Osteoporose

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Botontkalking
Osteoporose
Coderingen
ICD-10 M80-M82
ICD-9 733.0
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Osteoporose is het gevolg van afgenomen bot-massa en verstoring van de bot-matrix. Dit leidt tot een afname van de sterkte van de botten en een verhoogd risico op botbreuken, van met name de wervelkolom, heup, pols, bovenarm en bekken. Het risico op breuken neemt toe met de leeftijd; het betreft met name personen die ouder dan 75 jaar zijn. Een op de twee vrouwen en een op de vijf mannen van 50 jaar of ouder zal ten minste een botbreuk ten gevolge van osteoporose oplopen. De kosten voor de gezondheidszorg zijn enorm: voor heel Europa zo’n 30 miljard euro.

Oorzaken[bewerken]

Tussen het twintigste en dertigste levensjaar bereiken de botten hun maximale massa (piek-bot-massa). Voor een goede botopbouw zijn hoogwaardige voeding (niet te veel eiwit en suiker) met voldoende vitamine D, magnesium en calcium, lichaamsbeweging/sport en bij voorkeur ten minste een kwartier per dag blootstelling aan zonlicht van belang. Tussen het veertigste en zestigste levensjaar begint de botmassa af te nemen. Dit is het gevolg van toegenomen afbraak van bot door osteoclasten en verminderde botvorming door osteoblasten. Leeftijdsgebonden veranderingen van de botten zijn de belangrijkste oorzaak van osteoporose. De afgenomen hoeveelheid oestrogenen na de menopauze verhoogt het risico op botverlies bij vrouwen. Botverlies bij mannen treedt vooral op vanaf het zeventigste levensjaar, en komt vaker voor bij mannen met tekorten in de productie van testosteron en oestrogeen. Een tekort aan vitamine D en hyperparathyreoïdie komen relatief veel voor bij ouderen en kunnen bijdragen aan de ziekte. Andere zaken die kunnen bijdragen zijn verminderde lichaamsbeweging, roken, meer dan drie glazen alcoholhoudende drank per dag, langdurig gebruik van orale (via de mond ingenomen) glucocorticoïden (bijvoorbeeld prednison, hydrocortison) en een afgenomen productie van IGF-1 (insuline-like growth factor).

Een van de belangrijkste oorzaken is gebrek aan belasting: bot groeit tegen de verdrukking in. Astronauten hebben na langer verblijf in de ruimte allemaal last van osteoporose. De eerste therapie is belasten, trainen met gewichten.

Wie loopt risico?[bewerken]

Kleinere piek-bot-massa, versterkt botverlies vanaf de menopauze en een hogere gemiddelde leeftijd, leiden ertoe dat vrouwen een verhoogd risico op osteoporose hebben. Glucocorticoïden worden door hen die 75 jaar of ouder zijn 2,5 maal zoveel gebruikt als gemiddeld, en zijn een bekende oorzaak van osteoporose. Er bestaan (internationale) richtlijnen voor de preventie en behandeling van osteoporose die door orale glucocorticoïden wordt veroorzaakt.

Immobiliteit

Risicofactoren voor osteoporose.
Onafhankelijk van de botdichtheid
Leeftijd
Botbreuk na het 50ste levensjaar
Moeder met gebroken heup (erfelijke aanleg)
Behandeling met orale glucocorticoïden
Roken
Alcohol, meer dan 3 eenheden per dag
Reumatoïde artritis
BMI ≤ 19
Vallen
Onvoldoende calium en vitamine D in de voeding
Afhankelijk van de botdichtheid
Onbehandeld hypogonadisme
Malabsorptie
Ziekte van het endocrien systeem
Chronische nierziekte
Chronische leverziekten
COPD
Immobiliteit
Geneesmiddelen (aromataseremmers, androgeen deprivatie therapie, antidepressiva van het type selectieve serotonine-heropnameremmer[1])

Diagnose[bewerken]

De WHO definieert osteoporose op basis van botmineraaldichtheid (bone mineral density, BMD) van het bot van de wervelkolom en bovenste deel van het dijbeen. Deze wordt gemeten met röntgenabsorptie (Dual Energy X-ray Absorptiometry of DEXA meting). Als een BMD wordt gemeten die 2.5 standaardafwijkingen lager is dan een normale piek-bot-massa, classificeert men dit als osteoporose. Ultrageluid en een perifere DEXA kunnen gebruikt worden om in te schatten of er wellicht sprake is van de aandoening, en om te beoordelen of een volledige DEXA aangewezen is.

