Orgel van de Royal Albert Hall

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het orgel in de Royal Albert Hall

Het Orgel van de Royal Albert Hall in Londen (Grand Organ) is het op een na grootste orgel in het Verenigd Koninkrijk. Het werd oorspronkelijk gebouwd door Henry Willis & Sons en recentelijk gerenoveerd door de firma Mander Organs.

Willis[bewerken]

Het eerste orgel werd tegelijk met Royal Albert Hall in 1871 opgeleverd. Het werd gebouwd door Henry "Father" Willis & Sons. Dit orgel had vier klavieren en 111 registers. Het was op dat moment het grootste orgel ter wereld.[1]

Harrisons[bewerken]

In 1924 en 1933 werd het orgel door de firma Harrison & Harrison uit Durham herbouwd. Hierbij werd het orgel omgebouwd tot een elektropneumatisch instrument en werd het aantal registers uitgebreid tot 146. Er werden 3 percussieregisters toegevoegd. Het was toen nog het grootste orgel in het Verenigd Koninkrijk. In de jaren 70 renoveerde Harrisons de console en het schakelwerk en werden er kleine veranderingen in de intonatie aangebracht. Het Hoofdwerk werd gesplitst zodat er twee individuele Great Organs op twee verschillende manualen tegelijkertijd konden worden bespeeld. Tevens werd er een plafond boven het orgel gemaakt om het geluid meer naar voren te brengen. Dit was echter geen succes. Componist Walter/Wendy Carlos gebruikte het orgel voor de aftitelingsmuziek van de Disney sciencefictionfilm Tron uit 1982.

Aan het einde van de 20e eeuw was het orgel opnieuw in staat van verval met een toenemend aantal onbruikbare registers als gevolg van onder andere lekkages in de windvoorziening en breuken in orgelkast. Tot 2002 kon het orgel door enorme inspanningen van Harrissons aan de praat gehouden worden en bij bespelingen van het instrument moest altijd een medewerker van het orgelbedrijf paraat zijn. De windladen en het pijpwerk lekten duidelijk hoorbaar en de winddruk was onvoldoende om het orgel volledig te gebruiken.

Mander[bewerken]

In 2002 werd het orgel voor 2 jaar buiten werking gesteld voor een uitgebreide verbouwing door de firma Mander Organs.[2] Er werd overwogen om het instrument weer in de oorspronkelijke Willis-stijl terug te brengen, maar door de vele veranderingen en uitbreidingen was de conclusie dat dit praktisch niet haalbaar was. Het was nu eenmaal geen Willis-orgel meer, maar een Harrisson.

De lage luchtvochtigheid in de Royal Albert Hall had de orgelkast geen goed gedaan en deze werd daarom vervangen door een nieuw en groter exemplaar. Het door Harrisson aangebrachte plafond werd weer verwijderd en winddruk van de registers van het hoofdwerk werden teruggebracht naar de situatie van 1924. De splitsing van het hoofdwerk uit de jaren 70 werd aangepast waardoor het mogelijk werd afzonderlijke Willis-registraties en Harrison-registraties te maken. Er werd een Fourniture IV toegevoegd waardoor het totaal nu uitkwam op 147 registers en 9997 pijpen.

Het orgel werd op 26 juni 2004 opnieuw ingebruik genomen met een galaconcert door David Briggs, John Scott en Thomas Trotter samen met het Royal Philharmonic Orchestra onder leiding van Richard Hickox. Het instrument nam dat jaar een prominente plek in tijdens de Proms. De eerste opnames van het orgel werden gemaakt door Gillian Weir.[3]

Trivia[bewerken]

In december 2007 ging de status van "grootste orgel van het Verenigd Koninkrijk" over naar de Kathedraal van Liverpool, waar door een aanpassing aan het orgel het aantal pijpen groeide tot 10.268.

Op 12 april 2008 bespeelde Matt Bellamy, frontman van rockband Muse, tijdens een live-optreden in de Royal Albert Hall het orgel bij het nummer Megalomania. Voor het spelen van het nummer zei Bellamy het volgende:

Aanhalingsteken openen Since we're at the Royal Albert Hall, it would be rude not to play this beast.
Aanhalingsteken sluiten

Dispositie sinds 2004[bewerken]

Hieronder volgt de dispositie van het orgel sinds de verbouwing door Manders in 2004.[5]

I Choir and Orchestral Organ C–c4
First Division (Choir)
unenclosed:
37 Open Diapason 8′
38 Lieblich Gedeckt 8′
39 Dulciana 8′
40 Gemshorn 4′
41 Lieblich Flute 4′
42 Nazard 22/5[Ann. 1]
43 Flageolet 2′
44 Tierce 13/5[Ann. 1]
45 Mixture 15.19.22 III
46 Trumpet 8′
47 Clarion 4′
Second Division
(Orchestral) enclosed:
48 Contra Viole 16′
49 Violoncello 8′
50 Viole d’Orchestre I 8′
51 Viole d’Orchestre II 8′
52 Viole Sourdine 8′
53 Violes Celestes II 8′
54 Viole Octaviante 4′
55 Cornet de Violes 12.15.17.19.22 V
56 Quintaton 16′
57 Harmonic Flute 8′
58 Concert Flute 4′
59 Harmonic Piccolo 2′
60 Double Clarinet 16′
61 Clarinet 8′
62 Orchestral Hautboy 8′
63 Cor Anglais 8′
VI Tremulant


