Orphée aux enfers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Orphée aux Enfers (Orpheus in de onderwereld) is een opéra féerie in vier bedrijven van Jacques Offenbach op een libretto van Hector Crémieux en Ludovic Halévy. De wereldpremière vond plaats op 21 oktober 1858 in het Théâtre des Bouffes-Parisiens te Parijs.

Inhoud[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Eerste bedrijf[bewerken]

Het botert niet echt tussen Orpheus en zijn echtgenote Eurydice. Hij vindt haar een lichtekooi en zij vindt hem saaie piet. Ze bekent dat ze verliefd is op de herder Aristeus, en dat hij ook van haar houdt. Orpheus zegt dat hem dat niet interesseert, maar dat de publieke opinie in de gaten gehouden moet worden, en dat hij zich geen schandaal kan veroorloven, en dat hij er daarom voor zal zorgen dat haar relatie snel beëindigd zal worden. Hij heeft namelijk slangen uitgezet in het korenveld bij het huis van Aristeus. Eurydice rent weg om Aristeus te waarschuwen, maar die weet dat allang. Hij is namelijk niemand anders dan Pluto, god van de onderwereld. Hij lokt Eurydice het koren in, die daarop prompt door een slang gebeten wordt. Pluto laat zich in zijn ware gedaante zien. Hij beveelt Eurydice nog een briefje te schrijven voor Orpheus, waarna hij haar meeneemt naar de onderwereld. Als Orpheus het briefje leest kan hij zijn geluk niet op, en besluit gelijk het goede nieuws aan de nimf waar hij verliefd op is te gaan brengen. Dan verschijnt echter de Publieke Opinie zelf met zijn gevolg, en berispt Orpheus over zijn eerloosheid. Hij beveelt hem naar de onderwereld te gaan om Eurydice terug te halen. Met tegenzin neemt Orpheus afscheid van zijn leerlingen, en met de Publieke Opinie in zijn kielzog vertrekt hij naar de Olympus om bij Jupiter recht te eisen.

Tweede bedrijf[bewerken]

Op de berg Olympus liggen de goden in diepe slaap verzonken dankzij het slaapzand van Morpheus. Alleen Venus, Cupido en Mars komen achter elkaar binnengeslopen na een avontuurtje op Kythira. Dan klinkt er tumult en oppergod Jupiter wordt er wakker van. Hij ontdekt dat het zijn dochter Diana is die geheel overstuur thuis komt. Haar Acteon is niet op komen dagen. Dan vertelt Jupiter dat haar gedrag jegens deze sterveling ongepast was, en dat hij hem daarom in een hert veranderd heeft. Zijn vrouw Juno geeft hem gelijk zijn vet, en zegt dat ze alles weet over zijn escapades. Heeft hij tenslotte niet die aardse vrouwe Eurydice ontvoert? Hij antwoordt ontkennend, en zegt dat hij zijn boodschapper Mercurius op pad heeft gestuurd om de zaak uit te zoeken. Mercurius komt zojuist terug en bevestigt wat Jupiter al vermoedde. Pluto heeft Eurydice ontvoerd, en is op weg naar de Olympus. Pluto komt binnen en doet of zijn neus bloedt. Hij probeert Jupiter te paaien met een ode op de Olympus, maar die trapt daar niet in. Plotseling breekt er een opstand uit onder de goden. Ze vervelen zich, en ze zijn de nectar en de ambrozijn zat. Jupiter dreigt met z'n bliksem, maar iedereen lacht hem uit. Diana, Venus en Cupido zingen een spotlied op zijn verleidingen. Dan kondigt Mercurius aan dat er twee jonge mannen gearriveerd zijn die Jupiter willen spreken. Het zijn Orpheus en de Publieke Opinie, die Orpheus dwingt zijn beklag te doen. Jupiter besluit zelf onderzoek te gaan doen, en wil daarom afreizen naar de onderwereld. Op verzoek van de andere goden neemt hij hen allen mee.

Derde bedrijf[bewerken]

Eurydice zit opgesloten in een boudoir in de onderwereld; ze verveelt zich dood. Het enige gezelschap dat ze heeft is dat van cipier John Styx, die ze veracht. Hij probeert bij haar in het gevlij te komen, maar ze wijst hem resoluut af. Dan klinkt er geroezemoes, en het is duidelijk dat er bezoek gekomen is. Eurydice verheugt zich, maar op bevel van Pluto wordt ze opgesloten. Dan komt het Olympische gezelschap binnen, en men start een zoektocht naar Eurydice. Ze kunnen haar echter zo gauw niet vinden, en Cupido roept de hulp van de liefdespolitie in. Die ontdekken al gauw dat Eurydice in een kamertje opgesloten zit, en willen de deur forceren. Maar Jupiter zegt dat er met geweld niets op te lossen is, en dat er een truc gebruikt moet worden. Hiervoor tovert Cupido zijn vader om in een vlieg; deze vliegt door het sleutelgat, en vindt aan de andere kant de verloren vrouwen. Eurydice is blij met de komst van de vlieg: hij geeft haar wat afleiding. Ze is verrukt als blijkt dat hij Jupiter is, en ze besluiten er samen vandoor te gaan. In paniek stormt Pluto binnen, maar hij is te laat: de vogels, of liever de vliegen, zijn gevlogen.

Vierde bedrijf[bewerken]

Ter ere van de hoge gasten is er een feest georganiseerd in de onderwereld. Eurydice is vermomd als bacchante en zingt een loflied op Bacchus. Na afloop fluistert Jupiter tegen haar dat ze er na de dans samen vandoor zullen gaan. De goden dansen samen de cancan en dan willen Jupiter en Eurydice ervandoor gaan, maar ze worden tegengehouden door Pluto. Deze vraagt Jupiter of hij niet iets vergeten is, en vervolgens klinken de klanken van Orpheus' viool. Jupiter heeft inderdaad beloofd het recht te laten zegevieren, en daarom belooft hij Orpheus dat hij Eurydice mee mag nemen, maar dat hij onder geen voorwaarde achterom mag kijken. Zo gezegd, zo gedaan, alleen tot Jupiters grote schrik kijkt Orpheus inderdaad niet achterom, en daarom gooit hij een bliksemschicht. De verschrikte Orpheus kijkt nu wel achterom, waardoor Eurydice moet blijven. De boze Publieke Opinie en een onthutste Orpheus keren weer terug naar de aarde, terwijl Eurydice bacchante wordt op de Olympus.