Osagedoorn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Osagedoorn
vrucht van de Osagedoorn
vrucht van de Osagedoorn
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Fabiden
Orde: Rosales
Familie: Moraceae (Moerbeifamilie)
Geslacht: Maclura
soort
Maclura pomifera
(Raf.) C.K.Schneid. (1906)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De osagedoorn (Maclura pomifera) is een plant uit de moerbeifamilie (Moraceae). In zijn land van oorsprong, de Verenigde Staten van Amerika, staat de soort bekend onder de naam van "Osage orange", omdat de vorm van de vrucht enigszins aan een sinaasappel doet denken en omdat het verspreidingsgebied ten dele samenvalt met het stamgebied der Osage-Indianen.

Het is een tweehuizige plant (aparte mannelijke en vrouwelijke planten). Het is een loofboom of (bij regelmatige snoeiïng) grote struik, die 8-15 m hoog kan worden. Het vruchtverband komt voort uit een aantal verschillende vruchtbeginselen, is 7-15 cm groot en ziet eruit als een groen-gele, sterk gerimpelde sinaasappel, die gevuld is met een kleverig wit sap. De vrucht is niet voor menselijke consumptie geschikt.

In de Krim waar de boom algemeen voorkomt in straten en parken, worden de vruchten aangewend voor het bereiden van (natuur)geneeskundige tinctuur en zalf.

De plant komt van nature voor in een betrekkelijk klein gebied in de Verenigde Staten, dat delen van Arkansas, Kansas, Oklahoma, Texas en Louisiana omvat. Als parkboom wordt hij echter ook elders aangeplant. De takken van de Osagedoorn zijn voorzien van scherpe stekels, reden waarom de plant in het prairiegebied veel werd aangeplant in voor het vee ondoordringbare heggen. De stekels vormden bovendien de inspiratie voor de uitvinding van het prikkeldraad. Diverse Indianenstammen gebruikten het sap van de vruchten van de osagedoorn als bindmiddel voor de verf waarmee ze zich insmeerden als zij op oorlogspad gingen en het hout voor het maken van bogen. Het hout werd door de blanken wel gebruikt voor spoorwegbielzen.

Raadsel omtrent de verspreiding der zaden[bewerken]

Een merkwaardig feit is dat - met uitzondering van één soort grondeekhoorn - geen enkel wild dier de schijnvruchten van de osagedoorn eet. Het biologisch nut van vlezige vruchten is evenwel dat ze worden gegeten door dieren, die vervolgens voor de verspreiding der zaden zorgen.

Een aantrekkelijke, maar vrijwel onmogelijk te verifiëren hypothese is dat de grote schijnvruchten vroeger gegeten werden door een groot dier, de grondluiaard, dat ongeveer 10.000 jaar geleden is uitgestorven.