Onderzoek om secundaire oorzaak osteoporose uit te sluiten
Bepaling van het aantal witte bloedcellen (leukocyten), rode bloedcellen (erytrocyten) en bloedplaatjes (trombocyten)
Lever– en nierfunctie tests
Botfunctie tests (calcium, fosfaat en alkalische fosfatase)
Serum immunoglobulines en paraproteïne, Bence Jones eiwit in de urine
Schildklierfunctie tests

Behandeling[bewerken]

Niet-medicamenteus[bewerken]

Vallen draagt in belangrijke mate mee aan het veroorzaken van breuken, met name bij verzwakte, oudere personen. Verschillende maatregelen kunnen het vallen verminderen. Bijvoorbeeld door vermindering van het gebruik van slaapmiddelen en kalmeringsmiddellen (benzodiazepines). Zorg voor voldoende vitamine D, calcium en magnesium in de voeding, eventueel als supplement. Sporten c.q. het doen van oefeningen dient men aan te moedigen en roken en alcohol misbruik dient men af te raden. Fysiotherapie en verlichting van pijn zijn aanvullende behandelvormen. Hulpmiddelen zijn er in de vorm van een rollator of heupbeschermers. Men kan de woonomgeving analyseren, om ervoor te zorgen dat het risico in huis te struikelen minimaal is.

Medicamenteus[bewerken]

Bij hoog fractuurrisico en behandeling met bisfosfonaat:

bij geen inname van zuivelproducten: 1000 mg extra calcium/dag in tabletvorm; bij 1 tot 3 porties zuivelproducten/dag: 500 mg extra calcium/dag in tabletvorm; bij ≥ 4 porties zuivelproducten: geen extra calcium.

Bij matig en hoog fractuurrisico: adviseer 800 IE (20 microg) vitamine D per dag; bij indicatie voor vitamine D en calcium: geef een combinatiepreparaat met 500 mg calcium en 880 of 800 IE vitamine D. Een combinatiepreparaat is beschikbaar in een bruisgranulaat(calciumcitraat) en in tabletvorm(calciumcarbonaat).

Bij hoog fractuurrisico: geef een bisfosfonaat oraal.

Verschillende soorten geneesmiddelen kunnen worden gebruikt. Bisfosfonaten, raloxifeen en hormoonsuppletie gaan de botafbraak tegen. Strontiumranelaat remt botafbraak en stimuleert botvorming, en bijschildklier hormoon (anabool).

Geneesmiddelen bij osteoporose
Middel Dosering Toedieningsweg
alendroninezuur (Fosamax) 70 mg eenmaal per week of 5-10 mg per dag oraal (via de mond)
etidroninezuur/calciumcarbonaat (Didrokit) 400 mg per dag gedurende 2 weken, dit elke 3 maanden herhalen oraal
ibandroninezuur (Bondronat, Bonviva) 150 mg eenmaal per maand tablet, 3 mg eenmaal per 3 maanden injectie oraal of injectie
risedroninezuur (Actonel) 35 mg eenmaal per week of 5 mg per dag oraal
raloxifeen (Evista) 60 mg per dag oraal
strontiumranelaat (Protelos) 2 g per dag oraal
teriparatide (Forsteo) 20 mg per dag onderhuidse injectie
parathyreoïdhormoon (Preotact) 100 microg eenmaal per dag onderhuidse injectie

Bovenstaande middelen (behalve etidroninezuur en parathyreoïdhormoon) worden als de meest effectieve voor de behandeling van osteoporose beschouwd. Sommige auteurs beschouwen alendroninezuur en risedroninezuur, mede op basis van hun effectiviteit, als middelen van eerste keuze.

In de Verenigde Staten wordt de fabrikant van Fosamax, Merck, aangeklaagd door gebruikers, wegens paradoxale dijbeenbreuken.[2]

Referenties
  • Minne HW, Pfeifer M, Begerow B, Pollähne W. Osteoporose. Orthopade. 2002;31:681-97.
  • Kurth AA, Pfeilschifter J. Diagnostik und Therapie der postmenopausalen Osteoporose und der Osteoporose des Mannes. Orthopade. 2007;36:683-90.