Os cuboides

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Teerlingbeen
Os cuboides
Bot
VoetwortelbeentjesA=Calcaneus, B=Talus, C=Os cuboides, D=Os naviculare, E=Os cuneiforme laterale, F=Os cuneiforme intermedium, G=Os cuneiforme mediale
Voetwortelbeentjes
A=Calcaneus, B=Talus,
C=Os cuboides, D=Os naviculare, E=Os cuneiforme laterale, F=Os cuneiforme intermedium, G=Os cuneiforme mediale
Detailtekening van het os cuboides van de linkervoet, van anterolateraal
Detailtekening van het os cuboides van de linkervoet, van anterolateraal
Synoniemen
Latijn Os cyboides[1]

Oa cuboideum[2][3]
Os cubiforme[2][4]
Os cubicum[2]
Os quadratum[2][4]
Os grandinosum[2][4]
Os varium[2][5]
Os tesserae[6][2][7][8][4]
Os polymorphum[7]
Grandineum[4]
Os nerdi[4]
Nerdi[2][4]
Alnerdi[2]
Os singulare[4]
Os solitarium[4]
Os alnerdi[4]
Alnerdi[4]

Oudgrieks Κυβοειδές ὀστοῦν[9]
Nederlands Teerlingvormig been[2]
Gegevens
Gewrichten calcaneus proximaal
ossa metatarsii IV en V distaal
os naviculare en os cuneiforme laterale mediaal
Naslagwerken
Gray's Anatomy 63,269
MeSH A02.835.232.043.300.710
Dorlands/Elsevier o_07/12598248
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Detailtekening van het os cuboides van de linkervoet, van posterolateraal

Het os cuboides[8][10][11][12] of teerlingbeen[11][13] is een van de zeven voetwortelbeenderen. Het is gelegen aan de laterale zijde van de voetwortel. Het is gelegen aan laterale zijde van het os naviculare en het os cuneiforme laterale. Met het hielbeen aan proximale zijde vormt het de gewrichtsverbinding die articulus calcaneocuboideus[11] genoemd wordt. Met het vierde en het vijfde middenvoetsbeentje aan distale zijde vormt het twee van de articuli tarsometatarsii. Het oppervlak aan de onderkant heeft een groeve voor het distale derde deel van de pees van de musculus peronaeus longus.

Zie ook[bewerken]

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. Triepel, H. (1910). Nomina Anatomica. Mit Unterstützung von Fachphilologen. Wiesbaden: Verlag J.F. Bergmann.
  2. a b c d e f g h i j Schreger, C.H.Th.(1805). Synonymia anatomica. Synonymik der anatomischen Nomenclatur. Fürth: im Bureau für Literatur.
  3. Federative Committee on Anatomical Terminology (FCAT) (1998). Terminologia Anatomica. Stuttgart: Thieme
  4. a b c d e f g h i j k Fonahn, A. (1922). ‘’Arabic and Latin anatomical terminology. Chiefly from the Middle Ages.’’ Kristiania: Jacob Dybwad.
  5. Dunglison, R. (1856). Medical lexicon. A dictionary of medical science. (13th edition).Philadelphia: Blanchard and Lea.
  6. Castelli, B. & Bruno, J.P (1713). Lexicon medicum Graeco-Latinum. Leipzig: F. Thomas
  7. a b Kraus, L.A. (1844). Kritisch-etymologisches medicinisches Lexikon (Dritte Auflage). Göttingen: Verlag der Deuerlich- und Dieterichschen Buchhandlung.
  8. a b Siebenhaar, F.J. (1850). Terminologisches Wörterbuch der medicinischen Wissenschaften. (Zweite Auflage). Leipzig: Arnoldische Buchhandlung.
  9. Liddell, H.G. & Scott, R. (1940). A Greek-English Lexicon. revised and augmented throughout by Sir Henry Stuart Jones. with the assistance of. Roderick McKenzie. Oxford: Clarendon Press.
  10. Hafferl, A. (1953). Lehrbuch der topographischen Anatomie. Berlin/Göttingen/Heidelberg: Springer Verlag.
  11. a b c Broek, A.J.P. van den, Boeke, J & Barge, J.A.J (1954). Leerboek der beschrijvende ontleedkunde van de mens. Deel I. Geschiedenis der ontleedkunde, bewegingsorganen, vaatstelsel (8ste druk). Utrecht: N.V. A. Oosthoek’s Uitgeverij Mij.
  12. Hoolboom-Van Dijck, S.J.M (1974). Geneeskundig handwoordenboek (2de druk) Leiden: Stafleu’s Wetenschappelijke Uitgeversmaatschappij B.V.
  13. Everdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.