot 8%
  • Sterk humeus: 8 tot 12%
  • Zeer sterk humeus: 12 tot 16%
  • venig: 16 tot 25%

Veen bevat meer dan 25% organische stof.

Kleigrond bevat 1 tot 6% organische stof.

Potgrond bevat 20 tot 30% organische stof.

Invloed op de bodem[bewerken]

Organische stof is van groot belang voor de bodemstructuur, de lucht- en waterhuishouding en de bewerkbaarheid van de grond. De invloed van de organische stof op de bodem is afhankelijk van de grondsoort.

  • Bij kleigrond zorgt de organische stof voor een betere lucht- en waterhuishouding en bewerkbaarheid.
  • Bij zavel zorgt de organische stof voor een betere lucht- en waterhuishouding en een mindere slempgevoeligheid
  • Bij zand zorgt de organische stof voor meer beschikbaar vocht, een mindere droogtegevoeligheid, een beter vasthouden van voedingstoffen en het binden van de zanddeeltjes.
  • Bij dalgrond zorgt de organische stof voor een betere binding van de gronddeeltjes, een mindere stuifgevoeligheid en voor een betere beschikbaarheid van vocht.

Afbraak en aanvoer[bewerken]

Organische stof wordt afgebroken door micro-organismen, waarbij kleverige humusproducten ontstaan, zoals humuszuren en huminen. Deze producten kleven de bodemdeeltjes aan elkaar tot grotere kruimels, waardoor er een luchtige poreuze structuur ontstaat.

Om de vruchtbaarheid van de grond op peil te houden moet de jaarlijkse afbraak gecompenseerd worden met de aanvoer van organische stof. De jaarlijkse afbraak hangt af van de

Bij de aanvoer van organische stof moet rekening gehouden worden met het rendement voor de organische stofopbouw, aangeduid met de term effectieve organische stof. De effectieve organische stof is de hoeveelheid organische stof die na 1 jaar nog in de grond aanwezig is. Zie de tabel bij stalmest voor de verschillende organische meststoffen.

Rekenvoorbeeld[bewerken]

Een zandgrond met een ploegdiepte van 25 cm en een organisch stofgehalte van 3% heeft een afbraakpercentage van 4%. Dit komt neer op een jaarlijkse afbraak van 4100 kg/ha. Voor het op peil houden van het percentage organische stof moet deze hoeveelheid jaarlijks aangevoerd worden.

Voor duurzame grondverbetering is jaarlijks meer aanvoer van effectieve organische stof nodig dan er wordt afgebroken. Voor een verhoging van het organische stofgehalte met bijvoorbeeld 0,1% van een zandgrond met 3% organische stof, die op 20 cm diep wordt geploegd, is 2700 kg effectieve organische stof extra nodig per hectare. Bij een ploegdiepte van 25 cm is dit 3300 kg en bij 30 cm 4100 kg.

Grasland en bouwland[bewerken]

Bouwland bevat bij een ploegdiepte van 20 cm ongeveer 110.000 kg organische stof per ha. Na inzaai met gras stijgt het organisch stofgehalte jaarlijks tot ongeveer 160.000 kg per ha na 30 jaar, waarbij afbraak en opbouw in evenwicht zijn gekomen. Na het scheuren van het grasland daalt het gehalte binnen 10 jaar weer naar het oorspronkelijke gehalte van het bouwland.