II Great Organ C–c4
64 Contra Violone 32′
65 Contra Gamba 16′[Ann. 2]
66 Double Open Diapason 16′
67 Double Claribel Flute 16′
68 Bourdon 16′[Ann. 2]
69 Open Diapason 1 8′
70 Open Diapason 2 8′
71 Open Diapason 3 8′[Ann. 2]
72 Open Diapason 4 8′
73 Open Diapason 5 8′[Ann. 2]
74 Geigen 8′
75 Hohl Flute 8′
76 Viola da Gamba 8′[Ann. 2]
77 Rohr Flute 8′[Ann. 2]
78 Quint 51/3
79 Octave 4′
80 Principal 4′[Ann. 2]
81 Viola 4′[Ann. 2]
82 Harmonic Flute 4′
83 Octave Quint 22/3[Ann. 2]
84 Super Octave 2′
85 Fifteenth 2′[Ann. 2]
86 Mixture 8.12.15.19.22 V
87 Harmonics 10.15.17.19.21.22 VI
88 Fourniture 19.22.26.29 IV [Ann. 2]
89 Cymbale 19.22.26.29.31.33.36 VII
90 Contra Tromba 16′
91 Tromba 8′
92 Octave Tromba 4′
93 Posaune 8′
94 Harmonic Trumpet 8′
95 Harmonic Clarion 4′
III Swell Organ C–c4
96 Double Open Diapason 16′
97 Bourdon 16′
98 Open Diapason 8′
99 Viola da Gamba 8′
100 Salicional 8′
101 Vox Angelica 8′
102 Flûte à Cheminée 8′
103 Claribel Flute 8′
104 Principal 4′
105 Viola 4′
106 Harmonic Flute 4′
107 Octave Quint 22/3
108 Super Octave 2′
109 Harmonic Piccolo 2′
110 Mixture 8.12.15.19.22 V
111 Furniture 15.19.22.26.29 V
112 Contra Oboe 16′
113 Oboe 8′
114 Baryton 16′
115 Vox Humana 8′
XVII Tremulant
116 Double Trumpet 16′
117 Trumpet 8′
118 Clarion 4′
119 Tuba 8′
120 Tuba Clarion 4′


IV Solo and Bombard Organ C–c4
First Division
(Solo) enclosed:
121 Contra Bass 16′
122 Flûte à Pavillon 8′
123 Viole d’Amour 8′
124 Doppel Flute 8′
125 Harmonic Claribel Flute 8′
126 Unda Maris II 8′
127 Wald Flute 4′
128 Flauto Traverso 4′
129 Piccolo Traverso 2′
130 Double Bassoon 16′
131 Corno di Bassetto 8′
132 Hautboy 8′
133 Bassoon 8′
XX Tremulant
134 Double Horn 16′
135 French Horn 8′
136 Carillons
137 Tubular Bells
Second Division (Bombard)
138-144 enclosed in Solo box
138 Bombardon 16′
139 Tuba 8′
140 Orchestral Trumpet 8′
141 Cornopean 8′
142 Quint Trumpet 51/3
143 Orchestral Clarion 4′
144 Sesquialtera12.15.17.19.22 V
145 Contra Tuba 16′
146 Tuba Mirabilis 8′
147 Tuba Clarion 4′
Pedal C–
1 Acoustic Bass (van 7) 64′
2 Double Open Wood (van 7) 32′
3 Double Open Diapason (van 9) 32′
4 Contra Violone (van 64) 32′
5 Double Quint (van 9) 211/3
6 Open Wood I 16′
7 Open Wood II 16′
8 Open Diapason I 16′
9 Open Diapason II 16′
10 Violone 16′
11 Sub Bass 16′
12′ Salicional 16′
13 Viole (van 48) 16′
14′ Quint 102/3
15 Octave Wood (van 6) 8′
16 Principal (van 8) 8′
17 Violoncello 8′
18 Flute 8′
19 Octave Quint 51/3
20 Super Octave 4′
21 Harmonics 10.12.15.17.19.21.22 VII
22 Mixture 15.19.22.26.29 V
23 Double Ophicleide (van 25) 32′
24 Double Trombone (van 27 in Swell) 32′
25 Ophicleide 16′
26 Bombard 16′
27 Trombone (in Swell) 16′
28 Fagotto 16′
29 Trumpet (van 116) 16′
30 Clarinet (van 60) 16′
31 Bassoon (van 130) 16′
32 Quint Trombone 102/3
33 Posaune (van 25) 8′
34 Clarion 8′
35 Octave Posaune (van 25) 4′
36 Bass Drum
Koppelingen
I Choir to Pedal
II Great to Pedal
III Swell to Pedal
IV Solo to Pedal
V Choir (unenclosed) on Solo
VII Octave Orchestral
VIII Sub Octave Second Division (Orchestral)
IX Unison off
X Swell to Choir
XI Solo to Choir
XII Reeds on Choir
XIII Great Second Division on Choir[Ann. 2]
XIV Choir to Great
XV Swell to Great
XVI Solo to Great
XVIII Octave (alleen 16′, 8′, 4′)
XIX Solo to Swell
XXI Octave
XXII Sub Octave
XXIII Unison off
XXIV Octave Bombard (16′, 8′, 4′ stops only)
XXV Bombard on Choir
XXVI Tubas on Choir
Noten
  1. a b Harrison & Harrison 1974.
  2. a b c d e f g h i j k l Cf. XIII. Great Second Division on Choir.
Bronnen, noten en/of referenties