Os capitatum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hoofdvormig been
Os capitatum
Bot
HandwortelbeentjesProximaal: A=Os scaphoides, B=Os lunatum, C=Os triquetrum, D=Os pisiformeDistaal: E=Os trapezium, F=Os trapezoides, G=Os capitatum, H=Os hamatum
Handwortelbeentjes
Proximaal: A=Os scaphoides, B=Os lunatum,
C=Os triquetrum, D=Os pisiforme
Distaal: E=Os trapezium, F=Os trapezoides,
G=Os capitatum, H=Os hamatum
Het os capitatum van de linkerhand
Het os capitatum van de linkerhand
Gewrichten os scaphoides en os lunatum proximaal
tweede, derde en vierde middenhandsbeentjes distaal
os hamatum mediaal
os trapezoides lateraal
Gray's Anatomy 54,226
MeSH A02.835.232.087.319.150.150
Dorlands/Elsevier o_07/12598140
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Het os capitatum,[1][2] os magnum,[2] gehoofd been,[3][4] hoofdvormig been of kopbeentje[5] is een van de acht handwortelbeentjes. Het is gelegen in de distale rij van handwortelbeentjes, lateraal van het os hamatum (haakvormig been) en mediaal van het os trapezoides (klein veelhoekig been).

Het botje is gelegen in het centrum van de pols en is het grootste handwortelbeentje. Het heeft een ronde uitstulping aan proximale zijde, gelegen in de concave uitsparing tussen os scaphoides en os lunatum, een relatief nauwe nek en een distaal corpus of lichaam. Naast het os scaphoides en het os lunatum heeft het os capitatum ook gewrichtsverbindingen met de tweede, derde en vierde middenhandsbeenderen, het os hamatum en het os trapezoides.

Het proximale oppervlak van het hoofdvormig been is rond en glad en articuleert met het os lunatum. De distale zijde wordt door twee richels gescheiden in drie facetgewrichten, voor de gewrichtsverbindingen met de drie metacarpalia, waarvan het gewrichtsoppervlak voor het derde middenhandsbeentje het grootste is. Het dorsale oppervlak is breed en ruw. De smalle, ronde, ruwe volaire zijde (handpalmzijde) van het os capitatum vormt de aanhechtingsplaats voor meerdere ligamenten en een deel van de musculus adductor pollicis. Aan laterale zijde, waar het botje met het os trapezoides articuleert, bevindt zich aan voor-onderzijde van dit facetgewricht een diepe richel voor een interossaal ligament. Hierboven hechten nog meer ligamenten aan. Lateraal bevindt zich ook een groot, glad, convex oppervlak voor de gewrichtsverbinding met het os scaphoides. Het mediale oppervlak ten slotte is achter en boven glad en concaaf ten bate van het facetgewricht met het os hamatum, aan anterieure zijde is het ruw voor de aanhechting van een ligamentum interosseum.

Afbeeldingen[bewerken]

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. His (1895). Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen. Leipzig: Veit & Comp.
  2. a b Sliosberg, A. (1975). Elsevier’s medical dictionary in five languages. English/American / French / Italian / Spanish and German. (2de uitgave). Amsterdam/Oxford/New York: Elsevier’s Scientific Publishing Company.
  3. Broek, A.J.P. van den, Boeke, J & Barge, J.A.J (1954). Leerboek der beschrijvende ontleedkunde van de mens. Deel I. Geschiedenis der ontleedkunde, bewegingsorganen, vaatstelsel (8ste druk). Utrecht: N.V. A. Oosthoek’s Uitgeverij Mij.
  4. Raven, C.P. (1959). Anatomische atlas. Ten gebruike bij het onderwijs aan verplegenden en bij de opleiding voor eerste hulp bij ongelukken. Amsterdam: Scheltema & Holkema N.V.
  5. Jochems, A.A.F. & Joosten, F.W.M.G. (2003). Coëlho Zakwoordenboek der geneeskunde (27ste druk). Doetinchem: ElsevierGezondheidszorg.