Ornament

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rijk gotisch beeldsnij-en ornamentwerk in de kerk van Brou, Bourg-en-Bresse, Frankrijk
Acanthus-ornament, afbeelding uit het Nordisk familjebok

Een ornament (Latijn ornare en ornamentum, dat respectievelijk versieren en sieraad betekent) is een compositie of versieringselement dat tot doel heeft een voorwerp of gebouwen of delen daarvan te versieren of op te luisteren.

Voorkomen[bewerken]

Ornamenten, of, zoals in het 17de-eeuwse Nederlands, 'versierselen', zijn traditioneel onder meer toegepast aan pilaren, kapitelen, architraven, consoles, friezen, kroonlijsten, korbelen, moerbalken, trappen, lambriseringen, deuren enzovoort. Op architraven rond deuren bijvoorbeeld maakten men in de Renaissance weelderig versierlijstwerk met guirlandes, festoenen en bladslingerwerk. Niet alleen gebouwen werden voorzien van ornamenten maar ook schepen, schilderijlijsten, meubels, muziekinstrumenten en kunst-en gebruiksvoorwerpen werden rijkelijk versierd. De ornamenten werden door ornamentsnijders in zacht gesteente, hout, been en ivoor vervaardigd. Het vervaardigen van ornamenten heet orneren. De term ornamentsnijder is een typisch 19e-eeuwse benaming. Vaak werd nog een uitsplitsing gemaakt naar specialisatie zoals florale ornamenten of geometrische ornamenten. In de middeleeuwen was het de kistenmaker die de kisten voorzag van ornamenten en was het nog geen apart ambacht. Vanaf de Renaissance werd de term antieksnijder gebruikt. Het woord antiek verwijst hier naar het terug gaan naar de antieke stijlen van de Grieken en Romeinen. De meeste ornamentsnijders waren verenigd in gilden. In Nederland hebben tot de vroege Middeleeuwen tot het begin van de negentiende eeuw in totaal bijna tweeduizend ambachtsgilden bestaan. De ornamentsnijders waren aangesloten bij het timmermansgilde. De patroonheilige van het timmermansgilde was Sint Jozef. De gilden waren goed georganiseerd en het vakmanschap stond op een kwalitatief hoog niveau. Leerlingen werden intensief opgeleid in het atelier van de leermeester.

Functie en vormgeving[bewerken]

Ornamenten op gebouwen hadden vaak een bouwkundige functie en waren onderdeel van de constructie. Deze werd mede bepaald door de aanwezige materialen en technieken, van oudsher vooral natuursteen en hout. Naast de bouwkundige functie kunnen ornamenten het doel hebben de beschouwer een mededeling te doen, gedachten op te wekken of een gevoel te geven. Het ornament heeft dan een symbolische, esthetische of maatschappelijke functie.

De vorm van het ornament wordt gekenmerkt door stilering, symmetrie en herhaling van een motief. De motieven zijn veelal ontleend aan geometrische motieven, verschillende natuurvormen (plantenmotieven, diermotieven en het mensbeeld) maar ook aan vormen van kunst en nijverheid (trofeeën, emblemen, familiewapens).

Onderverdeling[bewerken]

Het ornament kan verdeeld worden in:

Ontwikkeling[bewerken]

Door het opheffen van de gilden in 1790 verdween een effectieve manier van kennisoverdracht. De enorme kennis van de vroegere ornamentsnijders is vrijwel verdwenen en het ambacht wordt nog nauwelijks op het vroegere niveau uitgeoefend. Door de komst van de Nieuwe Zakelijkheid in de twintigste eeuw en het gebruik van materialen als beton, glas en staal is het ornament als zuiver decoratief element uit de architectuur verdwenen. De laatste jaren is een terugkeer van het ornament waar te nemen, in zowel de architectuur en het interieur als op kunst- en gebruiksvoorwerpen. Daarbij is door het toenemen van het aantal restauratieprojecten van historische gebouwen en interieurs een stijgende behoefte aan vakbekwame meestersnijders. Sinds enkele jaren is er weer een (deeltijd) opleiding in Nederland waar het vak van ornament -en beeldsnijder onderwezen wordt. De correcte naam van dit ambacht heet Houtornamentist.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]